Zwierige accenten en toch stoer

De shows van Nederlandse ontwerpers op de vierde editie van Boutyq maken het gemis aan mannenmode tijdens de Amsterdamse Fashion Week enigszins goed.

Amsterdam -En daar kwamen dinsdagavond dan toch nog de mannen.


Tijdens de Amsterdam International Fashion Week, die vorige week plaatshad, kwam Bas Kosters met een gemengde show, en er waren twee beginnende ontwerpers die mannenmode lieten zien. Voor de rest draaide eigenlijk het hele programma om vrouwenmode. Jammer, want juist binnen de mannenmode gebeurt op dit moment veel, ook in Nederland.


Het gemis werd enigszins goedgemaakt op de vierde editie van Boutyq, een door een haarmerk gesponsord mode-evenement in Amsterdam dat 'een platform' wil zijn voor 'vernieuwende mode'. Nederlandse mode, maar ook buitenlandse.


Die laatste kwam ditmaal van het Britse merk Unconditional, de hoofdact van de avond. Unconditional maakt rock-'n-rollmode voor vrouwen en mannen die zwaar leunt op de stijl van de Amerikaanse ontwerper Rick Owens. Broeken met ritsen in de pijpen, dramatische capes, asymmetrische poncho's, veel leer, lange jurken, jacks met dramatische kragen, sjaals en truien van zeer dikke wol; best mooie en draagbare stukken, maar niet altijd even verfijnd uitgevoerd of erg verrassend.


Interessanter waren de Nederlandse shows. De avond werd geopend door Francisco van Benthum, die naam heeft gemaakt met scherpe, opvallende mannenmode. Vijf seizoenen showde hij die, met steun van het Fonds Beeldende Kunst, in Parijs, maar de kleren werden niet opgepikt door inkopers. Vorig jaar begon hij twee nieuwe, goedkopere lijnen: Van Benthum (pakken) en FvB (uitgesproken kleren), inmiddels samengevoegd tot een merk: Francisco van Benthum white label, dat meer neigt naar het klassieke dan naar het avant-gardistische. Die slaat wel aan: er zijn nu al 25 verkooppunten.


De begrenzing die Van Benthum zich in zijn nieuwe merk oplegt werkt dan ook wonderwel. De voorheen ferme uitspraken zijn vertaald naar subtiele details die ervoor zorgen dat zijn kleren net genoeg afwijken van het bestaande aanbod om bijzonder en modieus te zijn, zonder in te boeten aan draagbaarheid.


Overhemden hadden piepkleine kraagjes, broeken waren net iets korter en strakker of wijder en losser dan normaal, jasjes vaak verrassend kort. Een montycoat werd uitgevoerd in klassieke grijze flannel, een bomberjack was gemaakt van twee kleuren groen. Helemaal in de mannentrend van najaar 2011 paste een elegant pak met een tikje losvallend double-breasted jasje en een broek met rechte, wijde pijpen.


Ook Jeroen van Tuyl, wiens naar hem zelf genoemde label dit jaar tien jaar bestaat, showde zijn mannenmode een tijdlang tijdens de Parijse mannenmodeweek. Hij is daar alweer een paar seizoenen mee gestopt, maar verkoopt zijn mannenmode nog wel vanuit zijn eigen Parijse showroom; zijn kleren hangen nu in elf winkels.


Ook hij heeft inmiddels een tweede lijn, Van Tuyl, met truien en vesten. Met dat tricot - dat opviel door de asymmetrische sluitingen - opende hij dinsdag zijn show. Daarna lag de nadruk op zijn eerste lijn: stoere jassen, een wijde cape, jasjes met rechte schouders boven smalle broeken, een jasje en een top met een vierkante halslijn; Van Tuyl heeft een mannelijke, bijna hoekige stijl.


Glasscherven waren het verbindende thema binnen zijn nieuwe najaarscollectie. Van in schervenvormen gesneden dik leer waren een broek en een top gemaakt, enkele jasjes en broeken kwamen in stof met een schervenmotief, over effen pakken werden grote zijden sjaals met hetzelfde dessin gedragen - zelfs stoere mannenmode verdraagt tegenwoordig zwierige accenten. Mooie aanvulling op het geheel waren ook de halskettingen met verzilverde glasscherven eraan.


Als jong talent had Boutyq gekozen voor Jan Boelo, een 22-jarige ontwerper die vorig jaar afstudeerde aan de Utrechtse kunstacademie. Voor iemand die nog maar zo kort bezig is, zette hij een volwassen collectie neer: goed gemaakt, energiek, en de mannenkleren (capes en oversized truien over smalle broeken) sloten prima aan bij de vrouwenstukken (capes, jasjes, bustierjurken die grensden aan het ordinaire).


De in zwart en zilver uitgevoerde collectie was gebaseerd op Sweeney Todd en het 'niet altijd leuke' leven van kunstenares Ans Markus, zo meldde het persbericht. Maar Boelo's stage bij het in luxeversies van straatmode gespecialiseerde Franse modehuis Balmain had ook zichtbaar sporen achtergelaten.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.