Aleid Truijens: Het trieste gevolg: gezinnen verlaten de grote steden
© de Volkskrant

Aleid Truijens: Het trieste gevolg: gezinnen verlaten de grote steden

Ze zijn blond en ze hebben schorre, bekakte stemmen. Dat geeft niks, maar vervelend is wel dat ze ieder weekend tot diep in de nacht luidruchtig feesten. Ook op doordeweekse dagen zitten ze op het balkon. Grappig gezicht: vijf rokende, vrijwel identieke meiden van eind twintig, en dat bij zes appartementen. 'Wijntje doen?' roept er af toe een.

Ik sta op het balkon aan de overkant van de binnentuin en kijk uit op het huizenblok waar wij twaalf jaar hebben gewoond. Acht jaar geleden woonden in die ruime huurappartementen nog allemaal gezinnen, zoals wij. De Amsterdamse Rivierenbuurt, met veel groen, speelruimte en scholen, is een fijne stadsbuurt voor kinderen. Nu woont er nog een enkele buur van destijds, omringd door expats en opeengepakte werkende jongeren. Studenten zijn het doorgaans niet; die kunnen geen 800 euro betalen voor een van de vijf hokken waarin de huiseigenaar de woning heeft verdeeld. In de zomermaanden rammelen in deze straat de rolkoffers; dan verhuren de meisjes hun kamer via Airbnb.

Jonge gezinnen kunnen de stadse huizenprijzen niet meer betalen

De hoge huizenprijzen schieten virulent door het land: ook in Almere, Leiden, Lelystad en Zuidwest-Friesland stegen de prijzen afgelopen jaar meer dan 15 procent; in Amsterdam, Haarlem, Utrecht en Amersfoort nog meer. Mensen bieden als gekken op schaarse woningen. Gewone bieders concurreren kansloos met investeerders die de boel opkopen en in miniappartementen verkavelen.

Het trieste gevolg: gezinnen verlaten de grote steden. Om te beginnen Amsterdam, maar de andere steden zullen volgen. De aanmeldingen voor Amsterdamse basisscholen lopen al terug, schrijft Het Parool. Jonge gezinnen kunnen de stadse huizenprijzen niet meer betalen, koop of huur, ook niet in de randgemeenten. De grens is bereikt. De huizenprijzen zijn sinds 1970 twee keer zo hard gestegen als de inkomens, las ik. Een daar komt de studielening nog eens bovenop. Goed om te bedenken voor wie deze jonge generatie verwend noemt.

Laat jonge gezinnen alsjeblieft oppleuren naar lelijke vinexwijken, met hun barbecues en Ikea-tuinsets

Als het zo doorgaat verdwijnen de kinderen uit de steden, op de kansarme buitenwijken na. Prettige woonwijken worden dan reservaten voor kinderlozen, expats en toeristen, met een overvloed aan horeca. Voor sommige stadsbewoners is dat precies waarvan ze dromen: een kindvrije stad met geweldige restaurants, een walhalla zonder hinderlijke bakfietsen en krijsende dreumesen in het kinderdagverblijf. Op dure grond waar nu speelplaatsen en voetbalvelden zijn, komen fraaie luxeappartementen. Met weinig slaapkamers - dat schrikt gezinnen af. Laat die alsjeblieft oppleuren naar lelijke vinexwijken, met hun barbecues, trampolines en Ikea-tuinsets.

Een stad zonder kinderstemmen op straat, een stad zonder speeltuinen en scholen, zonder sportende pubers, is een dooie stad. Bewoners komen en gaan, en bouwen geen band op met de stad. De sociale samenhang zal verdwijnen. Bij gezinnen is overdag weleens iemand thuis. Zij doen misschien een boodschap voor een oude buurvrouw, zijn actief in de wijk, voeren actie voor verkeersdrempels. Gezinnen zorgen voor een ander winkelaanbod dan nagelstudio's en kaaswinkels.

De markt is geen natuurverschijnsel

Natuurlijk: het is de markt, dommie. Maar de markt is geen natuurverschijnsel. De overheid, landelijk en regionaal, kan best zorgen voor beter stedelijk aanbod voor gezinnen. Voor woningen die projectontwikkelaars liever niet bouwen: niet luxueus maar ruim en betaalbaar, in buurten met voorzieningen. Dat die er nog steeds niet komen is onwil, of beroerd bestuur.

Hoe ontwikkelt de huizenmarkt zich in uw regio? Ontdek het hier.