Zware jongens, zachte hand

Alle ferme taal van staatssecretaris Teeven van Justitie ten spijt kiezen de jeugdinrichtingen voor 'opvoeden' in plaats van repressie. 'Vijf jaar geleden was Nederland kampioen opsluiten van kinderen, nu niet meer.'

Over één ding wil onderzoeker forensische orthopedagogie Peer van der Helm duidelijk zijn. De nieuwe werkwijze in de Nederlandse jeugdgevangenissen is absoluut niet soft. 'De combinatie van opvoeden en behandelen is voor de jongeren juist heel zwaar', betoogt hij, in zijn bescheiden kamer in een historisch pand van de Universiteit van Amsterdam.


Bij binnenkomst vinden de jongeren het 'verschrikkelijk' om hun smartphone in te leveren, vertelt Van der Helm. 'Aan het gestructureerde leven in een jeugdgevangenis zijn ze niet gewend: vroeg opstaan, jezelf elke dag wassen, gezamenlijk ontbijten met mes en vork, verplicht naar school en verplicht therapie in de groep.'


Groepsleiders geven met hun gedrag het goede voorbeeld en moeten de jongeren helpen bij het maken van keuzes. 'Maar het valt de jongeren zeker niet mee om bijvoorbeeld autoriteit te respecteren, iets waar ze op straat vaak lak aan hadden.'


Een jeugdgevangenis is zeker geen hotel, wil Van der Helm, tevens lector bij het Expertisecentrum Jeugd van de Hogeschool Leiden, beklemtonen. 'Het principe van rust, reinheid en regelmaat en daarnaast grenzen stellen zijn er belangrijk. Wie bijvoorbeeld wordt betrapt op softdrugs, verliest sommige privileges.'


Wat anders is in vergelijking met vroeger, is dat er nu meer aandacht is voor het welzijn van de 'kinderen'; zo noemt Van der Helm de minderjarige veroordeelden voor vaak ernstige geweldsdelicten, als overval en straatroof. 'Er zitten veel jongeren in een jeugdgevangenis met psychische stoornissen of ze zijn zelf verwaarloosd en mishandeld.'


Peer van der Helm constateerde na vier jaar onderzoek naar het leefklimaat in Teylingereind in Sassenheim, de grootste Justitiële Jeugdinrichting (JJI) van Nederland: meer repressie maakt opstandiger.


Dat de maatschappij en soms ook de begeleiders vinden dat stevig moet worden opgetreden tegen criminele jongeren, kan Van der Helm begrijpen. 'Maar onderzoek heeft uitgewezen dat repressie niet werkt. Er moeten duidelijke grenzen worden gesteld en bij overtredingen moet worden opgetreden. Maar dan wel met rechtvaardige en niet met buitenproportionele straffen.'


Ook de jongeren zelf vinden dat een straf terecht kan zijn en ook nodig, omdat dit bijdraagt aan de veiligheid in een groep, viel de onderzoeker op. 'Het werkt echter averechts om te veel of onnodig te straffen, bijvoorbeeld door een hele groep naar zijn kamer te sturen als een van de jongeren iets heeft gedaan.


'De nieuwe omgang met visiteren past in deze lijn van meer welzijn. Nu wordt een jongere alleen onderworpen aan een lichamelijk onderzoek als er een verdenking bestaat. 'Dat strookt met het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind, nu houdt Nederland zich aan de wet', zegt onderzoeker Van der Helm. 'Zo'n vijf jaar geleden kreeg bijna iedereen na ontvangst van bezoek zo'n vernederend lichamelijk onderzoek. Het was een reden voor sommige moeders om hun dochters niet meer te bezoeken.'


Daarmee komt Van der Helm op zijn stokpaardje: jongeren kunnen erop vooruit gaan als het leefklimaat in een inrichting goed is. 'Zonder behandeling komen jongeren er crimineler uit dan ze erin komen. Met behandeling wordt een klein positief effect bereikt: 20 procent van de jongeren verlaat het criminele pad.'


Is dat niet heel weinig gezien alle investeringen?

'Nee', zegt Van der Helm beslist. 'Het loont de moeite als je een op de vijf jongeren kunt veranderen. Alleen opsluiten laat de jongeren er slechter uitkomen dan ze de jeugdgevangenis ingaan. Ons volgende doel is dat geen jongere de jeugdinrichting verlaat zonder diploma. Wie een diploma heeft, gaat bewezen minder snel weer in de fout.'


Zijn proefschrift hierover heeft veel invloed gehad. Van zijn hand is de in opdracht van justitie geschreven wetenschappelijke onderbouwing van de nieuwe visie, die alle directeuren van de jeugdgevangenissen in 2012 hebben onderschreven. De behandeling en de opvoeding staan nu voorop, niet het vernederen van de jongeren. Het opsluiten an sich is al voldoende straf, is het idee. Het hoofddoel is om ze op te voeden om recidive te voorkomen.


Om hen voor te bereiden op de terugkeer naar de maatschappij, gaan de jongeren tijdens de detentieperiode ook meer naar buiten. Ze kunnen bijvoorbeeld een kamertraining krijgen, waarin ze leren om zelfstandig deel te nemen aan de samenleving. 'Een van de discussies die we nu voeren is: mag zo'n jongen een biertje drinken of naar de coffeeshop tijdens de kamertraining tijdens zijn detentie?'


Dat kan toch echt niet, hasj gaan kopen en blowen en drinken onder toezicht, in straftijd?

'Dat vinden inderdaad veel mensen. Maar je moet kijken wat het best werkt. Misschien is het wel beter om hem al tijdens zijn straf op een verantwoorde manier te leren omgaan met geld en drugs, in plaats van dat hij na zijn vrijlating in één keer alle vrijheden moet aankunnen en zich meteen suf blowt en drinkt, met alle ellende van dien. Natuurlijk moet je de situatie per persoon bekijken. Bij een jongere die een delict onder invloed heeft gepleegd, moet je niet de kat op het spek binden.'


De nieuwe aanpak gaat in tegen de tijdgeest. Tijdens het proces tegen de minderjarige voetballers die doodslag ten laste was gelegd van grensrechter Richard Nieuwenhuizen, logen de reacties op Twitter en internet er niet om. Levenslang opsluiten op streng regime was de teneur.


Opvallend is dat sinds de veroordeling van deze zes minderjarigen in juni, inmiddels van twee van hen bekend is dat ze zich hebben misdragen in een jeugdgevangenis. Eén sloeg in juli meerdere keren hard in op een groepsleider in jeugdinrichting Eikenstein in Zeist. Dit deed hij nadat aan hem en andere groepsleden was gevraagd van wie de binnengesmokkelde aansteker en lange vloei waren, die op het toilet waren gevonden. De groepsleider hield er een hersenschudding aan over.


En tweede verdachte figureert in het op PowNews getoonde filmpje, pochend over waarover hij in Teylingereind kan beschikken: softdrugs, porno en een telefoon.


Van der Helm is niet onder de indruk van de beelden. 'Het zijn stoere praatjes. Het zegt meer over de jongeren zelf dan over de inrichting waar ze verblijven.'


Is het toeval dat juist zij zich misdragen in de jeugdgevangenis?

'Misschien dat ze last hebben van het enorme stigma. Hun namen zijn bekend, ze weten dat er weinig hoop is op een mooie toekomst. Ze zijn er bang voor om straks weer buiten te zijn.'


Alleen anoniem klagen sommige personeelsleden van jeugdinrichtingen over het in hun ogen te soepele beleid. Als er bijvoorbeeld minder wordt gevisiteerd, zouden er meer drugs de inrichting binnenkomen, en dat beïnvloedt de sfeer op een negatieve manier. Ook klaagt een groepsleider dat in zijn ogen de voorgeschreven positieve bejegening gelijk staat aan een softe opstelling. En die werkt volgens hem averechts voor dit type jongens met autoriteitsproblemen.


Van der Helm zegt dat er ook al drugs werden binnengesmokkeld toen er nog wel standaard werd gevisiteerd. 'Met nieuwe onderzoeksmethoden kunnen verboden spullen beter worden opgespoord, sommige inrichtingen zetten nu hasjhonden in, en hightech-opsporingsapparatuur voor mobieltjes. 'De leiding wil koste wat het kost voorkomen dat er drugs binnenkomen. Die ondermijnen de sfeer in een inrichting, er ontstaat een klimaat van onderlinge machtsverhoudingen en handelen.'


'Er is een spanningsveld', zegt Van der Helm, tussen de twee tegengestelde opgaven die jeugdinrichtingen hebben. 'Ze moeten de maatschappij beveiligen tegen kwaadwillende minderjarigen én deze kinderen na hun straf in diezelfde samenleving laten terugkeren.' Uit zijn onderzoek blijkt, zegt Van der Helm, dat er juist minder geweldsincidenten plaatsvinden in jeugdinrichtingen, als het leefklimaat verbetert.


Dat er geweldsuitbarstingen voorkomen in jeugdinrichtingen is volgens de onderzoeker bijna niet te voorkomen, gezien de kenmerken van de jongens. 'Geweldsincidenten zijn helaas part of the deal, als je behandelt.' Hij erkent dat de praktijk moeilijk is. 'Als een medewerker een mes op de keel krijgt, wil je niet behandelen. Als je een groep ernstig verharde jongens bij elkaar zet, gebeuren er dingen. Als je helemaal geen incidenten wilt, moet je van alle instellingen Extra Beveiligde Inrichtingen maken. Maar dan komen ze er als monstertjes uit.'


De kans op geweld in de jeugdinrichtingen is de afgelopen jaren vergroot door een andere ontwikkeling. De jongeren die er zitten, zijn gemiddeld namelijk aanzienlijk 'zwaarder' geworden, signaleert Van der Helm.


Tot vijf jaar geleden was er forse kritiek op de praktijk dat veel kinderen met gedragsproblemen zonder een veilig thuis ook naar de jeugdgevangenis werden gestuurd, zonder dat ze waren veroordeeld voor een misdrijf. Sinds 2008 is het aantal Jeugdzorg-kinderen in de justitiële jeugdinrichtingen afgebouwd en kwamen er aparte instellingen voor hen. Vanaf 2010 zitten in de jeugdgevangenis alleen nog jongeren met forse delicten op hun naam.


Dat er steeds minder minderjarigen strafrechtelijk worden opgesloten, komt ook omdat de jeugdcriminaliteit terugloopt. 'Vijf jaar geleden kwamen jongeren bovendien veel sneller in de jeugdgevangenis terecht. Nu moeten ze het heel bont maken om in een JJI te worden opgesloten. Rechters zijn terughoudender geworden met het opleggen van celstraf, omdat ze ook kunnen kiezen voor bijvoorbeeld nachtdetentie of een taakstraf. Dat is bovendien veel goedkoper.'


Het aantal plekken in jeugdgevangenissen is hierdoor sinds 2008 spectaculair gedaald, van ruim 2.200 tot 950 in 2012. En er is nog leegstand. Van der Helm noemt het 'een verheugende ontwikkeling' dat in Nederland steeds minder jongeren in de gevangenis terecht komen. 'Vijf jaar geleden was Nederland kampioen opsluiten van kinderen, nu niet meer.'


Het gevolg is wel dat de jongeren die nu nog in een justitiële jeugdinrichting zitten, in een categorie vallen 'voor wie het echt niet anders kan dan ze opsluiten'. 'De gemiddelde populatie in JJI's is zwaarder geworden. Wat er zit is vaak harder.'


Is het dan niet tegenstrijdig, dat medewerkers juist tegen deze zwaardere jongeren aardiger moeten zijn?

'Het gaat niet om aardiger zijn, de houding is streng maar rechtvaardig. Groepsleider zijn in een jeugdinrichting is het moeilijkste werk ter wereld. Zij hebben de opdracht om een groep van ongeveer acht moeilijke jongeren te leren om autoriteit te accepteren. Dat ze met twee woorden leren praten, dat ze netjes eten.


'Soms voelen groepsleiders zich machteloos in een groep. Het komt voor dat medewerkers geïntimideerd raken door jongeren. Dat is een probleem, want toegeven aan deze jongens is het slechtste wat er kan gebeuren, dan kan er anarchie ontstaan. Wat mij betreft zou een groepsleider die het lukt iets bij deze jongeren te bereiken, de balkenendenorm moeten verdienen.'


Peer van der Helm


Peer van der Helm, onderzoeker forensische orthopedagogie Universiteit van Amsterdam


Jeugddetentie

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden