Zwakke boezemkades, water tot de rand

In plaats van te letten op de 14 duizend kilometer regionale dijkjes zoals die bij Wilnis, ging de meeste aandacht naar de 3200 kilometer 'primaire dijken' langs zee en rivieren....

Dat zegt Wijbren Epema. Die houdt zich bezig met de versterkingen aan de hoofddijken en is ingenieur-directeur van het Hoogheemraadschap van de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden. Volgens hem ontbrak de afgelopen jaren het 'bestuurlijk draagvlak' voor extra financiële inspanningen om de niet-primaire dijken te versterken. 'Bestuurders zeiden: er is toch niks aan de hand? Die dijk ligt er prima bij.' Volgens Epema ontbreekt 'een gevoel van urgentie'. Ten onrechte, want veel van de zogenoemde boezemkades zijn volgens hem zwak. 'Van die schrale dijkjes. Je ziet ze amper. Een kruintje van een meter met een steil talud. En het water bijna tot aan de rand.'

Volgens Epema kan de doorbraak in Wilnis 'zijn nut hebben', als die grotere bestuurlijke aandacht voor de regionale dijken tot gevolg heeft. 'Daar moet je geld voor vrijmaken.' Epema denkt dat in Wilnis meer aan de hand moet zijn geweest dan verzwakking door droogte, 'al heeft dat natuurlijk een rol gespeeld. Het was een veendijk, en veen is niet meer dan opgestijfd water. Haal het water eruit, en je houdt niks over.'

Sinds ongeveer tien jaar werken de waterschappen aan een technische inventarisatie van de staat van de regionale dijken. Die is bijna voltooid: het is bekend waar de zwakke punten zitten. Pas nadat per dijk ook is vastgesteld wat de eventuele schade bij een doorbraak zou zijn, kan worden vastgesteld welke dijken prioriteit verdienen .

Van de primaire waterkeringen in Nederland voldoet nu 95 procent aan de normen die zijn vastgelegd in de Wet op de Waterkering. Daarin staat onder meer dat de dijken bestand moeten zijn tegen extreme situaties die zich hooguit eens in de tienduizend jaar voordoen. De versterkingen van de afgelopen vijftig jaar zijn gefinancierd door het rijk .

Voor de niet-primaire dijken worden de normen - als ze bestaan - vastgesteld door de provincies. De verantwoordelijkheid voor het onderhoud ligt bij de 48 waterschappen en hoogheemraadschappen, die ook opdraaien voor de kosten van versterking. De waterschappen hebben een gezamenlijk budget van 5,5 miljard euro per jaar. Dat geld wordt opgebracht door heffingen in de betreffende gebieden, de 'omslag'. Die gaat omhoog, om de investeringen vanwege de verwachte wateroverlast en droogte te kunnen betalen. Daarvoor is de komende vier jaar 1,3 miljard nodig.

Het belang van veel regionale waterkeringen is de afgelopen decennia sterk toegenomen. In veel van de polders die vroeger vaak een agrarische bestemming hadden, staan nu woonwijken.

Volgens Jan Jaap de Graeff, voorzitter van de Unie van Waterschappen en dijkgraaf van het Hoogheemraadschap Schieland, is de gemiddelde staat van de boezemkades redelijk. Hij wil eerst weten wat de oorzaak van de afschuiving in Wilnis is, alvorens conclusies te trekken over de noodzaak van een structureel verstevigingsprogramma voor de kleine dijken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden