Aankomende eerstejaarsstudenten van de Erasmus Universiteit.
Aankomende eerstejaarsstudenten van de Erasmus Universiteit. © ANP

Academisch onderwijs kan niet zonder het Engels

Een filosofisch debat is vruchtbaarder als er ook buitenlandse studenten aan deelnemen.

Als we Felix Huygen van de vereniging Beter Onderwijs Nederland moeten geloven, staat het hoger onderwijs aan de rand van de afgrond. Het invoeren van Engels als voertaal zal volgens hem onvermijdelijk leiden tot zijn ineenstorting. Het zal een ernstige niveaudaling teweegbrengen: van enige zinvolle communicatie en kennisoverdracht zal nauwelijks sprake zijn. Huygen schetst een beeld van hakkelende docenten en studenten die er met hun steenkolenengels niet in slagen zinnen met enige betekenis of diepgang te produceren.

Deze karikaturale weergave doet de werkelijkheid ernstig tekort, en onderschat zowel de docenten als de studenten van vandaag. De gemiddelde jongere van 18 jaar beheerst het Engels goed, en veel aankomende studenten willen graag onderwijs in het Engels volgen om voorbereid te zijn op de arbeidsmarkt.

Universitair docenten en hoogleraren zijn tegenwoordig internationaal georiënteerd: ze publiceren in het Engels, bezoeken internationale congressen waar Engels veelal de voertaal is en communiceren met collega's over de gehele wereld in het Engels. Velen hebben langere tijd in het buitenland gewerkt of zijn uit het buitenland afkomstig. Om in het Engels te doceren, moeten zij een Cambridge certificate C1 (advanced level) behaald hebben. Voor goed academisch onderwijs zijn niet zozeer docenten nodig die in hun moedertaal lesgeven als wel docenten die toegewijd zijn aan hun vak en hun studenten, en op hoog niveau kennis en begrip kunnen overbrengen.

Een diverse studentenpopulatie met studenten van verschillende nationaliteiten verhoogt de kwaliteit van de opleiding

Met ingang van september 2018 zullen we op de Vrije Universiteit Amsterdam een geheel Engelstalige Bacheloropleiding filosofie aanbieden. Desgewenst kunnen studenten overigens een deel van de opleiding in het Nederlands volgen. Onze Masteropleiding is al grotendeels in het Engels. Waarom doen wij dit? Inderdaad, we hopen ook buitenlandse studenten te trekken, onder andere omdat we méér studenten willen hebben. Het huidige systeem is nu eenmaal zo ingericht dat financiering afhangt van aantallen studenten en diploma's.

Maar daarnaast zijn we ervan overtuigd dat een diverse studentenpopulatie met studenten van verschillende nationaliteiten de kwaliteit van de opleiding verhoogt. Immers, filosofie onderzoekt verborgen vooronderstellingen en stelt deze ter discussie. Hoe meer verschillende perspectieven in de collegezaal, hoe beter dit zal lukken. Een discussie over de relevantie van Aristoteles' visie op democratie voor deze tijd zal veel spannender en vruchtbaarder worden als studenten niet alleen uit Nederland afkomstig zijn, maar ook uit Hongarije, China, Zuid-Afrika en de VS.

Filosofie is - net als de meeste andere academische disciplines - internationaal georiënteerd, en dat is zij altijd al geweest. Academisch onderwijs en onderzoek overstijgt lands- en taalgrenzen, en kan niet zonder een lingua franca. Ooit was dat het Latijn van Erasmus, Spinoza en Hugo de Groot, later het Frans en het Duits, en tegenwoordig is Engels een belangrijk voertuig voor het overbrengen van academische kennis en het uitwisselen van ideeën.

De Nederlandse samenleving is divers en meertalig, en heeft vanouds een open karakter en internationale oriëntatie. In de 17de eeuw woonde en werkte Descartes twintig jaar in Nederland, terwijl hij in het Latijn en het Frans bleef schrijven.

Het is naïef te verwachten dat buitenlandse studenten in staat en bereid zijn in korte tijd Nederlands te leren op zo'n niveau dat ze een academische studie in het Nederlands kunnen volgen. Laten we hen niet uitsluiten maar met open armen ontvangen, en onszelf niet isoleren van de rest van de wereld.