Zwoele anti-stad

Majid bin Said had grote plannen. Toen de sultan van Zanzibar in de negentiende eeuw besloot een paleis te bouwen aan de Oost-Afrikaanse kust, had hij duidelijk voor ogen hoe de nieuwe stad eruit moest zien....

Typisch 'Dar', zoals de 'Haven van Vrede' liefkozend wordt genoemd: in het oude centrum staan rijen schoenen. Slippers, laarzen, pumps en gympen. Veel hoogstmodern spul. Het is de koopwaar van mensen die zich geen eigen winkel kunnen veroorloven en daarom hun schoeisel dwars over het verzakte trottoir hebben uitgestald. Mildbehakte kantoordames en straatkinderen op blote voeten gaan er zonder interesse aan voorbij.

De doelloze schoenenpromenade ligt in de buurt van India Street. Het is een van de bekendste straten van de stad, vernoemd naar een land dat niet eens in Afrika ligt. Het is tekenend voor Dar. Trouwens, deze hoofdstad van Tanzania is niet eens de hoofdstad van Tanzania. Om die te vinden, moet je een paar honderd kilometer naar het westen.

Zoals elke bezoeker van Braziliaar Rio de Janeiro wil, terwijl Brasilia de hoofdstad is; zoals elke reiziger naar Ivoorkust in Abidjan aankomt, terwijl Yamoussoukro de hoofdstad is; zo komt iedereen op weg naar Tanzania als vanzelf in Dar es Salaam uit, terwijl Dodoma de speciaal als hoofdstad gebouwde hoofdstad is.

Daar, in wat zo'n beetje het midden van het land is, beleggen eens in de zoveel tijd ministers en parlementari hun vergaderingen. Ze wonen bijna allemaal in Dar en lossen zich voor een poosje op in het niets van een even kunstmatige als lelijke hoofdstad. In hun kielzog, als marketensters van een politieke brigade, trekken de hoeren en secretarissen van buitenlandse ambassades met hen mee. Daarna wil iedereen snel weer weg, terug naar de anti-stad.

Niemand lijkt te willen weten hoeveel mensen precies in Dar wonen, maar 'drie miljoen' is een getal waarbij de meesten instemmend knikken. Dan moet het er, zeker in het centrum, toch letterlijk en figuurlijk zwart zien van de mensen. Het is niet echt het geval, alsof de meeste Tanzanianen zich er het liefst onzichtbaar houden, zich verbergen achter de luchttrillingen die het vochtige tropenklimaat er voortdurend lijkt te veroorzaken.

In het begin van de jaren zestig, kort na de onafhankelijkheid van de Britten, leek in Dar es Salaam eindelijk een begin met de eigen geschiedenis gemaakt te worden. Sterker nog, Dar was het centrum voor studerende en debatterende, zonder uitzondering linkse jonge intellectuelen vanuit het gehele continent, die er de grondslagen meenden te leggen voor een eigen, Afrikaanse revolutie.

Het is alsof je hen nog kunt zien zitten op het terras van het Palm Beach Hotel, dat geheel in Darstijl weinig met palmen en helemaal niets met strand te maken heeft. Hier werd de maatschappelijke omwenteling gepland die mogelijk elders in Afrika maar zeker nooit in Dar met succes van de grond is gekomen. De Griekse eigenaar van het hotel heeft ze allemaal zien komen, allemaal Kilibier en Fanta zien drinken, en allemaal zien verdwijnen.

De Arabieren, de Duitsers, de Indi, de Britten: een voor een hebben ze gepoogd van Dar een heuse stad te maken. De Tanzanianen, de echte inwoners, zagen het vanuit de boomschaduwen rustig aan, zonder hun tropenritme al te diep te laten verstoren. Al zoveel illusies waren in de Haven van Vrede verzonken; op een gegeven moment zouden ook de buitenlanders het bezwete hoofd wel in de schoot leggen.

Nu zijn het de Zuid-Afrikanen die van Dar es Salaam een plek met karakter willen maken. Bij de meeste hijskranen die je in de stad ziet, hoort een nieuwe investering uit het land dat de Tanzanianen hielp om zich te verlossen van de apartheid. Waar straatverkopers, winkeliers in kleine 'dukas', of fietsers met de mand op de bagagedrager steeds genoeg te bieden hadden, verschijnen nu zelfs echte supermarkten.

De meeste Zuid-Afrikanen hebben bij Dar visioenen van Kaapstad, maar dan een altijd warm, altijd zwoel Kaapstad, waar langs de kant van een nieuw 'Waterfront' iedereen zich wentelt in genot. Vreemd, zie je de Tanzanianen denken: alsof ook maar iemand hier daarvoor het geld zou hebben.

Het lijkt de wilde slotakte van een eerder steeds schoorvoetend en fluisterend gespeeld drama te worden. De Zuid-Afrikanen willen een stad die nu niet eens op zichzelf lijkt, in haar tegendeel doen verkeren.

Vrede is een droom. Dromen zijn bedrog. De Haven van Vrede koestert haar eigen onwerkelijkheden, draait zich om in haar eigen luchtspiegelingen. Zij is een anti-stad. Een prachtplek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden