Zware klus

In Nederland hebben 75 duizend kinderen obesitas, extreem overgewicht. Esther Postma (17) is een van hen. In behandelcentrum Heideheuvel in Hilversum is zij een jaar lang intensief begeleid, op weg naar een gezonde levenswijze.

Esther Postma is niet altijd dik geweest. Bij haar geboorte woog ze 5 pond en ook als peuter had ze een normaal gewicht. Toch kwamen er in tien jaar tijd sluipenderwijs flink wat kilo's bij. Ze probeerde van alles om af te vallen, zoals sonjabakkeren, het bekende dieet, maar dat hielp niet. Thuis, op tafel in Zeewolde ligt haar fotoalbum. Ze kijkt naar haar portret van een jaar geleden en moet er een beetje om lachen. 'Ik was toen best wel zwaar', zegt ze. Het verschil tussen het dikke meisje op de foto en het meisje aan tafel is groot. Toen wat ineengedoken in een zwarte wollen trui, nu gekleed in een hip shirt. 'Vroeger was ik nooit tevreden over hoe ik eruit zag. Tegenwoordig wel. Het is nu veel leuker om kleren te kopen. Ik kan naar gewone winkels.'


Anderhalf jaar geleden gaf de GGD-arts een waarschuwing: Esther is te dik. Ze woog 102,9 kilo bij een lengte van 1 meter 59 en had last van astma. Kinderen die veel te zwaar zijn, hebben kans om suikerziekte te ontwikkelen, kunnen op jonge leeftijd hart- en vaatziekten krijgen en hebben daardoor een lagere levensverwachting dan hun ouders.


Moeder Geertje (49) vertelt er over: 'Toen de GGD die waarschuwing gaf zagen we de ernst van de zaak in. Op het moment dat in behandelcentrum Heideheuvel in Hilversum plaats was, besloten we er helemaal voor te gaan.' Vader Djurre (49): 'We namen een paar beslissingen. Als eerste hebben we de frituurpan de deur uit gedaan.'


Gedragsverandering

Vroeger werden in Heideheuvel vooral astmapatiënten behandeld, tegenwoordig is het ook een obesitaskliniek voor kinderen. In de jaren negentig verbeterde de medicatie tegen astma, waardoor langdurige opnames niet meer noodzakelijk waren. Het aantal kinderen met obesitas nam echter toe: die hebben ook vaak astma. Zo vond een verschuiving plaats in het patiëntenbestand. Heideheuvel bleek een uitgelezen plek om extreem dikke kinderen te behandelen. Heeft iemand ademhalingsproblemen, dan is beademingsapparatuur aanwezig.


In januari 2011 ging Esther naar Heideheuvel om voor twee maanden haar intrek te nemen in paviljoen De Hoefijzer, samen met twee jongens en zeven meisjes. Zonder uitzondering leuke kinderen, gekleed volgens de laatste mode. Er is een verschil met leeftijdgenootjes: sommigen zijn reusachtig. Ouders en kind bezochten regelmatig het behandelcentrum, waar ze een jaar lang gezamenlijk werkten aan een gezonde levenswijze, met meer beweging. 'Pittig hoor. De ouders moesten ook vertellen wat er thuis allemaal speelde', zegt moeder Geertje.


Groepsleidster Sabine Ransdorp (28) van paviljoen De Hoefijzer in Heideheuvel legt uit: 'Ouders kunnen hier niet hun kind afleveren en zeggen: het is te dik, los het maar op. De bedoeling is een gedragsverandering te bewerkstelligen.'


Die opvatting betekende een kentering in de behandeling van obesitas bij kinderen. Het programma waaraan Esther deelneemt, is een wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd door de Vrije Universiteit in samenwerking met Heideheuvel. Daar worden twee obesitasbehandelingen voor kinderen van 8 tot en met 18 jaar toegepast, die met elkaar worden vergeleken.


De wetenschappers brengen gewichtsverlies, gezondheidswinst en kwaliteit van leven in kaart. Ook worden kosten en opbrengsten vergeleken. De uitkomst van dit onderzoek zal bepalend zijn voor de zorg van ernstige kinderobesitas omdat het aantal kinderen met extreem overgewicht nog steeds stijgt. Volgens de laatste studie van TNO naar de groei van kinderen hebben inmiddels een half miljoen kinderen overgewicht en lijden 75 duizend aan obesitas. Een verdubbeling sinds 1995.


De redenen voor overgewicht zijn divers, legt kinderarts Olga van der Baan (60) uit. 'Soms hebben mensen aanleg, soms is het de omgeving, soms allebei. En niet onbelangrijk: in deze samenleving hoef je nauwelijks te bewegen, kinderen worden gehaald en gebracht naar school, zitten veel achter de computer. Hier moeten de kinderen wel bewegen. Ze gaan ook weer naar school, hier op het terrein. Omdat ze gepest worden, hebben ze soms veel gemist. Hier leren we ze ook sociale technieken.'


Code rood

De meeste Heideheuvelkinderen zijn vmbo-leerlingen. In haar groep was Esther een uitzondering. Ze zit op het vwo in Harderwijk en volgde een aangepast lesprogramma tijdens de twee maanden die ze intern was. Ze moest veel zelf doen, vertelt ze tijdens een terugkomdag in mei. 'Of ik overga, weet ik niet. Ik heb best veel gemist.' Ze glimlacht wat voor zich uit en wekt een serieuze indruk. Na haar vwo 6-eindexamen wil ze voedingsmiddelentechnologie studeren: 'Ik heb wel wat met eten.'


Heideheuvel is geen afvalinstituut. De kinderen krijgen geen dieet, maar richtlijnen mee. Esther somt op: 'Neem 200 gram groenten per dag, eet twee boterhammen 's ochtends.' Ook heeft ze een 'stippenboekje', waarin eten is onderverdeeld in rood, groen en oranje. Groen is gezond, met rood en oranje moet je voorzichtig zijn. Een blikje Red Bull heeft vier stippen en is voorzien van code rood. Heeft een kind de behoefte flink te snoepen, dan wordt een afleidingsmanoeuvre aangeleerd.


Groepsleidster Sabine geeft uitleg. Ze leert de kinderen hun lichaam als een huis te zien. Als er brandgevaar dreigt, kan een rookmelder je waarschuwen. Als een kind wil snoepen, kan die zijn inwendige rookmelder gebruiken en zich afvragen waardoor de rook is ontstaan. 'Dat noemen we de Heideheuvelstem', zegt Esther. 'Je leert anders denken.'


Die andere denkwijze moet het hele gezin zich aanleren. Op een woensdag zitten een vader en acht moeders in een leslokaal. De maatschappelijk werker schuift aan en vraagt hoe het de afgelopen periode is gegaan. Waren er valkuilen? Eén voor één geeft hij de ouders het woord.


Voor een van de moeders is het genoeg. 'Ik ga niet meer in discussie, Rox moet het zelf doen. Ze weet drommels goed wat slecht is. Dan komt ze thuis van haar stage en heeft ze een bavaroispudding meegenomen en eet die hele bak leeg. En vanochtend bleek ze weer aangekomen. Ze is nu dikker dan toen ze hier kwam.'


Hoofdschuddend kijkt de slanke vrouw in het rond, naar de andere ouders in het leslokaal. 'Nee, dan Esther, dat is het modelkind van Heideheuvel. Maar zij is dan ook de enige.' Alle aanwezigen schieten in de lach. 'Laten we eerlijk zijn, het kost handenvol tijd en geld, dan verwacht je toch dat het helpt?', verzucht een ouder. Een ander knikt: 'Soms zou je ontslag willen als moeder, zeker als je weer een lege snoepwikkel hebt gevonden.'


Constante verleiding

Op een zaterdagmiddag serveert Geertje Postma, de moeder van Esther, verse aardbeien in de tuin. 'Heideheuvel heeft onze kijk op voedsel veranderd. Ik ben ook afgevallen. Het leven bestaat uit constante verleidingen, daar moeten we nu mee leven.'


Ze kunnen terugkijken op een paar flinke successen: Esther is over naar 6-vwo. Van haar astma heeft ze nauwelijks nog last. Inmiddels is ze ruim 13 kilo afgevallen, tot 89,4 kilo.


Waardoor raakte dit kind dan toch te dik? Daarop kan Esther geen eenduidig antwoord geven. 'Ik ben geen emotionele eter, maar mijn moeder en ik zijn allebei toch te zwaar. Ik heb blijkbaar aanleg.' Als ze nog even nadenkt, merkt ze op dat ze heel erg van feestjes houdt en het dan moeilijk vindt het lekkers te weerstaan.


Als een van de weinige vaders nam Djurre, manager van beroep, actief deel aan het programma. De lessen 'bewust boodschappen doen' staan hem nog steeds bij. 'Sommige verpakkingen zijn misleidend. Dan staat er 'gezond' op, of dat er geen extra suikers in zitten. Maar dat betekent niet dat er géén suikers in zitten.'


Vrolijker

Was dat de reden van Esthers overgewicht? Djurre: 'Dat zou te makkelijk zijn. Je bent als ouder verantwoordelijk, jij geeft je kind te eten. Als ouder ben je schuldig aan het overgewicht, zo voelde ik het wel. Een kind kan niet alleen afvallen.'


Als de laatste behandeldag zich aandient, zijn bij een paar kinderen de kilo's nauwelijks geweken, of erger: één is wederom aangekomen. Een jongen is gestopt.


Wat zegt kinderarts Van der Baan daarvan? 'Mijn indruk voor alle kinderen die hier zijn geweest: tweederde verliest gewicht. Hun kwaliteit van leven is verbeterd, ook al hebben ze nog steeds obesitas. Ze bewegen makkelijker, zijn vrolijker, socialer, gezonder. Er is echter ook een groep voor wie de behandeling niet voldoende heeft geholpen.'


Dat bij Esther en haar groepsgenoten de obesitas dus niet is geweken, maakt niet uit. Ze hebben het goed gedaan, zegt Van der Baan. 'Bij obesitas denken de meeste mensen dat het 'eigen schuld' is en dat het weer overgaat als je een dieet volgt. Dat is niet zo, het is chronisch. Ik zeg altijd: je hoeft geen maat 36 of 38 te worden als je aanleg hebt om dik te zijn. Het is belangrijker om 10 procent van je gewicht af te vallen en dat vast te houden. Dat is al een hele prestatie waardoor ouderen, maar ook kinderen met overgewicht zich beter voelen. Dan ben je nog steeds te zwaar, maar is je leven wel verbeterd.'


Voor de kinderen is het laatste leermoment aangebroken, ze mogen hun doelen stellen. Esther gaat in discussie met haar ouders. Die 15 kilometer fietsen naar school en weer terug, vallen haar zwaar. Er is altijd tegenwind, vindt zij. Djurre vindt dat ze toch vaker de fiets moet nemen. Het compromis: sowieso meer bewegen en een keer per week zwemmen met vader.


Dan is er het afscheid. De kinderen omhelzen elkaar. Gaan de Postma's vanavond nog iets speciaals doen, nu het erop zit? Geertje kijkt verbaasd. 'Uit eten of zo? Nee hoor, straks eten we normaal, gewoon gezond. Nu niet laten versloffen, dat is het allerbelangrijkst.' Ze lopen naar de parkeerplaats. Esther draagt met verve haar nieuwe schoenen met sleehak.


Vooral als ze eten in de supermarkt ziet liggen, hoort ze de Heideheuvelstem nog regelmatig, liet Esther onlangs weten. 'Dat is groen, dat is rood.' Trots vertelt ze dat ze het stippenboekje er nu niet meer bij hoeft te pakken.


Vet! Kinderen over obesitas. Hoe kom je eraan en kom je er vanaf?

Van Inger Boxsem en met foto's van Wout Jan Balhuizen.

ISBN 9789021550275, 21,95 euro

Opletten en erbij blijven

De behandeling van een kind met obesitas moet in een vroeg stadium beginnen, opdat een dik kind later geen dikke volwassene wordt. In het kader van het wetenschappelijk onderzoek waaraan Esther deelnam, zijn de afgelopen twee jaar 120 kinderen met ernstige (levensbedreigende) obesitas in Heideheuvel behandeld. Op dit moment ondergaan zestig kinderen een behandeling. Ruim veertig kinderen staan op de wachtlijst.

'Obesitas is geen sexy onderwerp'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden