Zwervend, vrij en onbezorgd

Als de nummers drie en vier van het algemeen klassement beleefden de kopmannen van de Belkinploeg maandag hun eerste rustdag in de Tour. Om zover te komen, hebben de Groningers hun carrière op geheel eigen wijze vormgegeven.

Zo apart is hij nu ook weer niet. Laurens ten Dam monstert in de tuin van het rennershotel zijn gehoor om te zien hoe zijn opmerking wordt ontvangen. Als het stil blijft, vervolgt hij zijn betoog. 'Nee, ik ben nog nooit door mijn moeder van de koers gehaald, zoals veel van uw landgenoten', zegt hij in de richting van een Belgische verslaggever. 'En anti-kraak hebben zij waarschijnlijk ook niet gewoond. Als je me vergelijkt met de geijkte Belgische wielrenner, ja, dan ben ik misschien wel apart.'

De kwalificaties die hij tijdens zijn carrière heeft meegekregen, zijn talloos. Jongen van de gestampte pot, koersbeest, brokkenpiloot, flierefluiter, avonturier, buitenbeentje. Ten Dam vindt het allemaal best. Hij cultiveert het niet, maar snapt goed dat het reuze interessant is voor de buitenstaander. Stiekem geniet hij er ook wel een beetje van.

Maar zeg niet dat hij niet genoeg leeft voor zijn vak, of dat hij dingen doet die slecht zijn voor een topsporter. 'Noem me maar apart, maar op het gebied van wielrennen heb ik weinig steken laten vallen.'

Hij is de pure liefhebber, iemand die graag op een fiets zit omdat die je van A naar B brengt. Al jaren houdt hij logboeken bij van zijn trainingsritten. En uiteraard heeft hij een kast vol wielerliteratuur. Kennis van de historie van de sport is nodig om er iets van te begrijpen, vindt hij.

Toegegeven, hij ziet er niet uit als een doorsnee wielrenner, met zijn indringende ogen, ongekamde haren en zijn woeste baard. Maar achter die baard moet niets worden gezocht, die heeft hij laten staan uit bijgeloof. Dat was na zijn rampjaar 2010, toen hij permanent in de kreukels lag. Ten Dam: 'Pas als die baard eraf gaat, moeten jullie je zorgen gaan maken.'

Vierde staat hij in het algemeen klassement van de Tour de France. De meeste mensen moeten die zin nog een keer lezen om hem tot zich te laten doordringen. Ten Dam niet. 'Ik was vorig jaar achtste in de Ronde van Spanje. Ik reed tegen ongeveer dezelfde namen als hier: Contador, Froome, Rodriguez. Toen hield ik dat gevecht ook drie weken vol.'

Wie vierde staat in de Tour, weet dat zijn doopceel wordt gelicht. In vogelvlucht: geboren op een in het Boterdiep gelegen woonboot in Zuidwolde; opgegroeid in Heiloo; op zijn 10de een eerste fietsje gekocht - een Peugeot voor 125 gulden; met 15 jaar lid geworden van de vereniging Alcmaria Victrix; dol op zijn Chevy Van; gaat naar Granada vanwege de hippiecultuur, niet voor het Alhambra; zijn sla, tomaten en kruiden komen uit de eigen moestuin; liefhebber van barbecue in zomer én winter.

Dat komt door zijn ouders, die hem het campingleven met de paplepel hebben ingegoten. Vroeger zwierf hij in zijn eentje over cols als de Colombière of de Joux Plane. Van tevoren werkte hij gedetailleerd een route uit op een kladblok. Zijn ouders lieten hem begaan. 'We waren met vier kinderen thuis, dan moet je het soms een beetje zelf uitzoeken. Ik kreeg een helm op en een stuk stokbrood mee.'

Zo is het leven volgens hem bedoeld; zwervend door de wereld, vrij en onbezorgd. Altijd benieuwd, nooit bevreesd. Zelden uit zijn evenwicht te brengen: 'Toen ik als eerstejaarsprof zevende werd in de koninginnerit van de Hessen-Rundfahrt was ik net zo blij als nu.'

Gert-Jan Theunisse en Quenton Cassidy waren lange tijd zijn grootste helden. Cassidy is de hoofdpersoon in de roman Once a runner van John L. Parker. Hij is een middenafstandsloper die door zijn universiteit wordt geschorst als hij protesteert tegen de kleding- en gedragsregels. Onder een valse naam weet hij toch mee te doen aan de belangrijkste race van het jaar. Hij wint natuurlijk.

Dat Theunisse op zijn heldenlijst staat, is volgens hem vanzelfsprekend. 19 juli 1989 was de inwijding van Ten Dam in de wielersport. Theunisse won die dag op Alpe d'Huez. 'Ik verzamelde alle krantenknipsels en plakte die in een plakboek.'

Twee jaar later bezocht hij met zijn vader voor het eerst de Tour de France. Ze liepen naar de top van de Joux Plane. Weer 22 jaar later is hij zelf de held van een kleine jongen geworden. Vorig jaar riep een Frans kind plotseling zijn naam. 'Toen realiseerde ik me dat ik toch wel een beetje een artiest ben. Dat ik mensen blij kan maken is een mooi gevoel.'

Ten Dam heeft zich deze Tour een klassering in de toptien in het hoofd geprent. En misschien is hij in staat tot een stunt op Alpe d'Huez. 'In Nederland kun je je op twee manieren onsterfelijk maken: Alpe d'Huez winnen of de Elfstedentocht. En dat laatste zie ik mezelf niet doen.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden