Zwelgen en slempen

Heinrich Mann was in Amerika, het land waarnaar hij vluchtte in de nazi-jaren, de wanhoop nabij. Zijn boeken sloegen er niet aan, en Hollywood moest hem niet....

Het was bekend dat hij in zijn jonge jaren in Lübeck tekende en schilderde. Er is wat van bewaard gebleven in het Heinrich Mann-archief in Berlijn - onschuldige schetsen van jeugdherinneringen aan de stad waar hij opgroeide en aan een vakantiereis als 13-jarige naar St.-Petersburg.

Uit de dagboeken van zijn broer Thomas was op te maken dat er na zijn dood in 1950 'obscene' tekeningen van 'dikke naakte wijven' in zijn huis in Santa Monica, Californië waren aangetroffen. Niemand heeft ze daarna ooit gezien. Aangenomen werd dat ze vernietigd waren, in opdracht van die keurige broer, of later verloren waren gegaan.

Onlangs zijn ze, tot ieders verrassing, opgedoken in de nalatenschap van een andere Duitse exilschrijver in Californië, Lion Feuchtwanger. Keurig op thema gerangschikt in mappen kwamen zo'n vierhonderd tekeningen te voorschijn, een levenlang veilig bewaard door Lion Feuchtwangers weduwe Marta. Het blijkt nu om iets heel anders te gaan dan alleen obscene dikke naakte wijven. De tekeningen wemelen van dikke naakte wijven - in de meest obscene houdingen, bezig met de meest scabreuze handelingen -, maar ze geven in hun context een huiveringwekkend portret van het Duitsland van zijn jeugd en latere levensjaren én van de diepe ontreddering die hem in Amerika overviel.

Hoeren

Voor de Mann-vorsers, in Duitsland een tak in de literatuurwetenschap, was het een sensationele vondst. Met toestemming van zijn kleinkinderen is een deel ervan nu openbaar gemaakt, de rest blijft geheim, maar is wel bestudeerd en beschreven. De 150 vrijgegeven tekeningen barsten van geweld en seks. Ze tonen een wereld van hoeren en pooiers en hun klanten, die ongeremd hun lusten botvieren, zich wentelen in genot. Het geweld spat er af, bloed en braaksel spuiten alle kanten op. Het is een orgie van zwelgen en slempen, die niet zelden eindigt in lustmoord en doodslag. Ze grijpen, in hun thema's, terug op het Lübeck van zijn jeugd en het geheime nachtleven van de bourgeoisie van Berlijn, op de geschiedenis van het keizerrijk en op de gewelddadige opkomst van de nazi's, die hem uiteindelijk op de vlucht dreven naar Californië.

Ze barsten van woede, spot, venijn, politieke satire - en van een onstuitbare en ontroostbaar heimwee. Heinrich Mann was het geweten van Duitsland geweest. In Amerika was hij niet meer dan de broer van de beroemde Nobelprijswinnaar. Zijn boeken sloegen er niet aan. Hij mislukte als scriptwriter in Hollywood. Voor de oorlogsmachine en -propaganda was hij ongeschikt. Hij werd om zijn linkse sympathieën gewantrouwd. De FBI hield zijn huis permanent in de gaten, zijn telefoon werd afgeluisterd. Zijn tweede vrouw kon niet meer tegen het ballingenleven en pleegde zelfmoord. Hij trok zich uit het openbare leven terug en vluchtte, zien we nu, in zijn tekeningen. Een paar weken voor hij, in het voorjaar van 1950, naar Europa zou terugkeren om, op verzoek van de nieuwe regering van de DDR, president te worden van de Akademie der Künste in Berlijn, werd hij door een beroerte getroffen en overleed.

Warner Bros.

Zijn tekeningen zijn nu, voor de wetenschap en zijn lezers, verzameld in een zorgvuldig vormgegeven boek; op ware grootte afgedrukt, de maat van Amerikaans briefpapier, iets korter en breder dan A4. Heinrich Mann tekende vaak op de achterkant van het briefpapier van de Warner Bros. Filmstudio's, waar hij een jaar als scriptschrijver werkte. Het briefhoofd schemert nog door zijn schetsen. Hij tekende in een traditie die doet denken aan het werk van George Groß en Otto Dix - hij kon er alleen niets van.

Zijn stijl is onbeholpen, naïef en anatomisch klungelig. Je ziet de grote voorbeelden er doorheen, maar dan als moeizame en houterige aftreksels. Hij tekende dik aangezet, met een ruwe veeg voor een mond en oogpartij en nagels als geslepen klauwen. Hij kon zich niet concentreren op het hoofdonderwerp en liet zich verleiden tot een overvloed aan details. Er is geen onderscheid tussen voorgrond en achtergrond. Zijn tekeningen deugen van geen kant, maar zijn van een ongekende kracht en heftigheid - direct, agressief en genadeloos, vaak van een haatspuwende intensiteit.

Het gaat veelal om verhalende series, die variëren van 2 tot 45 bladen. Ze zijn nu grondig bestudeerd en in de context van zijn literaire werk en levensgeschiedenis geplaatst. Hij reageerde, blijkt nu, in zijn tekeningen op de boeken die hij aan het lezen was, de muziek waarnaar hij luisterde, de opera's en theaterstukken waarvan hij hield en die hij in zijn exil zo weer tot leven bracht. Hij riep er - om het te verdrijven? - het schrikbeeld van het nazi-schrikbewind mee op, in een serie Greuelmärchen die begint met Hitler als insluiper en lustmoordenaar en eindigt met de Führer als een slonzig mannetje dat een pul bier achteroverslaat, merkwaardig genoeg niet in een Kneipe, maar aan de toog van een Drugstore. Hij deed dat nog eens in een verwante reeks Hitlermädel Hilda, over een pronte, bloedzuivere meid die welgemoed het Duizendjarig Rijk betreedt om te eindigen als een tippelhoertje in Marseille.

In zijn tekeningen is de wereld van zijn beroemdste boeken terug te vinden, zie je Professor Unrat en de film Der Blaue Engel die ernaar werd gemaakt, tot leven komen. Er zit een serie bij die direct verwijst naar een boek waarmee hij bezig was en dat nooit van de grond gekomen is, over de geschiedenis van Frederik de Grote, der alte Fritz, de grondlegger van Pruisen als grootmacht. Hij was in Californië afgesloten van die geschiedenis en van het historisch decor van Potsdam en Sanssouci en probeerde het al tekenend voor de geest te halen.

Herinnering

Waarom hij tekende is onbekend. Hij heeft er nooit iets over gezegd en in zijn persoonlijke geschriften is er geen verwijzing naar te vinden. Je kunt het wel zien: om een herinnering op te roepen, op gang te komen, zijn geest los te maken - of om zijn woede en haat een uitweg te geven. Eén serie, Variété, en een reeks losse tekeningen kennen een heel andere, tedere sfeer. Er zit geen woede of genadeloos commentaar in, de haat en verachting die andere series kenmerken ontbreekt.

Ze vertalen het heimwee naar de vreugden van zijn jeugd, naar het circus, het theater, de kroegen en de nachtclubacts van Berlijn in de jaren twintig. Tussen de losse tekeningen zit er één, Coucou getiteld, die nog tederder, intiemer is: van een oude man die steels een jonge vrouw in de hals kust. Het lijkt op het eerste gezicht weer een van die oude, kwijlende geilaards uit zijn gruwelseries die zich verlustigt aan vrouwenvlees, alleen is die vrouw geen karikatuur, maar een treffend portret van Nelly, zijn overleden liefde die net zo onbereikbaar was geworden als het Europa waar hij in Amerika naar verlangde. Het leven dat hij zocht en kende, kon hij in Californië niet vinden. Hij stond er alleen nog middenin het leven van zijn herinneringen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden