Zwart schaap achter tralies

Van de jongeren in de gevangenis heeft 90 procent een psychiatrische stoornis (gehad). Hun stoornis is te laat herkend, of ze zijn vastgelopen in het administratieve moeras van het hulpverleningscircuit....

Haar zoon was 19 jaar toen hij door twee bewapende politieagenten thuis werd opgepakt, enkele dagen nadat hij samen met een stel jongens een overval had gepleegd. ‘Het geld wilde hij gebruiken om een huurachterstand te betalen waarvan wij niets wisten. Hij zat bij een kamertrainingscentrum dat hem begeleidde, ook bij het beheer van zijn financiën. Dat is dus niet gebeurd’, vertelt Lieke.

Na zijn voorarrest kwam hij in de gevangenis terecht. ‘Het duurde anderhalve maand voordat ik hem mocht bezoeken. Dat is echt verschrikkelijk. Je weet dat hij erg in de war is, zijn medicijnen nodig heeft, maar als ik naar de gevangenis belde, zeiden ze: ‘Hij wil u niet zien.’

‘Hij is er in die tijd ontzettend op achteruitgegaan. Hij kreeg geen extra aandacht voor zijn psychoses, en zat 24 uur per dag in zijn cel. Pas toen hij zichzelf ging verwonden, kreeg hij medicijnen. Uiteindelijk heeft een maatschappelijk werker ervoor gezorgd dat ik naar hem toe kon.’

Lieke kreeg haar zoon niet te zien omdat hij als 19-jarige onder het strafrecht voor volwassenen valt. Dan hebben ouders niets meer over hun kinderen te vertellen, ook niet wanneer ze een ernstige psychiatrische stoornis hebben en geen inzicht in hun ziekte.

Van de jongeren in de gevangenis, heeft 90 procent een psychiatrische stoornis (gehad). Ze raken op het verkeerde pad, omdat hun stoornis te laat is herkend, of omdat ze vastlopen in het administratieve moeras van het hulpverleningscircuit.

Of ze zitten zo moeilijk in elkaar dat ze, zoals hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie Theo Doreleijers zegt, ‘Als een hete aardappel worden doorgeschoven van de jeugdzorg naar de psychiatrie en weer terug’.

Kinderen met depressies en angsten kunnen goed bij hulpverleners terecht. Maar ben je verslaafd en agressief, dan beland je vaak eerder achter de tralies dan bij een therapeut. De ouders van deze kinderen zijn ‘radeloos’ zegt hij. Lieke, Marjolijn en Els kunnen het bevestigen. Zaterdag is in Amersfoort een contactdag waar ouders ervaringen kunnen uitwisselen (zie kader).

Els ontdekte dat haar middelste kind ‘anders’ was toen het een jaar of 7 was, nu elf jaar geleden. ‘Hij had leerproblemen en concentratiestoornissen. Bij het lezen en spellen had hij begeleiding nodig. Volgens de orthopedagoog viel het allemaal wel mee. Maar op zijn 12de begon hij al te spijbelen.’ Op de middelbare school ontspoorde hij. Hij kwam in het speciaal onderwijs terecht, en daar ging het opnieuw verkeerd.

‘In zijn kamer vond ik een spiksplinternieuwe mobiele telefoon. Die had hij betaald met geld dat hij had verdiend met het knippen van wietknoppen. Via school had hij een stage gekregen bij een tuinbouwbedrijf, en daar werkten mensen die hem in de wiethandel hadden getrokken.’

Op een ochtend werd hij om 6 uur uit zijn bed gehaald door de politie, op verdenking van zware mishandeling. Hij had een jongen met wie hij al vaker ruzie had gehad, een kopstoot gegeven. Els: ‘Inmiddels had hij de diagnose ADHD en ODD (opstandige gedragsstoornis, red.), en kreeg hij medicatie. Die kreeg hij niet toen hij in voorarrest zat; hij is toen ontzettend agressief geweest.’

De psychotherapeut wilde hem wel behandelen, maar dan moest hij opgenomen worden in een gesloten inrichting. De rechter vond dat niet nodig; Els’ zoon kreeg alleen een fikse waarschuwing. En dus begon alle ellende weer opnieuw: drugsgebruik, nachtenlang wegblijven van huis.

‘Ik zei: mijn kind gaat naar de verdommenis! Maar jeugdzorg, school, politie, Raad voor de Kinderbescherming, allemaal zeiden ze: we kunnen pas iets doen als hij weer in de fout gaat.’ En dat gebeurde: hij raakte betrokken bij een winkeldiefstal.

Ook Marjolijn kreeg te horen dat het ‘allemaal wel meeviel’ met haar zoon. ‘Hij was druk en agressief, maar als wij consequent grenzen stelden, kwam het wel goed.’ Ze denkt dat haar scheiding, de daarop volgende verhuizing en het feit dat ze snel daarna een samengesteld gezin vormde met haar nieuwe partner, te grote veranderingen voor hem waren.

‘Hij heeft autistische kenmerken met ADHD, kan zich slecht inleven en is heel rigide. Als ik toen had geweten wat ik nu weet, was ik nooit zo snel opnieuw gaan samenwonen.’ Bovendien werd hij buitengesloten door de ‘witte, elitaire kinderen’ uit zijn eigen milieu, en voelde hij zich wel thuis bij ‘de jongens met de jasjes met bontkraagjes, scooters en straattaal’.

Marjolijn: ‘Het ging helemaal niet meer thuis. Ik ben op het laatst echt bang voor hem geweest. Nu niet meer, hoor.’ Haar inmiddels volwassen zoon woont nu zelfstandig buitenshuis, en doet een mbo-opleiding. ‘Hij kan niet meer bij ons wonen, dat gaat niet meer. Het was verschrikkelijk zoals hij zich thuis gedroeg, maar het was ook hartverscheurend. Omdat je weet dat het louter onvermogen is.’

De drie moeders herkennen de eenzaamheid, het schuldgevoel, de schaamte en het verdriet over hun kind. ‘Het is een heel proces om te accepteren dat je zo’n kind hebt’, zegt Els. Ze kunnen geen mooie verhalen vertellen over een studerend kind dat ook zo prachtig viool speelt. Wat veel erger is, zegt Lieke: ‘Je ziet geen toekomst voor je kind. Hij is het zwarte schaap van de familie, niemand zit op hem te wachten. Daar kan hij verbitterd van raken. Dan hoeft er niet veel te gebeuren, of hij valt terug in zijn oude gedrag.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden