Angela Davis met Erich Honecker (DDR).
Angela Davis met Erich Honecker (DDR). © GETTY

'Cultuurmarxist' is een holle term waar je alle kanten mee op kunt

Eurofielen, feministen en zwarte activisten 'cultuurmarxisten' noemen is niet alleen potsierlijk, maar doet ook denken aan praktijken in de wereld waar Marx standbeelden had, betoogt Volkskrant-verslaggever Olaf Tempelman.

Hij is al 134 jaar dood, maar je moet Marx nageven dat hij als geen andere 19de-eeuwer zichzelf opnieuw weet uit te vinden. Zijn comeback in het Nederland van 2017 is verrassend. In West-Europa was zijn populariteit in de decennia na 1968 in het slop geraakt. Toen in Oost-Europa in 1989 ook nog volop standbeelden van hem sneuvelden, leek het marxisme weinig anders te resten dan de geschiedenisboeken. Niets blijkt nu minder waar: in politiek correcte krochten van onze samenleving houden zich heimelijk culturele marxisten schuil - ze komen voor als feministen, eurofielen, nakomelingen van slaven, lhbt-activisten, migratiehoogleraren, moslimpolitici, voorstanders van genderneutrale toiletten en meer.

Hun tegenstanders waarschuwen dat deze 'cultuurmarxisten' niet rusten voor ze onze natiestaat, tradities en trots net zo hebben uitgehold als revolutionaire proletariërs het grootkapitaal. Ouderwetse marxisten hadden het gemunt op bezitters van productiemiddelen, cultuurmarxisten hebben het gemunt op de witte westerse man die gehecht is aan zijn tradities en zijn natiestaat.

Is dat de logica achter het woord 'cultuurmarxisme'? Je mag het betwijfelen. In de keuze van die term - 90 jaar terug gemunt door Gramsci en daarna lang in de mottenballen van het proletarisch museum - lijkt iets anders mee te spelen: je manoeuvreert jezelf in een voordelige positie als je tegenstanders als marxisten bestempelt. Behalve de marxistische theorie is er immers ook 'de marxistische praktijk'. In de 20ste eeuw was het door Lenin gemodificeerde marxisme de staatsideologie in flink wat landen. Dodentallen lagen daar vaak hoog. Die geschiedenis van de 20ste eeuw geeft het begrip 'cultuurmarxisme' een omineuze lading: de waarschuwing voor het fenomeen zit ingebouwd in het woord.

Lijken 21ste-eeuwse cultuurmarxisten écht op 'de oude cultuurmarxistische wereld'?

Het is niet toevallig dat menig anti-cultuurmarxist aan Sovjet-praktijken refereert. Volkskrant-columnist Derk Jan Eppink vergelijkt de Europese Unie regelmatig met de Sovjet-Unie. Net als het oude Sovjet-imperium is de EU een grensoverschrijdend ideologisch project met als doel natiestaten te verzwakken. Net als Sovjet-elites negeren Europese elites gewone mensen die cultuurmarxistische dogma's moeten slikken. Thierry Baudet noemt de EU 'een cultuurmarxistisch project dat de vernietiging van de Europese beschaving tot doel heeft'. Cultuurmarxisten zijn net zo gebrand op het creëren van een nieuwe eurofiele, feministische, multiculturele mens als Sovjet-ideologen op hun 'nieuwe socialistische mens'.

Van dik hout zaagt men planken. Maar lijken 21ste-eeuwse cultuurmarxisten écht op 'de oude cultuurmarxistische wereld'? Studie van de voormalige Sovjet-wereld is niet populair. Anti-cultuurmarxisten suggereren dat die wereld internationalistisch en militant progressief was. Dat is een vertekend beeld dat, o ironie, lijkt op het vertekende beeld van fellow travellers van weleer.

Een bekende was de Amerikaanse communistische activiste Angela Davis. Als iemand ooit alle tentakels van de cultuurmarxistische octopus bezat, dan zij: én een militante zwarte vrouw én icoon van de Counterculture én hoogleraar feministische en Afro-Amerikaanse studies. In de vroege jaren zeventig was Davis kind aan huis in de DDR en de Sovjet-Unie. Een jonge zwarte vrouw met afrokapsel werd vrienden met oude witte mannen met uitgestreken gezichten in wie zij marxistische medestrijders herkende. Dissidenten waarschuwden Davis dat ze zich inliet met autoriteiten die repressiever en racistischer waren dan die van de VS. Ze geloofde hen niet. Maar had ze een blik geworpen in gevangenissen van landen waar ze Leninordes kreeg opgespeld, dan was ze daar gestuit op 'ontaarde' kunstenaars, schrijvers met 'kosmopolitische neigingen', al te vrijgevochten vrouwen, 'betrapte' homoseksuelen en leden van etnische en religieuze minderheden - een beetje het amalgaam van mensen dat in 2017 het etiket 'cultuurmarxisten' krijgt opgeplakt.

De cultuurmarxistische wereld 'die echt bestaan heeft' was autoritair, cultureel-conservatief en vaak nationalistisch. Er stonden standbeelden van oude nationale helden naast Marx en Engels. Op scholen werd het heroïsche verleden van het eigen land erin gestampt. Je kon er beter niet behoren tot een seksuele of religieuze minderheid. Of 21ste-eeuwse 'oikofobe' en 'xenofiele' cultuurmarxisten met deze wereld overeenkomsten vertonen, is de vraag.

Overlevingsstrategie

De oude Sovjet-wereld was gestoeld op de overtuiging dat het eigen gebied en de eigen dogma's werden bedreigd en ondermijnd. Dat de praktijkgedaante van het marxisme, op papier internationalistisch ('proletariërs aller landen, verenigt U'), zo snel nationalistisch werd, was minder een gevolg van 'dwalingen' of 'revisionisme' dan westerse marxismefans een halve eeuw terug beweerden.

Het zat hem voor een aardig deel in de logica van de leer. Daarin moet een onderdrukte klasse zich ontdoen van onderdrukkers - die onderdrukkers zijn 'klassevijanden'. Dat begrip 'klassevijand' is rekbaar. Lenin sprak al in 1917 van 'vijanden van het volk', een term die Robespierre 125 jaar voor hem had gebruikt. Van 'vijand van het volk' is het nog maar een stapje naar 'vijand van óns volk' of 'vijand van óns land'.

Het injecteren van marxisme met nationalisme was voor machthebbers een noodzakelijke overlevingsstrategie. Mensen bleken makkelijker te mobiliseren tegen vijanden van hun volk dan tegen vijanden van hun klasse. In het kielzog van de westwaartse opmars van het Rode Leger exporteerde Stalin het Sovjet-communisme naar Oost-Europa. Om van bovenaf opgelegde regimes een minimum aan populariteit te bezorgen, was nationalisme broodnodig.

Standbeelden en nationalistische evenementen konden onvrede over economische misère en isolement niet wegnemen

Thierry Baudet stelt dat het Sovjetimperium aan nationalisme ten onder ging. In werkelijkheid werd het decennia met nationalisme gestut. Waar nationale gevoelens in West-Europa mede door toedoen van het Europese eenwordingsproces aan kracht inboetten, werden die in Oost-Europa juist versterkt - een verschil dat zich doet gelden in de huidige EU.

In de ondergang van het Sovjet-imperium was nationalisme slecht incidenteel een factor, bijvoorbeeld in de Baltische staten. Op andere plekken schoot nationalisme juist tekort als panacee. Standbeelden en nationalistische evenementen konden onvrede over economische misère en isolement niet wegnemen.

De Sovjet-Unie was een bezettingsmacht die nationalisme gebruikte om vazalregimes een schijn van legitimiteit te geven. De EU begon als samenwerkingsverband tussen democratische landen die nationale soevereiniteit uit handen gaven en in dat proces decennialang hun bevolkingen mee kregen, al was het maar omdat die ervan profiteerden.

Wie wil, kan eurofielen blindheid voor nationale gevoelens verwijten, feministen en zwarte activisten het cultiveren van slachtofferschap en moslimpolitici een gebrekkige loyaliteit aan de westerse samenleving - al die mensen 'cultuurmarxisten' noemen is niet alleen potsierlijk, het doet ook denken aan praktijken in de wereld waar Marx standbeelden had. Het typische van de term 'cultuurmarxist' is namelijk dat je er net zo veel kanten mee op kunt als met 'vijand van het volk'.

Olaf Tempelman is verslaggever van de Volkskrant.