Demonstratie tegen Viktor Orbán, op 2 januari in Boedapest.
Demonstratie tegen Viktor Orbán, op 2 januari in Boedapest. © UNKNOWN

'Kritiek op Hongarije heeft niks met links of liberaal te maken, maar met vrijheid'

Mariska Orbán-de Haas schrijft dat Hongarije extra kritiek krijgt omdat de regering christelijk-conservatief is en Europa niet. Maar er is niets links of liberaals aan het gevecht voor essentiële vrijheden, schrijft Hongarije-expert Huub Bellemakers.

Woensdag leek er een voorlopig hoogtepunt te komen in de ruzie tussen de Hongaarse regering en Brussel. Er was een heus debat tussen het Europees Parlement  en de Hongaarse premier Viktor Orbán. De premier had al toegezegd op veel punten te zullen buigen, maar in zijn slotbijdrage maakte hij ongewild precies duidelijk waarom hij toch geen democraat is. Zijn beroep op christelijke waarden, de familie en de natie laat zien waarom het huidige regeringsbeleid in Hongarije niet democratisch is.

Vandaag bestreden Mariska Orbán-de Haas en Christiaan Orbán deze visie in de Volkskrant met dezelfde argumenten als die van premier Orbán's partij Fidesz. Zij stellen dat de grondwet zich mag beroepen op christelijke waarden. Maar ze maken ook dezelfde fout als Fidesz: private overtuigingen horen niet thuis in de wetten van een land.

In het stuk beschrijven De Haas en Orbán dat er een soort links-liberaal complot tegen de Hongaarse regering gaande is. Dat de Hongaarse regering slechts een grote schoonmaak houdt om de communistische invloeden weg te krijgen. Dat is opvallend genoeg grotendeels exact de propaganda waarmee Orbán in zijn eigen land successen boekte. Volgen de auteurs heeft bovendien niemand de Grondwet echt goed gelezen. Dat is wellicht het geval. Vaak roepen mensen maar wat terwijl ze nauwelijks weten hoe het zit.

Maar sommige mensen kunnen, in tegenstelling tot Mariska de Haas, wel Hongaars lezen. Of ze hebben contacten in Hongarije die echt wel verder gaan dan György Konrád. Met parlementariërs en hoogleraren, maar ook met de Hongaarse Jan Modaal. Ze gaan echter niet, zoals De Haas, naar een promotiepraatje van Hongaarse ambassadeur over de grondwet. Want ze weten dat je juist verder moet kijken dan de officiële regeringscommunicatie. Zoals overigens ook steeds meer Hongaren doorkrijgen. Uit opiniepeilingen blijkt dat de steun voor Orbán in rap tempo naar beneden gaat.

Gelukkig komen steeds meer mensen in Hongarije en daarbuiten in opstand. Want wat Fidesz doet is heel wat meer dan gewoon wat beleid veranderen. Dat groene, linkse en liberale partijen (waaronder bijvoorbeeld de VVD in het Europees Parlement) protesteren heeft dan ook niets met een links-liberaal complot te maken, maar wel met enig begrip voor democratische waarden waar zowel de premier van Hongarije als Orbán-de Haas en Orbán blijkbaar minder van snappen.

Dictatuur
Het is niet één maatregel, maar een pakket aan wetswijzigingen die het beeld van een dictatuur oproept. Niet alleen de mediawet, niet alleen het gerommel aan de kieswet, niet al die individuele wetjes maken een dictatuur. Het is de hele geest van de maatregelen die ervoor zorgt dat Hongarije van een democratie tot een Fidesz-land wordt. Zelfs als de huidige oppositie ooit een tweederde meerderheid zou halen - wat door het nieuwe kiesstelsel bijna onmogelijk is - kunnen ze de grondwet immers niet zo makkelijk veranderen. Dan zijn ze namelijk net zo ongeloofwaardig als Orbán nu.

Aan de meeste van die wetten valt vanuit Europa op het eerste gezicht niet zoveel te doen. Daarom beklaagde de Europese Commissie zich deze week slechts op drie punten waar Hongarije aan moet voldoen. Op die punten zal Orbán voor het grootste deel toegeven. Volgens de letter van de Europese verdragen in ieder geval. Een land mag immers voor een grondwet kiezen waar nationalisme en christelijke waarden in voor komen. Een parlement mag instemmen met de  erkenning van bepaalde godsdiensten. Een regering mag zelfs met een meerderheid allerlei dingen in wetten zetten die nog jaren blijven staan, zonder enige vorm van overleg met de oppositie of het volk. Het mag allemaal.
Maar democratisch is het niet.

Daar gaan zowel de Europese Commissie als premier Orbán, Mariska de Haas en Christiaan Orbán nat. Want hoewel je op basis van de Europese verdragen misschien niet duidelijker Hongarije kan veroordelen, kun je het wel veroordelen op de geest van de Europese Unie. De Europese Unie is meer dan een stelletje ministers van Financiën die om het hardst schreeuwen dat Griekenland moet bezuinigen, terwijl ze zelf talmen met maatregelen. Europa is meer dan een optelsom van verdragsteksten. De Europese Unie heeft een duidelijk idee van kernbegrippen binnen de democratie: gelijke behandeling, de balans tussen machten en de neutrale staat. Europa is een idee, dat wellicht moeilijk te vatten is, waar je het ook mee oneens kan zijn, maar waar democratische grondbeginselen als basis voor dienen. Dat maakten woensdag zowel Guy Verhofstadt als Daniël Cohn-Bendit op emotionele wijze duidelijk in het debat in Straatsburg.

Orbán probeert onder de gemeenschappelijke idee van Europese waarden uit te komen. Door de opeenstapeling van wetten en door de nadruk op zijn eigen visie op Hongarije. De nadruk die Orbán zélf legt op de natie, op het gezin en op christelijke waarden, kun je geen Hongaarse waarden noemen. Het zijn Fidesz-waarden. Als je dat in de grondwet vastlegt, gecombineerd met alle andere maatregelen, dan krijg je een Fidesz-land, in plaats een Hongarije waar iedereen het min of meer eens is met de grondbeginselen. Het is een grondwet van Orbán, niet van Hongarije. Het laat geen ruimte voor Hongaren om niet aan het Katholieke ideaal van de Hongaarse premier te voldoen.

Grenzen
In Europa is een van de basisvoorwaarden voor een democratie het ruimte geven aan minderheden. Door het opleggen van wetten die een partijvisie (of eigenlijk een Orbán-visie) opleggen aan een heel land, ga je voorbij aan deze basisvoorwaarde. Net zo goed als het verwerpelijk zou zijn als je het christelijk-conservatieve gedachtegoed in een grondwet zou verbieden, is het niet goed om met 54 procent van de stemmen dat gedachtegoed in de wetten van dat land te incorporeren. Wetten, en zeker een grondwet, dienen om vrijheid te geven aan burgers. Die burgers moeten ten allen tijden zelf kunnen kiezen hoe ze hun leven indelen. En ja, daar mag een staat best grenzen aan stellen. Er is echter niets links of liberaals aan om essentiële vrijheden te behouden. Het is niet uniek links of liberaal aan het idee ruimte te laten voor mensen met andere ideeën. Er is ook niets links of liberaals aan het idee dat je oppositie laat meepraten over nieuwe wetten. Dat is wel vaker moeilijk voor christelijk-conservatieven. Zij snappen bijvoorbeeld vaak niet dat abortus niet verbieden nét zo belangrijk is als het verbieden van een opgelegde abortus. Terwijl dat de Europese democratische cultuur is waar Orbán vroeger nog hard voor heeft gevochten.

Dat Hongarije dat zomaar kan is een weeffout in de Europese verdragen. Maar zeker ook lafheid van vooral regeringsleiders, de Europese Commissie en de Europese Volkspartij, die niet durven doorpakken en zich verschuilen achter regeltjes. Bovenal is het natuurlijk ondemocratisch regeren van een voormalige democraat, die nu slechts uitblinkt in holle anti-communistische en niet ter zake doende retoriek. De premier mag vooral zijn eigen christelijk-conservatieve gedachtegoed hebben, net als het echtpaar Orbán. Maar door het opleggen van die waarden regeert hij over zijn volk heen en tegen de geest van Europa.

Huub Bellemakers is Hongarije-expert. Dit artikel verscheen eerder in aangepaste vorm op dejaap.nl. Twitter: @huubbellemakers