Zwart kleurt het leven

De eerste Surinamers in Nederland waren een bezienswaardigheid. Inmiddels drukt de trotse, derde generatie haar eigen stempel op de populaire cultuur....

tekst Toine Heijmans fotografie Martijn van de Griendt

Mevrouw Anita Barends heeft een mooi verhaal. Hoe ze vijfenveertig jaar geleden van Suriname naar hier vertrok, en bij aankomst in Roermond niemand ook maar iets van zwarten bleek te weten. Amper! Eerst dachten ze dat mevrouw Barends uit Indonesië kwam. Vervolgens dat ze er, net als andere negers, halfnaakt bij zou lopen, want zo stond het in de boekjes. Ze lacht, vindt het nog steeds een mooie grap. 'Dan kwam de pensionhouder de trap op gestoven met zijn astmakop en zei: 'Mevrouw, de zon schijnt en in de boekjes staat dat indianen en negers op warme dagen maar weinig aanhebben!'' Hij verwachtte echt dat ik daar in mijn blote bovenlijf... Nederlanders waren toen nogal beperkt in hun weten over de mensen van overzee, zie je.'

Het verhaal brengt ook een glimlach op het gezicht van Jorgen Tjon a Fong die naast mevrouw Barends zit, twee generaties jonger is, eveneens van Surinaamse herkomst maar hier in Nederland werd geboren. Hij heeft blauw haar en rode schoenen. Hij is uit de tijd dat niemand meer raar opkijkt van een neger, zelfs niet met blauwgeverfd haar. Sterker: 'Ze doen allemaal heel erg hun best het zo gewoon mogelijk te vinden.'

Zo veel is veranderd: mevrouw Barends was in 1956 nog een bezienswaardigheid, een vrouw volgens de Negerhut van Oom Tom. Tjon a Fong is gewoon een hippe Hollander, verft zijn haar omdat hij daar zin in heeft, maakt carrière als acteur en schrijver.

Hij heeft het tij mee. Zwart is modieus. Zwart is cool. Kijk naar televisie, waar zwarte comedy-sterren en filmhelden de dienst uitmaken. Beluister de radio, waar witte rock het moeilijk heeft tussen Puff Daddy en andere zwarte muziekmiljonairs. Zie hoe populair Edgar Davids is, of Patrick Kluivert. Kijk op straat waar de jeugd slentert in wijde hiphopbroeken.

Tjon a Fong: 'In de Bijlmer lopen witte meisjes rond die beter Surinaams spreken dan ik.'

Blackness is het woord dat de moderne zwarte cultuur samenvat. Het is stoer, het ziet er lekker uit, het is vol glamour en succes. Politiek-cultureel centrum De Balie in Amsterdam bouwt er deze week een heel programma omheen, dat Black Inc. heet. Met film, debat en theater wordt de 'blackness in polderland' blootgelegd. 'De black coolness vindt in Nederland een vruchtbare bodem', staat in de brochure, 'Bij zwarte én witte jongeren.'

Tijd voor een gesprek. Drie generaties zwarte Nederlanders om een tafel in Amsterdam. Ze kennen elkaar niet en hebben weinig meer gemeen dan hun huidskleur. Anita Barends is de oudste: 67. Jorgen Tjon a Fong de jongste: 25. Daartussen zit Joe Simmons, 49, geboren op Curaçao, nu hoofd persvoorlichting bij UPC-Nederland. Over zwart zijn in de polder gaat het. Hoe het was, hoe het is en hoe het gaat worden.

Voelen ze zich zwart? Welnee, hou toch op, zegt Barends. 'Pfoe. Je bent gewoon wat je bent en dat sommigen daar wat minders in zien heeft mij nooit bereikt. Hoe dat ging in Limburg: ik was de tweede Surinaamse vrouw in Roer mond en kreeg daarom ontzettend veel aandacht van de mensen. Maar ik werd ook direct in het leven opgenomen, gewoon als huisvrouw, als moeder. Van daaruit heb ik me kunnen ontwikkelen, ik speelde toneel, ik woonde in Amerika. Nooit heb ik me buitengesloten gevoeld. Ik was geen vreemde, ik heb er nooit last van gehad. Ik draai hier zoals ik in Suriname zou draaien.'

Welnee, zegt ook Simmons. 'Je bent wie je bent. Ik ben zwart. Zwart zijn heeft niets te maken met hoe je je voelt. Het heeft te maken met wat de omgeving van je denkt. Ik kwam in 1970 naar Nederland om hier te studeren. Als je in een collegezaal zit met 530 eerstejaars en jij bent een van de twee zwarten - logisch dus dat je dat merkt. Als de hele wereld om je heen wit is, de leraren, de taxichauffeurs, de televisieseries, dat heeft effect. Je was een attractie. Maar het voelde niet raar en dat doet het nog steeds niet. Zwart zijn is geen gevoel.'

Toch wel, zegt Tjon a Fong, de jongste. 'Het klinkt heel beladen, maar ik kom voort uit een traditie van onderdrukking. Daar heb ik persoonlijk geen last van gehad, maar ik ben me er wel bewust van. Zwart zijn is voor mij heel abstract, het gaat van calypso tot blues tot Afrika, en met het een heb ik meer dan met het ander. Toch heeft het mijn gedrag tot nu toe steeds gekleurd, omdat ik er alles aan probeer te doen niet het stereotiep te bevestigen: de crimineel, degene die altijd te laat komt.

'Ik ging naar de toneelschool en ook daar waren maar twee zwarten, dus die druk blijf je voelen. Iedereen doet zijn best er normaal over te doen, maar je weet dat het niet zo is. Pas toen ik naar Amsterdam kwam ontmoette ik andere tweede-generatie Surinamers, met precies dezelfde ervaringen als ik. Dat was fascinerend. Nu weet ik dat ik een gedeelde identiteit heb: ik ben hier opgegroeid, ben geïndoctrineerd door de Nederlandse cultuur, maar ik heb ook een Surinaamse familie waar ik blij mee ben, waar ik bijhoor. Twee werelden: een zwarte en een witte. Daar is balans in te vinden.'

Goedkeurend geknik van Joe Simmons. De nieuwe generatie: zelfverzekerd zonder de roots los te laten - zo hoort hij het graag. Zelf belandde Simmons in een merkwaardig gespleten wereld, dertig jaar geleden. 'Ik zat in het studentenmilieu van Amsterdam en daar had je dus net de Maagden huisbezetting gehad. Al die witte studenten waren ermee bezig. Wij niet. Wij waren bezig met Angela Davis en de Jackson Five, zwarte muziek en de spelling van het papiamento. Met Malcolm X en Martin Luther King. Dan discussieerden we over de vraag wie van die twee het meest recht was in de leer. Geen witte student die er wat van begreep.'

Nu dragen ook witte jongens baseballcaps met de X van Malcolm erop, wordt Martin Luther King door blank en zwart omhelst en is Michael Jackson muzak geworden. 'Het komt door de negerartiesten', constateert Barends. 'Die zien er gewoon prachtig uit. De neger, de kleurling in het algemeen, weet zich gewoon heel goed te kleden en te presenteren. Als ik zwarte sporters zie: wow! Dan ben ik zo trots. Hoe ze lopen, zich gedragen. Dat straalt af op de rest.'

Artiesten en sportmensen hebben de zwarte cultuur van belang gemaakt.

Simmons: 'Sinds 1975, of je wilt of niet, zijn zwarten onderdeel van de Nederlandse samenleving en zijn ze zichtbaar aanwezig in dit land. Kijk naar het Nederlands elftal, kijk naar de Caribische schrijvers die steeds meer worden uitgegeven. Je kunt ze niet meer omzeilen - we are here to stay. Je kunt ons niet meer wegschrijven en zelf zullen we ervoor moeten zorgen dat we wortelen in dit land.'

Barends: 'Ze kunnen echt niet meer om ons heen hoor, ab-so-luut niet. Ik weet zeker dat de Nederlander niet meer zonder zwarten kan leven. Echt waar.'

Tjon a Fong: 'De grootheid van Nederland is ook gebouwd op wat er in de koloniën gebeurde. De zwarte cultuur is al veel langer van belang voor dit land. Maar gek genoeg heb ik daar tijdens mijn geschiedenislessen nooit wat over gehoord. Pas heel laat kwam ik erachter wat voor grote rol slavernij heeft gespeeld. Daar is nu tijd voor, om ook dat deel van onze cultuur te ontwikkelen.'

Barends: 'Wij zijn altijd geschoold als Nederlander, vroeger in Suriname al. Ik weet alles van Texel, Terschelling, Urk, de Rijn die bij Lobith het land binnenstroomt, maar van Suriname wist ik niets. Pas nu ben ik steeds meer over mijn eigen land gaan lezen. Ik wist echt niks af van de negers.'

Negers. Inmiddels is het woord al een paar keer gevallen en niemand aan tafel die zich er druk over maakt. Met racisme heeft het in elk geval weinig meer te maken. 'Je bent een neger of je bent het niet', zegt Barends. 'Dat klinkt misschien grof maar je mag het nu gewoon tegen me zeggen. Maakt me niks uit, ik vind mezelf toch wel een klassevrouw.'

'Het is net als in de homoscene', zegt Tjon a Fong, 'Daar kan het woord nicht ook wel. Het gaat om de intentie waarmee je zoiets zegt.'

Simmons: 'Liever gebruik ik het woord zwarte man. Maar het is een theoretische discussie. Ik denk dat het voor zwarten niet veel uitmaakt, je bent neger, zwarte man of Surinamer. Wij zijn daar veel gemakkelijker in dan witte mensen, voor hen is het veel meer beladen.'

Tjon a Fong: 'Zolang het maar niet die zwarte is. Dan ben je alleen maar een vlek die langs komt schuiven.'

Barends: 'Weet je waar ik pas een hekel aan heb? Aan het woord allochtoon. Vreselijk. Zegt mijn buurvrouw: ''maar jij bent toch allochtoon''. Zeg ik: ''nee, ik ben een beautiful black woman''.'

Simmons: 'Die benamingen, daar moeten we ons geen zorgen over maken. We hebben het nu over black coolness en zwarte cultuur, en inderdaad is er vooruitgang geboekt vooral bij de zwarte jongeren. Zij kunnen nu dingen doen die vroeger onmogelijk waren. Maar overschat het niet. In de jaren zeventig was ik één zwarte tussen honderden studenten, en hoe hoger je komt op de sociale ladder, hoe meer ik om me heen kijk in directiekamers, het is toch weer de lonely black man die je er tegenkomt. Dat blijft een probleem. Onderop is vooruitgang. Op straat, in de tram is de zwarte cultuur belangrijk. Er is een basis. Maar dan. Blackness heeft hier vooral met commercie te maken. Het is buitenkant. Als we niet oppassen ontstaat er zelfs een nieuw soort exotisme.'

'Dat is juist het goeie!', valt Tjon a Fong in, 'door die commercie wordt zwarte cultuur toegankelijk voor een grote groep mensen. Al geef ik je gelijk dat het van zwart zijn weer een stereotiep maakt. De zwarten waar wij nu trots op zijn, komen niet uit Paramaribo. Die komen uit de hood in de Bronx, waar niemand in Nederland een connectie mee heeft en waarvan niemand precies weet hoe het er is.'

Simmons: 'Als ik zie dat zwarte jongeren nog steeds minder kans hebben om in een bedrijf te komen werken, dan zeg ik hallo: allemaal leuk die zwarte cultuur, gezellig en goed ook voor het bewustzijn, maar het blijft wel ergens steken. Jij bent hier geboren Jorgen, heel goed dat je Surinaamse familie hebt die je laat weten wat je afkomst is, maar je weet ook dat je jezelf zult moeten ontwikkelen hier. Niet iedereen heeft familie die zo stimuleert.'

Tjon a Fong: 'Daarin heb je gelijk. In de tijd dat jij naar Nederland kwam, was je exotisch. Net als mevrouw Barends. Maar op een gegeven moment, met de grote migratiestroom van na 1975, kwamen er veel meer en toen werd zwart opeens bedreigend. Dat is het nog steeds. In Nederland is het racisme minder hard dan in Amerika, maar het is nog steeds heel moeilijk om met een groep zwarte jongeren een discotheek binnen te komen. In Nederland is racisme onuitgesproken. Het sluimert.'

Simmons: 'Precies. Blackness betekent dat er meer kappers zijn die met kroeshaar om kunnen gaan. Dat is vooruitgang. Nederland is veel zwarter geworden, het is nu beter, in elk geval voor de kinderen. Maar een mooi tijdschrift over zwarte mode en zwarte literatuur maakt hier nog steeds geen schijn van kans. Blackness is een marketinginstrument geworden.'

Tjon a Fong: 'Dat is het verschil met Amerikaanse zwarte cultuur. In Amerika heeft blackness relevantie: daar zijn zwarten écht achtergesteld. Daar ontstonden dingen als black power en de Black Panthers. In Nederland is dat nooit gebeurd. De zwarte cultuur is wel overgewaaid, maar alleen door media en commercie. Hier is geen zwarte identiteit waar je voor vecht, waar je voor gaat staan. Wij hebben ook een cause to fight for, alleen is die nooit ontwikkeld tot een nationale beweging. Dat is het hele moeilijke ervan. Zolang er zwarte scholen zijn, schieten we niks op. Ik ben afgestudeerd acteur maar bij de grote gezelschappen maak ik weinig kans. Daar wil ik me voor inzetten: dat de mensen kleurenblind gaan denken. Dat de Drie Zusters van Tsjechov gespeeld worden door een neger, een Chinees en een blanke en iedereen alleen maar kijkt naar het spel.'

Kom kom, bezweert mevrouw Barends, het hangt er maar vanaf hoe je ermee omgaat. En ze vertelt nog wat verhalen. Over hoe ze vroeger in Roermond gebroken rijst kocht en de winkelier vroeg of dat hondenvoer was (1956). Over hoe ze destijds, als zwarte zwangere vrouw van een Nederlandse onderofficier, een veel te kleine kamer kreeg toegewezen, met uitzicht op het kerkhof. 'Nou toen ben ik er gewoon vreselijk tegenaan gegaan, bij sociale zaken, bij militaire zaken, ik heb stennis gemaakt en riep: ''Houden jullie nou eens rekening met een vreemde vrouw uit Suriname die een baby verwacht of niet?'' En dat deden ze.'

Kortom: 'Ik vind dat die jongelui van nu het echt niet zo moeilijk hebben. Ben nou maar gewoon trots op je afkomst. Wij zwarten zijn meegaande mensen, we kunnen goed met anderen omgaan, we kunnen ontzettend lekker koken waar de Hollander graag van eet - de rest komt vanzelf. Dan heb je toch geen angst?'

En voor het eerst is het even stil aan tafel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden