Column

'Zwerver John stinkt een uur in de wind'

Toen hij voor het eerst naar de Eerste Hulp kwam, krioelden er maden in die wonden, schrijft Lidy Nicolasen over zwerver John.

Beeld anp

John is een zwerver en hij stinkt een uur in de wind. Op de Eerste Hulp sluizen ze hem bij binnenkomst begin van de avond snel door naar de badkamer. Artsen en verpleegkundigen dragen blauwe handschoenen en roze mondkapjes als ze naar binnen gaan. Het zijn zijn onderbenen, begrijp ik, die zitten onder de etterende wonden.

Toen hij voor het eerst naar de Eerste Hulp kwam, krioelden er maden in die wonden. Ik heb me weleens laten vertellen dat het goed is voor een zwerende wond om er een leger maden op los te laten, maar in een ziekenhuis gaan maden er aan. Johns wonden werden gereinigd en verbonden.

Nu is hij terug. Het verband moet er weer af, omdat het inmiddels de kleur, de geur en de structuur van etter heeft aangenomen.

Zijn vriendin is meegekomen. Ze zit in de wachtkamer als een vriend van John ook komt opdagen. Hij probeert haar te verleiden mee naar buiten te gaan, biertje, shagje. Zij hoeft beide niet, haar zit het alleen dwars dat zij de schuld krijgt van John dat hij hier is. Soms loopt ze de badkamer in, om snel en kokhalzend weer naar buiten te komen. 'Het stinkt te erg, John.'

Of hij niet kan worden opgenomen, vraagt ze. Als ze plaats hebben, zeggen ze van het ziekenhuis. Ze hebben een kamer nodig, die na Johns vertrek een poosje ongebruikt moet blijven staan. De stank geeft zich niet snel gewonnen, weten ze uit ervaring. Als ze later hoort dat John toch wordt opgenomen, wandelt ze de badkamer in en uit, even zo vaak roepend 'ik kom je morgen opzoeken op de afdeling John'.

Badkamer
Na een paar uur staat John zelf op de gang. Hebben ze wel in de gaten dat hij nog steeds in de badkamer ligt? John lijkt een vijftiger, maar hij zou ook jaren ouder kunnen zijn. In het grijze haar zijn ooit dreadlocks gevlochten. Misschien hadden ze toen een kleurtje, nu ogen ze vooral grauw en wattig en ze eindigen in een sliertige pluizenbol die tot aan zijn kont reikt. De pijpen van zijn trainingsbroek zijn tot boven zijn knieën opgestroopt. Zijn onderbenen zien er uit als beschimmelde olifantenpoten.

Ik heb vanuit de gipskamer vrij zicht op de deur van Johns badkamer, net voorbij een wand vol blauwe krukken met de handgeschreven mededeling dat die nog heel best te verhuren zijn. Ik hang in de gewichten. Liever gezegd, mijn rechterpols, die vervolgens handmatig wordt gezet, dan geëchood, gegipst, gefotografeerd, en niet correct bevonden. Het gips wordt doorgezaagd, de gewichten hangen al, waarna het zetten, echoën, gipsen, fotograferen van voren af aan begint.

Besparen
Tijd genoeg dus om te bedenken dat we vele euro's zorg besparen als John beter voor zichzelf zou zorgen en ik niet op een doordeweekse avond zou proberen Ireen Wüst te overtreffen. Maar dan zijn we er nog lang niet, begrijp ik van de trauma-arts. 'Jij en John zijn niet het probleem, het zijn die ellendige formulieren die we moeten invullen. Voor jullie ben ik dokter geworden, niet voor die papieren, maar die kosten me wel veel meer tijd', zegt ze, nog nahijgend van het gesjor aan mijn pols.

Lang nadat John met een rolstoel naar zijn kamer op de afdeling is vervoerd, duik ik met een klomp gips aan mijn pols de donkere nacht in. De arts zit in de portiersloge, achter de computer. Ze kijkt niet op of om.

Lidy Nicolasen is verslaggeefster van de Volkskrant. Ze schrijft wekelijks een column voor Volkskrant.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden