Zweden bepleit op Sociale Top harde aanpak armoede

Het kersverse EU-lid Zweden is minister Pronk van Ontwikkelingssamenwerking links gepasseerd. Met drie andere EU-landen verzet Zweden zich op de Sociale Top in Kopenhagen tegen het 20/20-voorstel....

Van onze verslaggever

Rob Vreeken

KOPENHAGEN

Mede door fel verzet van Aziatische landen zal de clausule vrijwel zeker in een afgezwakte variant in het slotdocument komen. De Zweden zijn bang dat veel landen het 20/20-voorstel (waarin staat hoeveel er aan sociale hulpprogramma's moet worden uitgegeven) juist zullen gebruiken om zich minder in te spannen voor armoedebestrijding.

'Als je met dit soort slogans gaat werken, is de kans groot dat landen zich op andere zaken niet meer willen vastleggen', zegt de Zweedse onderhandelaar Hans Lundberg. 'Dan zal er helemaal geen sprake zijn van verhoging van het budget tot 0,7 procent van het bnp. Men doet dan immers al iets aan 20/20, om welke geringe bedragen het dan ook gaat.'

Het 20/20-voorstel is steeds fervent bepleit door Nederland. In een notitie aan de Tweede Kamer prezen Pronk en minister Melkert (Sociale Zaken) de formule aan als 'blikvanger voor de Top'. Door de precieze becijfering gold het in potentie als een van de meest tastbare resultaten van de VN-conferentie.

De rijke landen moeten in de door Nederland en tien andere EU-lidstaten verdedigde variant 20 procent van hun ontwikkelingsbudget besteden aan 'sociale basisprogramma's'. De ontwikkelingslanden moeten 20 procent van hun hele begroting daarvoor aanwenden.

De Europese Unie kon het gisteren intern nog niet eens worden over één standpunt. De dwarsliggers (ook Finland, Groot-Brittannië en Frankrijk) hebben uiteenlopende motieven.

Volgens minister Pronk 'willen de Britten helemaal niets'. Finland vindt de definitie van de beoogde uitgaven te ongrijpbaar. Lundborg verwacht dat de EU zich vindt in variant nummer 2, die zowel definitie als percentage vager omschrijft.

Maar daarna moet het 20/20-voorstel nog door de plenaire onderhandelingen worden geloodst. In de G77 (groep van 132 ontwikkelingslanden) leven ernstige bezwaren. Vooral India en andere landen in Azië vrezen westerse inmenging in hun overheidsbudget. Pronk: 'Maar veel Afrikaanse landen zijn weer vóór. Ook de G77 is verdeeld.'

'Je kunt het niemand door de strot duwen', zegt de minister. 'Het moet van binnenuit komen.' Aanvaarding van het principe betekent daarom volgens hem niet dat alle VN-lidstaten meteen hun budgetten moeten omgooien. Het gaat erom dat de Verenigde Naties de gedachte - 20 procent voor marginale groepen - als richtsnoer gaan hanteren.

De Zweedse onderhandelaar vindt dat het concept geen onderscheid tussen landen toelaat. 'Soms zijn juist andersoortige uitgaven, bijvoorbeeld aan de infrastructuur, nodig voor sociale ontwikkeling. Maar in een ander land moet het percentage misschien wel op 40 worden gesteld.'

Zweden behoort met Nederland tot het uiterst kleine groepje landen dat minstens 0,7 procent van zijn bruto nationaal produkt uitgeeft aan ontwikkelingssamenwerking. Dit cijfer (een oude richtlijn van de Verenigde Naties) wordt in het slotdocument van Kopenhagen opnieuw genoemd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.