Zwolle

Het jongetje holt over het terras. Korte broek, shirtje van Ajax, De naam van Huntelaar op zijn rug. Bij ons tafeltje houdt hij even in....

Martin Bril

Even later komt hij weer voorbij. Deze keer stopt hij niet, maar roept hij ‘hoi’ in het voorbijgaan.

‘Hoi’, roepen we Huntelaar na.

‘En nu niet meer hollen’, zegt elders op het terras een man tegen het jongetje. ‘Op je stoel!’

Het is een mooie avond. Er zijn er nog niet veel geweest deze zomer. Het terras van het restaurant zit vol. De ondergaande zon schijnt over de heg. Af en toe passeert een auto. De bazin van de zaak heeft vanavond een serveerster die haar helpt. De baas staat in de keuken, en bakt entrecotes.

‘Ssssstttt’, klinkt het achter ons.

Wat een klassiek geluid is dat toch. Ssssttttt. Je hoeft je niet om te draaien om te weten wat er aan de hand is. Een kind dat moeilijk doet. Ouders die zich generen. Maar het is niet Huntelaar van daarnet, en het zijn ook niet zijn ouders. Het is een klein meisje dat op haar stoel staat en huilt.

‘Sssssttttt.’

Het is een geluid vol frustratie, machteloosheid en woede. Vader wilde graag uit eten. Moeder heeft ‘ja’ gezegd, ondanks haar bedenkingen. Eigenlijk zou de kleine meid moeten slapen. En iets te eten is er voor haar ook niet echt in zo’n Frans restaurant. Maar ja, meneer wil uit. Nou ja, hij heeft ook aandacht nodig. En het is inderdaad een mooie avond. Misschien wel de enige van de hele vakantie.

‘Sssssttttt.’

‘Hoi.’ Daar staat Huntelaar plotseling weer naast onze tafel. Hij heeft blauwe ogen die onbekommerd de wereld in kijken. ‘Ik kom uit Zwolle’, zegt hij.

‘Zozo’, zeggen wij, ‘Zwolle, dat is niet mis.’

Het jongetje knikt instemmend.

Een grote hand pakt hem bij zijn bovenarm. Als een mechanische grijper sluit hij om het smalle, witte vlees. ‘En nu blijven zitten’, sist zijn vader en hij sleurt zijn zoon terug naar zijn stoel. De serveerster kan het stel met moeite ontwijken.

Het huilende meisje is inmiddels door haar moeder van haar stoel geplukt. ‘Wat heeft ze?’, vraagt haar man. Moeder tilt het meisje op en ruikt aan haar kont.

‘Een volle broek’, zegt ze.

Hier ziet de man een kans. ‘Ik doe het wel’, zegt hij, en hij staat op, de tas met hulpstukken al in zijn hand. Moeder overhandigt hem het meisje en daar gaan ze, het restaurant in.

Ach, denken wij, kinderen. Zijn ze klein, dan lijkt het alsof ze nooit groter worden; zijn ze groot, dan zou je willen dat ze kleiner waren, hoewel taferelen als deze natuurlijk vermeden dienen te worden.

‘Pap, mag ik wijn?’, vraagt dan mijn oudste dochter.

Kijk, dat bedoel ik.

‘Als je 16 bent’, zeg ik dapper.

‘Ik ben bijna 16 man.’

‘Dat weet ik ook wel, maar toch krijg je geen wijn.’

‘Eikel’, kaatst ze terug en ze zet haar iPod op.

Tsja.

‘Hoi’, klinkt het dan onverwachts. Huntelaar staat weer aan tafel, een doordouwer duidelijk – die laat zich aan het ouderlijk gezag niets gelegen liggen.

‘Hoi’, zeggen we terug.

‘Komen jullie niet uit Zwolle?’, vraagt het jongetje dan. Een goeie vraag, bij nader inzien, een vraag waarmee we de rest van de mooie avond toe kunnen met het hele gezin.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden