Zweven in de groove

Oosterse gitaren en weelderige klanktapijten. De psychedelische muziek uit de jaren zestig is terug. Nu dansbaar en met groove.

Noem de term psychedelica en de jongens van Temples veren op van hun houten bankje. Ze zitten in de gang boven een uitverkochte concertzaal in Manchester, waar ze die avond zullen optreden voor een kleine duizend man. Het gesprek gaat over hun muzikale voorkeuren en invloeden. Wanneer het p-woord valt, is de reactie eerder alert dan enthousiast. Het mag dan zo zijn dat het Britse Temples met Sun Structures een ijzersterk popalbum vol psychedelische klankpatronen heeft afgeleverd, met zo'n woord moet je oppassen. Het is een beetje zoals bassist en oprichter van de band Tom Warmsley meteen haast verdedigend roept: 'Iedere gitaarband met een wah-wahpedaal noemt zich tegenwoordig psychedelisch. Het is een toverwoord zonder inhoud.'


Waarna zanger-gitarist James Bagshaw er bijna automatisch aan toevoegt: 'Het recyclen van postpunk uit de vroege jaren tachtig is weer even uit de mode. De psychedelische jaren zestig zijn terug. We vinden onszelf geen trendvolgers, maar het is ook flauw om te ontkennen dat we door The Byrds en Pink Floyd zijn beïnvloed.'


Gelukkig maar want het veel bejubelde debuut begint met een typische 12-snarige gitaar die sinds The Byrds jingle-jangle-gitaar is gaan heten. Deze Shelter Song, vorig jaar ook de eerste single van Temples, zet de toon voor een plaat vol verwijzingen naar de (psychedelische) jaren zestig: vervormde zang, vaak gedubbeld; oosters aandoende gitaren, zwevende toetsenpartijen en een weelde aan gestapelde klanken uit wat een mellotron of theremin lijkt. 'Maar die konden we niet betalen, dus die komen uit onze laptop', lacht Bagshaw. 'Bovendien pasten die instrumenten niet in mijn kamer.'


Die kamer bevindt zich in het ouderlijk huis van Bagshaw. In Kettering, een plaatsje anderhalf uur ten noorden van Londen, waar volgens Bagshaw niets te doen was en dat dus alle gelegenheid bood om zelf muziek te gaan maken.


Tom Warmsley en James Bagshaw kenden elkaar van andere bandjes uit het dorp toen Warmsley de zanger-gitarist benaderde om samen eens wat te gaan doen. Bagshaw: 'Dat was een paar jaar geleden, we hadden onze studie er al aan gegeven. We zaten dagen in een klein kamertje. Gitaren, laptop en drums, al konden we die laatste 's avonds na tien uur niet gebruiken. Werd de buurt gek van.'


Het idee was: liedjes maken die breed gearrangeerd moesten zijn, maar ook werden gedreven door een stevige beat.


Hun favoriete muziek, voor een deel afkomstig uit de collecties van hun ouders en verder uit eigen onderzoek op Spotify, was die van Soft Machine, de vroege Pink Floyd, Moody Blues, T-Rex en The Byrds. Maar Warmsley eiste van Temples-liedjes al snel dat ze niet moesten ontsporen. 'Psychedelisch betekent ook vaak oeverloos of freaky. Door ieder nummer een straffe Motown-soulbeat te geven, ontkwamen wij daaraan.'


Daardoor zijn Warmsley en Bagshaw in hun teksten misschien wat al te zeer blijven hangen bij vage verwijzingen naar wat zij bijzonder of irrationeel ervaren. Bagshaw: 'We heten Temples omdat het een woord is dat zowel aardse zaken als meer spirituele dingen symboliseert.' En ook zijn zij de eersten om toe te geven dat teksten bij hen het sluitstuk zijn en de psychedelische elementen niet veel verder reiken dan het hergebruik van kaleidoscopische beelden uit het gouden psychedelische tijdperk.


Warmsley, lachend: 'Ja, het is nog een beetje een spel, met titels als The Golden Throne, Colours To Life en Fragment's Light. Dat kan nog wel beter, ja.'


Maar het werkt vooralsnog en wat Temples inderdaad onderscheidt van vroegere psychedelica van bijvoorbeeld Pink Floyd of The Grateful Dead of neo-psychedelische bands als Tame Impala en TOY, is het strakke liedjes-keurslijf. Sterke melodieën, ondersteund door een strakke bas en een knalharde drumsound, weken de muziek van Temples los uit de jaren zestig.


Mogelijk tref je hierdoor bij Temples-concerten een opmerkelijk jong publiek aan. Waar veel artiesten met een jarenzestigfixatie hun gevolg vooral halen uit de wat oudere lezerskring van gespecialiseerde tijdschriften als Record Collector en Shindig!, spreekt de groove van Temples ook jongere, meer danslustige muziekfans aan.


In de Acadamy 2 in het universiteitsgebouw van Manchester verandert het publiek bij Temples een paar uur na het interview in een kolkende, dansende, alles meezingende meute.


Iets wat Warmsley en Bagshaw op de bank die middag ook voorspelden. Warmsley: 'Het publiek gaat los, we worden behendiger in het neerzetten van een stevige dance-sound. Zo'n groove kregen de liedjes steeds vrij laat. Temples was eigenlijk vooral een studiodingetje van James en mij. We probeerden van alles uit, zonder plannen met die muziek het podium op te gaan. Die kwamen pas na enig aandringen.'


Live is Temples een viertal, maar het geluid lijkt in Manchester wel van het dubbele aantal muzikanten te komen. De zang en de gitaar van Bagshaw lijken op z'n minst gedubbeld. 'We hebben zo onze trucjes', zegt hij over het Temples-studioproces en de livesound. En wie Temples-frontman Bagshaw aanschouwt met zijn donkere bos krulletjes als die van een jonge Syd Barrett of Marc Bolan, vraagt zich af waar die twijfel vandaan komt om met Temples de podia op te gaan.


Bagshaw: 'Het is geen onzekerheid, ik vind componeren gewoon zo leuk. Niks leuker dan knutselen met net iets te weinig basismateriaal. Dat maakte het thuis opnemen ook zo aardig. Met een producer werken, hadden we nooit gekund. Het produceren is deel van ons scheppingsproces.'


Warmsley: 'Andere bands zeggen tegen een producer: Hier zijn onze liedjes, we willen een psychedelisch sausje, lukt dat? Zo kunnen wij niet werken.'


Al bewonderen Warmsley en Bagshaw wel degelijk producers als Tony Visconti en Jack Nitzsche. Bagshaw: 'Visconti maakte Marc Bolan in T-Rex tegelijk buitenaards én aantrekkelijk voor een groot publiek.' Warmsley: 'Jack Nitzsche was veelzijdiger dan Phil Spector. Dat orkest in Expecting To Fly van Buffalo Springfield. Ultiem psychedelisch en toch toegankelijk.'


Psychedelica, zo besluit James Bagshaw terwijl hij zich opmaakt voor de soundcheck, is een vaak misbruikt woord in de popmuziek. 'Is Temples een psychedelische band? Kweenie. Mijn bewondering voor wat Nitzsche of Pink Floyd aan de associatie met het woord heeft bijgedragen is te groot. Maar luister naar Tame Impala, TOY of The Horrors en ja, er is iets wat ons verbindt. Iets psychedelisch wellicht.'


The Zombies


Natuurlijk, zoals van iedere popgroep met een hang naar de jaren zestig zul je ook van Temples geen kwaad woord horen over The Beatles. Ook The Small Faces en The Kinks worden door de band uit het Britse Kettering een warm hart toegedragen.


Maar de grootste favoriet, zeker van zanger James Bagshaw, is The Zombies.


The Zombies wordt de laatste tijd steeds vaker genoemd als grote invloed van artiesten die net als Temples gefascineerd zijn door de 'baroque pop' en psychedelica uit de jaren zestig, zoals kennis en geestverwant van Temples, de Nederlander Jacco Gardner.


Het werk van The Zombies is de laatste jaren weer goed verkrijgbaar, zodat voor iedereen makkelijk is vast te stellen dat de band rond toetsenist Rod Argent en zanger Colin Blunstone meer moois heeft gemaakt dan de hits She's Not There (1966) en Time Of The Season (1968). Het album Odessey & Oracle (1968) is niets minder dan een psychedelisch popmeesterwerk en wordt ook steeds meer als zodanig erkend.


Oude psychedelica


Temples zijn fans van T-Rex, de band van de vooral in Groot-Brittannië tot tiener-idool uitgegroeide Marc Bolan (1947-1977). De zang van James Bagshaw refereert vaak aan die wat dunne, maar verleidelijke stem van Bolan. Voordat T-Rex in de vroege jaren zeventig hits scoorde met glam-rock nummers als Jeepster en Get It On, voer de band als Tyrannosaurus Rex in meer psychedelisch vaarwater. Producer Tony Visconti stuurde het geluid langzaam meer richting hitparade.


Het kapsel van Temples-voorman James Bagshaw is gemodelleerd naar dat van Bolan, maar ook verwant aan dat van de eerste Pink Floyd zanger Syd Barrett.


De Pink Floyd van Piper At The Gates Of Dawn (1967) met Lucifer Sam of van singles Arnold Layne en See Emily Play van een jaar eerder, dat was de Pink Floyd van Syd Barrett en daar wil Temples best mee worden geassocieerd. Je kunt niet zeggen iets met de psychedelische jaren zestig te hebben en niet van Pink Floyd houden. Maar, zegt Bagshaw: 'minder cool, maar veel belangrijker in mijn muzikale groei naar volwassenheid, was voor mij de plaat Days Of Future Passed (1967, de plaat met Nights In White Satin, red.) van The Moody Blues. Zang en orkestraties, alles vloeit samen tot een psychedelische meesterproeve.'


Tame Impala en Jagwar Ma


Twee bands afkomstig uit Australië. Tame Impala's albumdebuut InnerSpeaker (2010) veroorzaakte een golfje aan neo-psychedelica. Hypnotiserende gitaarpartijen die zich in cirkelbewegingen langzaam de hoofden inboorden. Voor Temples was de muziek van Tame Impala destijds een eye-opener. Uit een kluwen van geluid en gitaar-feedback openbaarde zich altijd een wonderschone melodie.


Jagwar Ma, een duo uit Perth, gaat wat dansbaarder te werk. Ook hun muziek kent enigszins omfloerste zang, die conform psychedelische wetten lijkt weg te drijven in een bedding van (elektronisch gesimuleerde) strijkers en gitaren. Maar de muziek van Jagwar Ma is evenzeer verwant aan de 'baggy' gitaarmuziek die eind jaren tachtig in Manchester gestalte kreeg met bands als Happy Mondays en The Stone Roses.


Die dansbaarheid, veroorzaakt door funky drums en groovende baslijnen, in samenspraak met psychedelische gitaren en ijle zang, is iets wat de muziek van Jagwar Ma en die van Temples typeert. Made of Stone (1989), de klassieker van Stone Rose, lijkt model te hebben gestaan voor zowel nummers op Howlin, het debuut van Jagwar Ma van vorig jaar, als op Sun Structures van Temples.


Nieuwe psychedelica


Grote bewondering hebben de jongens van Temples voor de Nederlandse zanger/componist en multi-instrumentalist Jacco Gardner. James Bagshaw van Temples: 'Ook iemand die alles zelf doet, houdt van oude analoge apparatuur, maar ook gebruik maakt van de zegeningen van de moderne digitale tijd.


Gardners vorig jaar verschenen debuutalbum Cabinet Of Curiosities bevat mooie, in een kaleidoscopisch kleurenpalet ingebedde liedjes, ook wel 'baroque pop' genoemd.


Gardners album verscheen op het Amerikaanse Trouble In Mind-label dat met bijvoorbeeld Maston en Mmoss nog een paar psychedelische popbands onder contract had staan.


Van de zanger van Mmoss, King Tuttle, verscheen onlangs een prachtig solo-album vol aan The Byrds verwante gitaarliedjes.


Gelijktijdig bracht Trouble In Mind het iets experimentelere, minstens zo psychedelische, titelloze album van Morgan Delt uit.


Twee fraaie voorbeelden van neo-psychedelica, vinden ook de jongens van Temples.


Concerten van deTemples: 1/4 in Bitterzoet, Amsterdam; 2/4 Doornroosje, Nijmegen; 4/4 Motel Mozaïque Festival, Rotterdam


Meer psychedelica op pagina's V4 en V5

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden