Zwarte specht

Het gros van de grote holten in bomen is gemaakt door de zwarte specht. Maar zo'n nest mislukt nogal eens. Karakterschets van een harde werker door vogelonderzoeker Willem van Manen.

'Het is waar: de zwarte specht draait om de boom als je in de buurt bent. Hij verbergt zich achter de stam. En loop je om de boom heen, dan draait hij mee, om onzichtbaar te blijven. Toch is de zwarte specht niet zo schuw als wordt gedacht. Dat je hem niet vaak ziet, heeft ermee te maken dat er niet zo veel zijn. Ze hebben een groot territorium nodig. Bij mijn controles heb ik gemerkt dat de beesten me gewoon vanaf een afstandje in de gaten hielden en vrij snel weer terugkeerden als ik vertrok.


'De aanleiding om nestonderzoek te doen bij zwarte spechten was dat ik begon te twijfelen aan de hoge aantallen die overal werden geteld, ook door mijzelf. Ik vroeg me af: als er zoveel spechten zitten, waarom zijn er dan zo weinig clusters met nestholen? Dat klopte gewoon niet met elkaar. Vanaf de grond kun je niet zien of een holte in gebruik is. Dus ben ik systematisch gaan kijken wat er in door zwarte spechten gehakte holten zat. Het bleek dat veel van die holten helemaal niet doorliepen naar beneden, dat er alleen maar een begin was gemaakt van een nest. Of de holten stonden vol met water. Zodoende ontdekte ik dat de dichtheid van zwarte spechten in werkelijkheid wel een factor vijf lager was dan we altijd hadden gedacht. Er zijn, nemen we nu aan, niet meer dan 1.600 broedparen in Nederland.


'De keuze voor de zwarte specht als onderzoeksobject ligt voor mij voor de hand. Het is een mooie, grote vogel. Dat zwart met dat diepe rood, met die lichte snavel erbij. En dat oog met dat druppeltje, het is de enige soort die ik ken die een pupil heeft met zo'n druppelvormige uitloop. Zijn geluid is onmiskenbaar. Die lange, lage, zware, indringende roffel. Hij zoekt ook meestal een mooie boom uit die goed resoneert. En als hij aan het hakken is, lijkt het alsof er iemand in het bos aan het werk is.


'Belangrijker, voor mij: de zwarte specht bewoont de gebieden waarin ik me thuis voel: bossen. En ik klim graag in bomen, voor mij is het een peuleschil om naar een nest op vijftien meter hoogte te klimmen. Ik schat dat ik in de afgelopen jaren honderden bomen heb beklommen. Je zou dat mijn niche kunnen noemen.


'Een praktisch voordeel bij de zwarte specht is dat je het verschil tussen man en vrouw goed kunt aflezen aan de hand van de hoeveelheid rood op de kop. Dat is zelfs al te zien als een zweem bij nagenoeg kale jongen. Ook praktisch: de zwarte specht is de enige spechtensoort waarvan het hol groot genoeg is om je arm in te steken. Het is dus gemakkelijk om de jongen eruit te halen voor het wegen en het ringen. Al ben ik ook weleens blijven steken. Toen hing ik daar, op vijftien meter hoogte, met mijn arm in een holte. Het lukte me uiteindelijk om los te komen, maar sindsdien neem ik wel altijd een raspje mee naar boven.


'Zwarte spechten hebben een voorkeur voor de beuk als nestboom. Hier in Drenthe zijn ze massaal overgestapt op beuken toen die eenmaal dik genoeg waren. Ik vermoed dat het nestelen in beuken een antipredatiemiddel is, vanwege de vrij gladde stam zonder al te veel zijtakken onder in de boom. Andere voordelen hebben beuken waarschijnlijk niet, want de zwarte specht is juist schaars in grote beukenbossen. Hij voelt zich vooral thuis in een naaldbos met daarin een paar plukjes beuken. Dat heeft te maken met zijn hoofdvoedsel: mieren. Die vinden ze waarschijnlijk vooral in naaldbossen.


'Het gros van de grote holten in bomen in de Nederlandse productiebossen is gemaakt door zwarte spechten. Die zijn van groot belang voor andere dieren. De holenduif, de kauw, de bosuil en in Drenthe soms de ruigpootuil profiteren van het werk van de zwarte specht. Ook boommarters, eekhoorns en rosse vleermuizen maken gebruik van de holten.


'Het uithakken van die holen is een enorm werk. Ze verwijderen een stuk hout van ongeveer twintig liter uit een meestal gezonde beuk. Dat hout is knetterhard. Doe dat maar eens met een beiteltje en een mesje.


'De broedperiode is bizar kort voor zo'n grote vogel: een dag of twaalf. De eieren zijn naar verhouding aan de kleine kant. En de jongen zijn uitermate embryonaal als ze uitkomen. Het zijn volstrekt hulpeloze dingetjes. Wel komen ze uit in een relatief veilige omgeving. Ze hebben een dak boven het hoofd, en in zo'n holte heb je minder last van temperatuurwisselingen. Het risico voor jongen om uit te komen in zo'n hulpeloos stadium is kennelijk klein. Wel duurt het relatief lang voordat ze uitvliegen: een dag of dertig.


'De mannetjes en vrouwtjes wisselen elkaar af bij het broeden. Na het voeren worden de keutelzakjes van de jongen, waar een sterk vlies omheen zit, afgevoerd. Die holte blijft dus brandschoon. Pas als de jongen wat ouder zijn, zo tegen het uitvliegen, en in de boomholte tegen de binnenwand gaan zitten, wordt de poep niet meer afgevoerd. Dan ontstaat er op de bodem van het nest binnen een paar dagen een dikke, smerige laag drek. Niet lang daarna verlaten de jongen het nest. En het mooie is: dan komen de aasvliegen. Die leggen er eieren in, die larven komen uit en ongeveer een maand nadat het nest is uitgevlogen is die laag drek veranderd in een laagje poeder. Dan is het nest dus weer helemaal schoon.


'Het uitvliegen van de jonge spechten gaat gepaard met een enorm kabaal. De ouders lijken wel in paniek, ze vliegen schreeuwend rond en die jongen beginnen van de weeromstuit ook geluid te maken. Ze zitten dan een hele tijd in die holopening naar buiten te kijken voordat ze die eerste vlucht maken. Ze gaan er synchroon uit, je kunt er een paar uur van genieten, en dan is het stil, dan zijn ze weg, alsof er niets gebeurd is.


'Jonge spechten kunnen al voordat ze het nest verlaten heel goed klimmen. Dat is een voordeel, want mocht hun eerste vlucht niet lukken dan zitten ze zo weer in de boom. Als ik die jongen mee naar beneden neem om ze te ringen, moet ik ze echt in de gaten houden, want ze lopen direct naar de dichtstbijzijnde verticale structuur. Dat hoeft niet per se een boom te zijn, in veel gevallen ben je dat zelf. Dus je zit op de grond, je zit die beesten te ringen en ze beginnen tegen je op te klimmen. En uiteindelijk heb je ze op je kop zitten. Ik heb er weleens drie tegelijk op mijn kop en schouders gehad.


'Na zoveel jaar spechtenonderzoek loop ik niet meer zomaar door een bos. Ik kijk eigenlijk continu naar boomstamvormen. Daaraan kan ik aflezen hoe groot de kans is dat een zwarte specht daar een nest heeft. Je kijkt met de ogen van de specht; welke boom is geschikt, welke niet. Dat is toch het ultieme doel van de onderzoeker: dat je volledig begrijpt welke beslissingen het object van onderzoek neemt en waarom. Je moet, als het ware, je beest worden.'


Willem van Manen (48) werkt bij SOVON Vogelonderzoek Nederland. Sinds 1995 doet hij onderzoek naar zwarte spechten op de Veluwe en in Drenthe.

ZWARTE SPECHT

Wetenschappelijke naam: Dryocopus martius


Familie: Spechten


Status: Jaarvogel. Vrij schaarse broedvogel


Verspreiding: Bosrijke gebieden op het vasteland van Europa, tot in Azië







Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden