Zwijnenparels

We verspillen ons voedsel, we kopen te veel, koken te ruim, zijn te kieskeurig. En slordig. Een derde wordt weggegooid. Waar gebeurt dat? V zet het voor u op een rij en zoekt een oplossing.

Angst voor te weinig, dat is volgens de Wageningse wetenschapper en specialist duurzame voedselketens Toine Timmermans de motor achter voedselverspilling in de wereld. Van landen die graan en rijst oppotten om hun bevolking in tijden van schaarste te kunnen voeden (en oproer te voorkomen), tot supermarkten die geen nee willen verkopen en thuiskoks die toch maar wat extra maken - je weet immers maar nooit: de angst voor te weinig leidt altijd tot te veel. En wat te veel is, wordt weggegooid.


Van al het voedsel dat in de wereld wordt geproduceerd gaat een derde verloren, aldus Global Food Losses and Food Waste, een onderzoek uit 2011 van de VN landbouworganisatie FAO. Dat is 1,3 miljard ton prima eten. De Nederlandse bijdrage daaraan is tussen de 1,4 en 2,5 miljoen ton per jaar: 83 tot 151 kilo per hoofd van de bevolking.


Bij schattingen van voedselverspilling worden ruime bandbreedtes aangehouden, want de cijfers zijn omgeven met onzekerheden. Zo worden verschillende definities van verspilling gehanteerd. Afsnijdsels van friet die het veevoer in gaan: is dat verspilling of nuttig hergebruik? Een akker met uien die wordt doorgedraaid omdat de prijs te laag is, wordt niet altijd geboekt, maar is eigenlijk wel verspilling. Ook wordt gebrekkig gerapporteerd door boeren en bedrijven. Cijfers over verspilling zijn concurrentiegevoelige informatie, zegt Timmermans. 'En het is ook nog steeds een taboeonderwerp.'


Hoe komt het dat we zo veel verspillen? En waar lekt ons eten weg? Een overzicht van voedselverspilling in vier stadia. En een paar mogelijke oplossingen.


1 Op de boerderij Bijdrage aan verspilling: 35 procent

Boeren zijn sterk afhankelijk van externe factoren: het weer, de markt. Het is een systeem waarin risico's zitten ingebakken: op tekorten, maar ook op overschotten. Zitten de omstandigheden tegen, dan zijn de oogsten laag en dreigen er tekorten. Maar zit alles mee, dan leidt dat onherroepelijk tot overproductie. Wat het extra lastig maakt: een veld met uien of een boomgaard met appels is geen machine: je kunt het niet uitzetten als halverwege het seizoen blijkt dat er te veel is. Met de globalisering van de voedselmarkt wordt dat ook steeds moeilijker te voorspellen. Dus verdwijnt goed voedsel in veevoer, de vergister of - erger nog - wordt doorgedraaid.


Dit stadium van verspilling speelt vooral bij bederfelijke etenswaren: verse groenten en fruit. Denk ook aan de visserij: wereldwijd gaat 6 tot 15 procent van de gevangen vis meteen overboord: te klein, beschadigd, buiten het quotum. Precieze cijfers zijn lastig te geven, omdat veel nooit wordt geregistreerd. Het aandeel van de primaire sector in de verspilling is mede zo groot, omdat verliezen in opslag en transport hierin worden meegerekend. In ontwikkelingslanden bederft veel voedsel door gebrekkige opslag en transport. Dat kan in extreme gevallen oplopen tot 50 á 60 procent.


2 In de fabriek Bijdrage aan verspilling: 5 procent

Een fabriek kan wel plannen, dus verspilling door te veel is hier minder aan de orde. Fabrieken produceren wel veel 'afval' dat nog prima voedsel is. Hier ligt de grootste uitdaging erin om bijproducten en reststromen nuttig te verwerken. Zo wordt uit 1 kilo aardappelen 500 gram friet gehaald. Van wat overblijft, worden nog zoveel mogelijk eetbare zaken gemaakt zoals aardappelkroketjes en chips. Maar een deel gaat toch verloren. Afval is er ook in snijderijen waar verse groente panklaar wordt verpakt. Verspilling in de fabriek wordt vaak veroorzaakt door menselijke fouten, zegt Timmermans. Een knopje verkeerd ingedrukt, een nulletje te veel, een afwijking in de receptuur, een foutje in de verpakking en het eindproduct is weliswaar nog prima eetbaar, maar niet meer verkoopbaar. Vooral bij A-merken steekt dat nauw. Soms worden dit soort producten gedoneerd aan voedselbanken, verkocht in bedrijfswinkels of als B-product in 'ver weg' landen. Maar vaker belanden ze in het veevoer of de verbrandingsoven.


3 In de supermarkt Bijdrage aan verspilling: 4-7 procent

Angst voor lege schappen is de drijfveer achter verspilling in de supermarkt. Een mooi voorbeeld is brood, zegt Timmermans. Supermarkten hebben een afspraak met de broodfabriek dat die al het onverkochte brood terugneemt. En dus eisen ze dat er tot winkelsluiting brood in het schap ligt; wat onverkocht blijft sturen ze terug. En morgen ligt er weer vers. Op die manier komt 5 tot 7 procent van het brood in veevoer terecht. De bijdrage van supermarkten aan de totale verspilling is relatief gering, maar door hun manier van werken veroorzaken ze wel afval in andere stadia van de keten. Door bijvoorbeeld de consument te verlokken meer te kopen dan hij nodig heeft: twee voor de prijs van een. Of door kwaliteitseisen te stellen aan het uiterlijk van groenten. Een bekend voorbeeld zijn de 'kromkommers': komkommers die niet mooi recht zijn. Een Brits onderzoek in 2009 vond dat 25 tot 30 procent van de wortelen niet voldeden aan de eisen van supermarkt. Die worden er dan door de boer al uit gesorteerd. De verspilling verschilt per supermarkt, zegt Timmermans. Een supermarkt met een breed assortiment gooit meer weg dan een goedkope discounter. Simpelweg omdat die laatste minder moeite heeft met lege schappen. In Nederlandse supermarkten wordt jaarlijks voor zo'n 350-450 miljoen euro (verkoopprijs) verspild. Dat is vooral groente, fruit, brood en zuivel. Een supermarkt die een pak koffie moet weggooien, is wel heel raar bezig. Als je horeca en catering meerekent, is dit deel van de productieketen goed voor 9 procent verspilling.


3 Thuis Bijdrage aan de verspilling: 30-50 procent

De consument is de grootste verspiller van allemaal. In Europa wordt een derde tot de helft van de totale voedselverspilling veroorzaakt door de consument, in de VS zelfs nog meer. Onthullend om te zien is dat we vooral veel weggooien omdat we het ons kunnen permitteren. In Nederland verspilt de gemiddelde consument een slordige 50 kilo eten per jaar, goed voor 155 euro per persoon. Met zijn allen gooien we zo jaarlijks 2,6 miljard euro weg. In gebieden waar voedsel schaarser is, zoals Afrika, Zuid-West Azië en Latijns-Amerika is dat vele malen minder. Voedselverspilling is een teken van weelde. De redenen van voedselverspilling door consumenten zijn eenvoudig en herkenbaar: we kopen te veel, we koken te ruim, we zijn te kieskeurig. En slordig.


Een berucht voorbeeld is rijst. Volgens berekeningen van Milieu Centraal, dat consumenten voorlicht over milieubewust gedrag, verdwijnt 38 procent van alle gekookte rijst in de vuilnisbak omdat we de hoeveelheid niet goed hebben ingeschat. Bij pasta is dat 23 procent. We vertrouwen ook niet meer op onze neus: 15 procent van de voedselverspilling komt voor rekening van producten die worden weggegooid omdat de (tenminste houdbaar tot) datum is verstreken; terwijl het product in kwestie negen van de tien keer nog prima eetbaar is. Voor kliekjes halen we onze neus op. Voedselverspilling bij de consument is des te schadelijker omdat er in deze fase al veel energie is gebruikt om het voedsel tot hier te brengen in de vorm van transport, productie en distributie. Daar komt bij dat er in deze fase niet zoveel meer met het afval gedaan kan worden. Reststromen van de fabriek of het land vinden nog wel vaak hun weg in veevoer of afgeleide producten (sap, stroop, appelmoes), maar wat de consument weggooit, is dat stadium al voorbij. Tweederde van het voedsel dat in Nederland naar de verbrandingsoven gaat, komt van consumenten.


De oplossing

Als we weten hoe voedselverspilling wordt veroorzaakt, is de volgende vraag: wat kunnen we eraan doen? Dat is niet altijd even gemakkelijk.


Overproductie in de landbouw zou volgens de FAO kunnen worden tegengegaan als boeren meer zouden samenwerken en het tekort van de een kan worden opgevangen door het overschot van de ander. Maar boeren zijn ook elkaars concurrenten, dus erg voor de hand ligt dat niet.


Om verspilling van vis terug te dringen heeft de Europese Unie onlangs een verbod aangekondigd op het overboord zetten van bijvangst. Vissers protesteren daar tegen, omdat het extra werk en opslagcapaciteit aan boord vergt. Dit verbod wordt de komende jaren geleidelijk ingevoerd.


Verspilling in de handel kan worden voorkomen door regels af te schaffen die eisen stellen aan het uiterlijk van groenten zoals komkommers. Supermarkten weren producten met een afwijkende vorm omdat consumenten die niet zouden kopen. Dat blijkt in de praktijk best mee te vallen.


Betere afstemming tussen boeren, fabrieken en supermarkten kan ervoor zorgen dat er minder onnodig wordt verspild. En als er dan toch iets overschiet: zoek manieren om van afsnijdsels en restproducten iets te maken dat door mensen gegeten kan worden in plaats van ze meteen tot veevoer te verwerken. Zo is er een fabrikant die van oud brood nieuw brood bakt. Nu is weggooien nog vaker goedkoper dan hergebruik. En wellicht moeten supermarkten toch vaker nee durven verkopen.


Maar de grootste kans om verspilling tegen te gaan, ligt bij de consument. Bij FoodBattle, een proefproject met 62 huishoudens in Apeldoorn, Lochem, Brummen en Eerbeek bleken consumenten in drie weken tijd 20 procent minder voedsel weg te gooien. Dat resultaat werd bereikt met eenvoudige aanpassingen zoals boodschappenbriefjes maken voordat je naar de winkel gaat, maaltijden beter plannen, kliekjes bewaren (en opeten!), aan potjes ruiken voordat je ze weggooit. Het opsparen van een week afval om te zien hoeveel je weggooit, bleek ook een probaat middel tot bewustwording.


Nederland haalt zijn doelstelling niet


Voedselverspilling gold lange tijd als een onderwerp dat niet sexy was. Maar sinds een paar jaar staat het hoog op de politieke agenda. Er is een gevoel van onzekerheid over de voedselvoorziening in de toekomst: de wereldbevolking stijgt, hulpbronnen (land, water) worden schaarser. Tegengaan van verspilling is dan een goed middel om wat we hebben beter te benutten. Denk ook aan de positieve effecten voor de klimaatbelasting: als we minder verspillen, hoeven we ook minder te produceren. Terwijl we er geen hap minder om hoeven eten.


Voor Nederland zette voormalig minister Gerda Verburg, nu permanent vertegenwoordiger bij de FAO, in 2009 het onderwerp op de agenda met de nota Duurzaam Voedsel. Verburg nam daarin de doelstelling op dat Nederland in 2015 20 procent minder voedsel zou verspillen.


Dat leek haalbaar, maar onlangs is een tussenstand opgemaakt in de Monitor Voedselverspilling. Die stemt niet vrolijk: in vergelijking met 2009 wordt nu per hoofd van de bevolking in Nederland eerder meer dan minder voedsel verspild. Het ziet er dus niet naar uit dat die doelstelling wordt gehaald. De nieuwe staatssecretaris Sharon Dijksma heeft aangekondigd nog voor de zomer met een actieplan te komen om te zien of de ambitie toch nog gehaald kan worden.


Damn Food Waste


Op 29 juni wordt op het Museumplein in Amsterdam een Damn Food Waste lunch geserveerd aan vijfduizend gasten. De maaltijd is bereid met voedsel dat anders zou zijn weggegooid. Met de actie wordt aandacht gevraagd voor voedselverspilling in Nederland. De lunch begint om 12.00 uur. Opgeven kan op damnfoodwaste.com. Daarop kun je ook het pact tegen voedselverspilling ondertekenen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden