Zwemmen in een zee vol bakjes

Hoe pakken ontwikkelingslanden het probleem van plastic zwerfvuil aan?

Haroon Ali
null Beeld Daniel Cohen
Beeld Daniel Cohen

Marokko: wil snel af van imago als vervuiler

In de medina van Marrakesh kun je álles krijgen: lampen, tapijten, fruit - alleen geen plastic tasjes om de koopwaar in te vervoeren. Sinds 1 juli zijn die namelijk verboden in Marokko. Verkopers schudden hun hoofd als je ze ernaar vraagt. 'Mag niet meer', zegt de een in het Frans. 'Ze controleren ons', zegt een collega die erbij komt staan. Ook kunnen ze een boete krijgen.

Zelfs bij de krakkemikkige houten karren vol cactusvijgen krijg je geen tasje van de oude mannen. Mensen nemen dus zelf een zak of karretje mee, of dragen de voorwerpen onder hun armen in de hoop dat ze tegen niemand opbotsen in het drukke doolhof. Dit gaat verder dan in Nederland, waar tasjes ook niet meer gratis worden weggeven, maar nog wel te koop zijn.

Marokko (34 miljoen inwoners) was tot voor kort de grootste verbruiker van plastic tasjes na de VS - absurd als je bedenkt dat er in Amerika bijna tien keer zoveel mensen wonen. Maar in november vindt in Marrakesh de grote klimaatconferentie COP22 plaats. Marokko is dus niet alleen in snel tempo het land aan het opschonen, maar ook zijn imago als grootvervuiler.

De toeristische medina's van Marrakesh en de kuststad Essaouira zien er dan ook opvallend schoon uit. Buiten de historische stadsmuren is de werkelijkheid minder aangeharkt. Daar zie je bergen afval in de woestenij langs de weg. En bij kleine truckstops krijg je snacks gewoon mee in een plastic zakje. De consumenten én verkopers moeten duidelijk nog wennen aan de maatregel.

De grote schoonmaak gaat verder dan alleen de plasticwet. In februari werd het eerste deel van het Ouarzazate Solar Power Station aangezet door koning Mohammed VI. De grootste zonnecentrale ooit gebouwd (ook wel Noor genoemd, 'licht') moet in 2018 ruim een miljoen huishoudens van stroom voorzien. Het prestigeproject kost in totaal 8 miljard euro).

Het energiegebruik in Marokko is de laatste jaren rap toegenomen. Het land is echter voor ruim 90 procent afhankelijk van geïmporteerde stroom en brandstoffen. Olie komt uit Saoedi-Arabië, Irak en Rusland, gas uit Algerije en stroom uit Spanje. Door middel van zonnecentrale Noor hoopt Marokko onafhankelijk te worden van die import. Het doel: 52 procent duurzame energie in 2030.

null Beeld Daniel Cohen
Beeld Daniel Cohen

'Wij vinden dat Marokko in 2050 volledig moet kunnen draaien op duurzame energie', zegt Ghalia Fayad, bij Greenpeace verantwoordelijk voor de Arabische wereld en het Middellandse Zeegebied. 'Dat is ook in lijn met de doelstellingen in het klimaatakkoord van Parijs. Wij rekenen erop dat Marokko een leidende rol neemt in de overstap op duurzame energie.'

Dankzij Noor zou Marokko op den duur zelfs stroom kunnen exporteren. Ook wordt onderzoek gedaan naar het ontzilten van zeewater. Deze ambities zijn de reden dat Marrakesh als locatie werd gekozen voor de volgende klimaatconferentie. 'We hopen dat COP22 voor Marokko geen vluchtig iets is', zegt Fayad van Greenpeace. Ze benadrukt dat het droge land extra kwetsbaar is voor klimaatverandering en daarom op de watchlist van het Climate Vulnerable Forum staat.

De scepsis lijkt terecht, want hoe mooi deze toekomstplannen ook klinken, Marokko kwam deze zomer vooral negatief in het nieuws. In dezelfde maand dat het verbod op plastic tasjes in werking trad, kwam een lading afval van 2.500 ton aan uit Italië, met vooral plastic en rubber. Die zou in een cementfabriek in Casablanca worden verbrand. Kort daarna meerde een schip met 3.300 ton afval uit Frankrijk aan in de havenstad El Jadida.

null Beeld Daniel Cohen
Beeld Daniel Cohen

Hoewel het land zijn eigen troep nauwelijks aankan, ging de regering akkoord met een lucratieve deal om jaarlijks 450 duizend ton buitenlands afval te verwerken. De Marokkanen waren woest en eisten het aftreden van staatssecretaris Hakima El Haité van Milieu. Greenpeace noemde deze vorm van handel 'immoreel en illegaal'. Tijdens een persconferentie hield El Haité vol dat het afval niet giftig is - en dat ze trouwens niet van plan is af te treden.

Toch heeft de storm van kritiek geholpen: de import is tijdelijk stop-gezet. De regering zal wel hebben ingezien dat het tamelijk hypocriet overkomt om de bevolking plastic tasjes te ontzeggen en vervolgens bergen buitenlands afval te verbranden. Nu Marokko onder een vergrootglas ligt, wil het vooral pronken met wat er goed gaat. Imago is even belangrijker dan geld.

Indonesië: milieubesef dringt heel langzaam door

Overal waar in Indonesië mensen zijn, is plastic. Alleen Chinezen zijn erger, maar uitsluitend omdat zij met meer zijn. Indonesiërs gooien hun plastic achteloos uit hun autoraampje, laten het achter waar ze hebben zitten eten, of smijten het met een boog in het water. Verstopte rivieren en kanalen leiden elk regenseizoen weer tot overstromingen van straten, wijken en zelfs hele stadsdelen van de hoofdstad Jakarta. Een duik in de zee bij Bali is vaak een duik in een bak met plastic zakjes. De helft van alle Indonesische plastic belandt namelijk in zee.

Recycling is nog altijd handwerk: het werk van de allerarmsten. Zij trekken met een reusachtige zak door de straten, prikken het afval uit de berm en brengen dat naar opkopers die het sorteren en doorverkopen aan kleine recyclefabrieken. De afwezigheid van grootschalige recycling biedt ruimte aan kleine entrepreneurs, zoals Hamidi uit Tangerang, een satellietstad van Jakarta. Hij werd op slag beroemd toen lokale media lieten zien hoe hij uit wegwerpplastic brandstof wist te maken, waarop hij zelfs zijn bromfiets kon laten rijden. Toen hij begon, had hij nauwelijks ideeën over het milieu en milieuvervuiling. 'Eigenlijk wilde ik alleen maar een zaakje opzetten, maar gaandeweg ontdekte ik hoe enorm het afvalprobleem eigenlijk is.'

Hamidi's bedrijfje is te klein om direct effect op de vervuiling te hebben: hij verbrandt 25 kilo plastic en destilleert brandstof uit de dampen die vrijkomen. Toch heeft het microbedrijfje grote indruk gemaakt. De bevolking bleek nauwelijks op de hoogte te zijn van milieu- en plasticverontreiniging. De jonge man is nu een voorbeeld voor 'groene ondernemers' en een pleitbezorger van de noodzaak van recycling.

Brazilië: afval inleveren wordt beloond (een beetje)

'Hergebruik voor de wereld, teruggave voor jou.' Het staat met grote letters op de 'Retorna Machines', automaten in de Braziliaanse miljoenenstad São Paulo. Je gooit er PET-flessen of lege blikjes in en krijgt er korting op je openbaarvervoerkaartjes voor terug. Het project bestaat sinds een jaar en er staan inmiddels zeventien automaten in metrostations, supermarkten en winkelcentra.

De start-up die de automaat heeft ontwikkeld, wil het systeem de komende jaren flink uitbreiden. Er moeten machines komen in andere Braziliaanse steden en ook kartonnen verpakkingen en lege melkpakken worden ingezameld.

null Beeld Daniel Cohen
Beeld Daniel Cohen

Rijk word je er niet van. Elke PET-fles, onafhankelijk van het formaat, levert tien punten op. Voor een blikje krijg je vijftien punten. Honderd punten zijn goed voor 10 eurocent tegoed op je OV-kaart. Dat betekent dat je pas na inlevering van 109 flessen een gratis ritje in de metro hebt verdiend. Je kunt je punten ook inruilen voor korting op je elektriciteitsrekening. Dat is nog minder lucratief: 7 eurocent korting per honderd gespaarde punten.

Het loopt dan ook niet storm bij de machines. In een jaar tijd zijn 300 duizend flessen en blikjes opgehaald, samen goed voor 1.630 euro. Een magere opbrengst op een bevolking van 12 miljoen.

Daklozen en armen die São Paulo dagelijks afstropen op zoek naar plastic en blik profiteren niet van de Retorna Machines. De automaten hanteren een maximum van tien ingeleverde items per persoon per dag, om te voorkomen dat de machines te snel vol raken. Als iemand toch meer inlevert, wordt het krediet gedoneerd aan een liefdadigheidsorganisatie. Geen aantrekkelijke optie voor de afvalverzamelaars, die van een minimum moeten rondkomen.

Kenia: producenten van plastic zijn invloedrijk

'We zijn innovatief', zegt de tekst op de tas. De man bij supermarkt Chandarana die mijn boodschappen heeft ingepakt, staat er zelf ook verbaasd naar te kijken. Een fraaie, zwart linnen tas en helemaal gratis voor de klant. Een nieuwe poging? Hij lacht. We zullen zien hoe lang het dit keer duurt.

Na ruim vijftig jaar onafhankelijkheid is de maak-industrie in Kenia nog altijd veel en veel te klein. Volledig zelf gefabriceerde producten zijn er nauwelijks. Zelfs tandenstokers komen uit het buitenland. Maar als het gaat om plastic tassen, spreekt het land een productiewoordje mee. Elk afzonderlijk artikel wordt verpakt. Heel soms in een papieren zak, doorgaans in een plastic tasje.

null Beeld Daniel Cohen
Beeld Daniel Cohen

Bij een opkomende middenklasse als in de hoofdstad Nairobi hoort ook een ontwakend milieubesef. En dus begon tien jaar geleden een lobby om de plastic tassen in de ban te doen. Voortaan zouden we allemaal met een grote rieten boodschappentas de deur uit gaan.

Het nobele consumenteninitiatief legde het al snel af tegen de ook politiek-economisch machtige zakenmensen die wensten te voorkomen dat hun plasticindustrie de nek werd omgedraaid. En dus zagen we binnen een paar weken de plastic tasjes opnieuw in de supermarkten en elders verschijnen.

Zo is het de afgelopen jaren heen en weer gegaan, met vooralsnog steeds de producenten van het plastic als de winnaars. Een zeer Keniaans compromis is ook nog mogelijk. Zoals met mijn nieuwe, 'innovatieve' tas. Aan de buitenkant is geen plastic meer te bekennen. Binnen in de tas zitten mijn boodschappen, zoals meloen, bananen, sinaasappelen en een fles wijn: stuk voor stuk keurig in een plastic zak verpakt.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden