Zwemcoach in rol van 'kille kikker'

Als eerbetoon aan de grote coaches van vroeger en nu houdt sportkoepel NOCNSF vanavond in Hilversum het project Gouden Coaches ten doop....

Het verschil tussen nu en toen blijft voor Rob Kerkhoven nog altijd onverklaarbaar groot. Als hij het huidige wereldrecord van Inge de Bruijn (56,61) op de 100 vlinder vergelijkt met de mondiale toptijd van zijn pupil Ada Kok uit 1965, de 1.04,5 van Boedapest, 'dan kan ik er met mijn pet niet bij, zulke sprongen voorwaarts als er telkens weer worden gemaakt'.

Vrouwen zwemmen nu tijden die in Kerkhovens jaren als bondscoach (1964-1968) wereldrecords bij de mannen waren. 'Daar heb ik ongelooflijk veel respect voor. Een vrouw als Inge de Bruijn blijft grenzen verleggen. Zij is een uniek talent, met haar bijzondere vorm, breed van boven, smal in de heupen.

'Wij dachten dat we in onze tijd het uiterste uit onze zwemsters hadden gehaald. In trainingskampen werd zes uur per dag getraind. 's Morgens drie, 's middags drie. Harder kon niet in mijn ogen. Maar de rem zit als altijd in de kop. Als een grens eenmaal doorbroken is, dan blijkt steeds weer dat er meer mogelijk is.'

Kerkhoven werd op jonge leeftijd (27) aangesteld als bondscoach. Hij had op de Spelen van Tokio de beroemde Australiër Forbes Carlisle geassisteerd en werd in 1964 tot eerstverantwoordelijke benoemd. Hij stelde in 1962 al een lijvig rapport samen over de specifieke krachten van het DDR-zwemmen en zocht in Nederland naar wegen die voor die tijd revolutionair waren.

'We gingen naar het waterloopkundig laboratorium van Wageningen. We deden proeven over de weerstand van de zwemmer in het water. We trainden op grote hoogte, in Font Romeu in de Pyreneeën. We gingen als voorbereiding op de Spelen van 1968 het jaar tevoren reeds twee maanden op die 2400 meter hoogte van Mexico-Stad trainen. We kozen voor lange trainingsstages, zoals drie maanden door Oost-Europa toeren. Dat was nodig om mijn zwemmers hard te maken.'

Daartoe koos hij voor grote trainingsomvang. 'Ik liet ze uren door het water jassen. Dat was de ruwe arbeid voor de hele groep. Later kwam de fijne afstelling, de tapering-off, per zwemmer geregeld.' De medische wereld kreeg hij niet mee. 'Die stond niet open om mee te werken aan het sportgebouw. Dokter De Jongste vond een menstruatieregeling al doping.'

De bondscoach werkte aan de mentaliteit. 'Ik was te jong om vaderfiguur te zijn. Ik speelde de kille kikker. Ik werkte aan zelfstandig denkende, opererende sportmensen. Anders kunnen ze op grote toernooien niet presteren. Ik had me van het begin van mijn trainersloopbaan geërgerd aan de zwemmers die uithuilden bij hun moeder op de kant.'

Kerkhoven toonde zich een teambuilder avant-la-lettre. 'Ik wilde niet dat die zwemmers in trainingskampen 's avonds naar huis gingen. Ik wilde ze bij elkaar hebben, voor de arbeid-rust verhouding, maar ook om teamgeest te kweken.' Hij eiste twee jaar voor de Spelen totale overgave van de amateurs. 'Werken en school moesten aan de kant.'

Kerkhoven wilde een vroegtijdige definitieve selectie voor Mexico doorvoeren. 'Na het zeslandentoernooi in Stockholm in april waren we klaar. De ploeg kon samengesteld worden, zo was afgesproken. Maar we werden slachtoffer van een politiek spel. Kunstzwemmers en waterpoloërs hadden zich nog niet geplaatst en zouden niet mee mogen, bepaalde NOC. Daarom moesten we in augustus opnieuw selecteren. Toen de 200-meterzwemmers het alsnog haalden, moest NOC-voorzitter Kerdel dat zo nodig aanhalen. Zak, heb ik toen gezegd, dit hadden ze in Mexico moeten doen.'

De zwemmers van Kerkhoven presteerden in Mexico-Stad 'niet groots', wegens de derde piek van het jaar. 'Daar heb ik nog steeds de pest in.'

Zijn grootste troef, Ada Kok, slaagde wel in haar doelstelling. 'Zij kwam voor goud. Ada heeft zich zeker niet als een vakantieganger gedragen. In het vrouwendorp, toen nog gescheiden van het mannendorp, was er een contrast in concentratie. Bij de atletes gedroegen Mieke Sterk en Lia Louer zich als wildebrassen. Ik kwam er niet in. In Wil Storm had ik een speciale vrouwenleidster.'

Ada Kok kon zich na de ruim verloren 100 meter vlinder opnieuw opladen. Ze klopte de Oost-Duitse Lindner op het zwaarste nummer, de 200 vlinder. 'Als ze die 100 gewonnen, had ze die 200 verloren. Zo sterk waren de revanchegevoelens waarop Ada die gouden plak heeft gehaald. Die prestatie moet in grote mate aan haar eigen kracht en talent worden toegeschreven en in mindere mate aan coaching. Zo zelfstandig had ik haar gemaakt.'

Meer over