Zwiebel

In zijn pornografische roman Eens, op een mooie avond schrijft Louis Paul Boon over een 'zwiebel' (penis) die twee gaatjes heeft....

Chantal Ophoff, zo noemde de dame zich, vond twee gaatjes ook al niets bijzonders. Zij betrok haar sex al sinds jaar en dag bij mannen van een leeftijd waarop de bloedstuwing nog optimaal is en dan zag je dat verschijnsel altijd. Zei Chantal. Nu was mij dat, in de tijd dat ik zelf nog optimaal erigeerde, niet zo opgevallen, maar Chantal's brief ontleende uiteraard enige overtuigingskracht aan het gegeven dat vrouwen dit fenomeen nu eenmaal van dichterbij kunnen gadeslaan dan degene wiens zwiebel het betreft.

Ik heb die brief niet beantwoord. Chantal wilde net iets te graag met mij over zwiebels corresponderen. Ze wilde van mij bijvoorbeeld wel eens weten waarom mannen soms 'in twee stralen plassen'. Dat komt, Chantal, doordat ze tussen hun ritssluiting gezeten hebben of in Korea hebben gevochten. Althans dat zegt de folkloristische verklaring.

Twee jaar later bleek: Chantal Ophoff is een man. Onder zijn pseudoniem had hij columnisten aangeschreven met de bedoeling hun antwoorden te publiceren in een tijdschrift. Dat zou leuk geweest zijn als er leuke antwoorden waren gekomen. Maar die kwamen niet en de mystificatie mislukte. Uiteindelijk heeft Chantal haar brieven en enige zakelijke antwoorden (van Jan Blokker, Rudy Kousbroek en anderen) afgedrukt in haar eigen tijdschriftje, Meeuwengekrijs.

En het is zo eenvoudig. Chantal had haar columnisten gewoon moeten schrijven dat ze verliefd op hen was geworden, had moeten verzoeken: schrijft u mij niet terug, want ik weet dat onze liefde een onmogelijke is. Dàt werkt; dan krijg je gegarandeerd antwoord.

Zoiets deed Paul Desforges. Zijn gedichten werden steeds maar afgewezen door het toonaangevende tijdschrift Mercure de France, tot hij ze ging inzenden onder een pseudoniem: juffrouw Malcrais de la Vigne. Ze deed er hartelijke briefjes bij voor de redacteur, met het gevolg dat die redacteur verliefd op haar werd en al haar gedichten plaatste. Deze anekdote wordt vaak verteld met Voltaire als slachtoffer. Hij zou juffrouw Malcrais' liefde beantwoord hebben, maar dat is niet juist. Wel was Voltaire, als lezer van de Mercure, zeer gecharmeerd door haar gedichten en hij heeft juffrouw Malcrais inderdaad een gedicht gestuurd met als slotregel: 'En gij zult voort mijn muze zijn.' Het is maar goed dat daar nooit iets van gekomen is.

'Omdat je op alles voorbereid moet zijn, had ik een wandelstok gekocht met daarin verborgen een degen, voor het geval dat het een hinderlaag zou zijn.' Dat schreef Prosper Mérimée op 23 januari 1833 aan Stendhal. Mérimée ging naar een afspraakje met een lezeres. Hij sloot niet uit dat het een mystificatie betrof, maar als dat het geval was, zou hij zijn degen trekken in plaats van zijn zwiebel. Uiteindelijk is hij met haar alleen in een schaars verlichte kamer. 'Ik zag', schrijft Mérimée, 'dat zij zeer kleine en welgevormde voeten had. Zij hief haar voet op opdat ik die beter kon bewonderen. Deze beweging had tot gevolg dat ik ongeveer zes duim van haar andere been kon zien (. . .) Daar kreeg ik onmiddellijk een hevige erectie van.' Het hoogtepunt van de ontmoeting: Mérimée kust de uitgestoken voet. 'Zij werd doodsbleek.'

Zo eenvoudig is het. Maar Chantal moest het zo nodig over zwiebels hebben, over niet één, maar twee gaatjes. Had Chantal me maar geschreven dat zij de fijnste voetjes had, gestoken in leder dat menig mooi boek had kunnen binden. Wie weet. Misschien had ik haar brief dan wel beantwoord. Bibliomane vrouwen. Die trekken me wel.

Ed Schilders

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden