Koning Willem-Alexander legt de eed tijdens zijn inhuldiging in De Nieuwe Kerk.
Koning Willem-Alexander legt de eed tijdens zijn inhuldiging in De Nieuwe Kerk. © ANP

'Willem-Alexander knikte er plechtig en overtuigend bij. Ik knikte terug'

De verwijzing van Willem-Alexander naar het Plakkaat van Verlatinghe klonk als een historisch verankerde rechtvaardiging van zijn nieuwe beroep, schrijft columnist Lidy Nicolasen.

 
Net als de nieuwe Willem, een hele verre nazaat, wilde ook hij geen koning zijn, toch gaf hij zijn ziel en zaligheid aan de Nederlanden

Koning Willem-Alexander noemde bij zijn inhuldiging het Plakkaat van Verlatinghe de geboorteakte van Nederland. Hij knikte er plechtig en overtuigend bij. Ik knikte terug, net als de rest van Nederland amechtig op de bank voor de televisie om niets te missen van het sprookje van de eeuw en dus niet buiten op de vrijmarkt met een laken vol oude troep voor me. Niemand op de bank zei: 'Huh, waar heeft die het dan over?' Zijn verwijzing naar een ver verleden klonk als een historisch verankerde rechtvaardiging van zijn nieuwe beroep.

Het klonk plechtig en mysterieus tegelijk, ook omdat anderen het Plakkaat direct daarna omdoopten tot de eerste echte onafhankelijkheidsverklaring van Nederland. W.A. gebruikte het Plakkaat vooral om te getuigen van zijn eigen nietigheid en onmacht als vorst. In feite om te benadrukken dat de koning er is voor ons plezier, en dat wij, het volk, er niet zijn voor het plezier van de koning. Een en al goedertierenheid, deemoed en opoffering, die besloten lag in zijn trouwhartige blik en die van zijn Máxima.

Wonderbaarlijker
In 1581 ging het er heel wat ruiger aan toe, weet ik sinds ik me op dit deel van onze geschiedenis heb gestort. Het mooie van het verleden is dat de historie toch altijd wonderbaarlijker en verrassender is dan je drie hoog achter in de 21ste eeuw kunt vermoeden. Want de Staten-Generaal (de vertegenwoordigers van de gewesten) kwamen toen met het Plakkaat op de proppen om van de koning af te komen.

Toegegeven, hun gram richtte zich tegen de Spaanse koning Filips II. Hij hield ze veel te strak en gunde ze geen greintje inspraak, laat staan medezeggenschap. Ze waren bovendien helemaal klaar met de 'Spaanse varkens', de soldaten die plunderend rondtrokken om aan eten te komen. Ze besloten de troon 'verlaten' te verklaren. Mooie term. Jij verlaat de vorst, weg met de koning.

Voor het eerst steunden ze unaniem de Opstand tegen de Spaanse heerser, die al een tijdje aan de gang was. Ze gingen wel op zoek naar een eigen nieuwe vorst. Het idee dat je zonder zou kunnen, was voor die tijd nog veel te nieuw. Maar de nieuwe vorst moest steden, gewesten en onderdanen rechten en vrijheden geven inclusief de vrijheid van godsdienst. De protestanten moesten in alle vrijheid naast de katholieken kunnen leven. De nieuwe vorst kwam dus onder de plak van de Staten te zitten.

Willem van Oranje was de aangewezen persoon. Hij was de leider van de Opstand geworden, aanvankelijk uit puur eigenbelang, maar daarna deed hij veel moeite de partijen bijeen te brengen. Probleem was dat de prins geen geld had voor een leger, al het tafelzilver was in de voorbije jaren al verpatst in militaire acties. Hij geloofde eigenlijk ook niet dat Nederland het op eigen houtje kon opnemen tegen Spanje. Dus rolde hij het tapijt uit voor de Fransen in ruil voor geld en militaire steun. Maar de broer van de Franse koning maakte er een potje van. Ook met andere buitenlandse vorsten wilde het niet lukken. Dus riepen de Staten-Generaal in 1588 ten einde raad de Republiek der Nederlanden uit.

Som
Voortaan zouden we het zonder koning doen. Er was hooguit nog plaats voor een stadhouder als  legeraanvoerder, niet als plaatsvervanger van de vorst. Willem van Oranje was al een paar jaar dood. Filips had een som op het hoofd van deze 'aartsketter' gezet en dat was ook destijds niet aan dovemansoren gericht. Er waren genoeg religieuze fanatici,  die een plek in de hemel wilden verdienen plus de aardse beloning. 'Mijn God, mijn God, heb medelijden met mij en met dit arme volk', zou Willem hebben gezegd toen de kogel hem dodelijk trof.

De Republikeinen hadden geen witte shirts en spandoeken nodig om zich te laten kennen. Protestanten en katholieken uit de zuidelijke Nederland vluchtten naar Holland, hielpen de hongersnood en economische malaise te verdrijven en een half jaar later de Gouden Eeuw te ontketenen. Zijde en goudbrokaat dus, in allerhande kleuren in plaats van wit. Het Rijksmuseum - de bezoekers staan dezer dagen tot ver buiten de onderdoorgang om binnen te mogen - hangt er vol van. De Oranjes kwamen via een omweg terug op de troon en ze hebben ook nog weleens moeite gedaan de macht weer naar zicht toe te trekken.

Daar moest ik aan denken toen W.A. sprak over het Plakkaat van Verlatinghe, de geboorteakte van zijn koninkrijk. In het Rijks hangt het portret van Willem van Oranje. Een mooie ernstig ogende man met een fijn besneden gelaat. Net als de nieuwe Willem, een hele verre nazaat, wilde ook hij geen koning zijn, toch gaf hij zijn ziel en zaligheid aan de Nederlanden. 'Ik aanvaard mijn ambt met overtuiging', zei de nieuwe koning, voordat de hermelijnen mantel door de slippendragers werd opgepakt.  

Lidy Nicolasen is verslaggeefster van de Volkskrant. Ze schrijft wekelijks een column voor Volkskrant.nl.