Zwartboek van de levenden

Het is een schuldenboek of een boek van het niet-weten en in deze week waarin de Franse cultuur wordt gevierd, is het een zwartboek....

Soms, als de weg naar de hel voor de zoveelste keer wordt geplaveid, haal ik het uit de kast, waarin het sinds 2001, het jaar van verschijnen, staat. Het is een vrij omvangrijk, fraai uitgegeven boek. Op het omslag staat een reproductie van het schilderij Le chef-d'oeuvre ou les mysts de l'horizon van de surrealist Renagritte. We zien een man met bolhoed op de rug. Hij moet over een stad heenkijken, de verte in. Boven hem hangt een maansikkel.

Zo kijk ik, in half licht, in een onbekende verte wanneer ik in het boek lees, over Belgieen Frankrijk binnen, waar door het hele land dichters wonen die ik niet ken. Het boek heet Dictionnaire de poe de Baudelaire os jours. De kostbaarheid van die poe blijkt wel uit de prijs van het boek. Ik betaalde er 189,25 gulden voor. Veel geld voor zo veel leed.

Vanaf Baudelaire is het allemaal niet zo erg. De grote doden ken ik wel; ze zijn voor mij de groten van de Franse poe, van de hele dichtkunst trouwens. Maar er liggen ook heel veel onbekende soldaten onder de Arc de Triomphe van de Franse cultuur. Ik lees over hen en meen hun dood een excuus voor mijn niet-weten.

Maar dan zijn er de vele levenden. Ik ken bijna niemand van hen. Ik voel mij beschaamd. De 'M' opent met MacGrd. Hij werd geboren in 1946. Ik lees over hem:

'Geboren in Parijs, waar hij letteren doceert, kwam Grd Macet stuntwerk de literatuur binnen; hij publiceerde in 1974 Le Jardin des lanques en in 1977 Les Balcons de Babel.'

Het zal uit de titels duidelijk zijn: het taalprobleem staat centraal in deze poe. Uit wat ik over hem lees, concludeer ik dat Macen dichter zou kunnen zijn van mijn voorkeur. Maar zijn stunt is mij helemaal ontgaan en wanneer ik lees dat zijn in 1993 verschenen bundel prozagedichten La mire aime chasser dans le noir (mooie titel) een hoogtepunt in de naoorlogse Franse poe is, voel ik mij ontredderd door onwetendheid.

Macrijgt drie kolommen. Die komen hem toe, lijkt mij, hoewel: de bibliografie vermeldt maar artikel over hem. Misschien is hij toch weer niet zoot. Bijna alle dichters krijgen de ruimte. Dat maakt mij wantrouwig. De academische toon van de stukken maakt klassering ook al moeilijk.

Natuurlijk krijgen de allergrootsten en dat zijn toch wel de doden heel veel ruimte, maar de omvang van alle andere stukken doet toch vermoeden dat Frankrijk een zeldzaam bloeiende poe kent, van Picardiot de Provence. Kleine talenten, de alleen genoemden en nooit genomineerden, ontbreken. En dan te bedenken dat de hoofdredacteur, Michel Jarrety, aan het einde van het voorwoord verklaart niet de hele poe recht te hebben kunnen doen, zoals een dictionnaire past.

Tot eigen redding weiger ik in die alomtegenwoordige grootheid te geloven. Maar dan lees ik weer over de nu eenentachtigjarige jezu-dichter-vertaler-geleerde Roger Munier en raak lichtelijk opgewonden door diens zeldzame veelzijdigheid en zeer groot aantal publicaties. Hij is mij totaal onbekend, maar ik zou veel van hem willen lezen.

In deze boekenweek heb ik drie uur aan mijn zwartboek besteed. Ook hierom zoveel tijd: vrijdag moet ik naar Parijs. Ik wil die middag niet, geslagen en beschaamd door onwetendheid, het Gare du Nord verlaten. Remco Campert krijgt bij het verlaten van dat station zin om te schrijven. Ik om terug te keren.

Ik ken alleen de doden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden