Zwagermans zwanenzangen

De Zwaag valt op vele manieren te herinneren.

Beeld anp

We waren bijeen in Felix Meritis en opgebaard, naast de kansel: Wakend over God, de postume poëzie van Joost Zwagerman. Vijf maanden eerder lag er de dichter zelf, in een kist. Niet in Felix Meritis, trouwens, maar in De Duif. (Wat een kerk is - wist ik ook niet.)

Ik zat te wachten op mijn beurt om te spreken en vroeg me af wie de Zwaag beter afvaardigde: zijn ontzielde lichaam, in die kist destijds, of zijn gedichten, nu, in de bundel die ik vasthield. Domme vraag natuurlijk. Goede literatuur is altijd beter dan de werkelijkheid. De dagen ervoor had ik ze gelezen, Zwagermans zwanenzangen, en ik moet bekennen: nu pas ging hij écht dood, in mijn hersenen, althans.

Het gedicht dat ik voorlas, heette Heilig. Het is meesterlijk, en angstaanjagend, en het beantwoordt ook nog eens al mijn vragen - maar pas nadat ik me ontpletterd had.

Wovon man nicht sprechen kann, darüber muss man schweigen', zei Wittgenstein - van wie ik eigenlijk niks anders paraat heb dan deze lulkoek. Taal is juist rijker dan wat er bestaat, is mijn idee.

Anyway, na afloop stonden we slap te ouwehoeren, met bier en pinda's. Robbert Ammerlaan, ooit mijn uitgever en nu die van Joosts poëzie, had me zojuist een geheim verklapt dat ik uiteraard onder de pet hou, ook al is dit een krant. In ruil zou ik aanstonds een geheim prijsgeven, maar plotseling kwam er een vent tussenbeide. Hij had een bekende kop, maar dat hadden wij ook.

De kerel begon aan een, bleek na een poosje, lang verhaal. Mijn oom Hans zei ooit: als iemand tien minuten tegen je aan praat zonder iets aan jou te vragen, mag je weglopen. Nog beter is hoe Lyndon B. Johnson het aanpakte, las ik in Robert A. Caro's vijfdelige meesterbiografie. Als LBJ in gezelschap het woord ontnomen werd, dan liet hij zijn kin op zijn borst zakken en sliep in. Hij stond dan gewoon te pitten, een kwartier, een half uurtje. Zijn vrouw, Lady Bird, nam de honneurs waar, en als er een geschikt gaatje viel, gaf ze hem een por. Hij werd dan pratend wakker.

I like it.

Juist wilde ik zelf een rechtstandig uiltje gaan knappen, toen de woordenbrij van de bekende kop aan structuur begon te winnen. Ammerlaan en ik ontwaarden een verhaallijn waarin de Zwaag steeds vaker opdook. Het ging over carnaval op Tenerife, ik geloof in 1986. Joost was door zijn Gimmick-maatjes uitgenodigd om te komen vieren en op zijn vraag hoe hij zich moest verkleden, hoorde hij: we zien je wel verschijnen!

Goed antwoord.

'En?', popelde Ammerlaan, met dezelfde magnetische glunder waarmee hij op internationale schaal manuscripten uit schrijvershanden zuigt.

'Nou', zei de bekende kop - hij was ergens halverwege vastgelopen tijdens het morphen van Bob Fosko naar Harmen Siezen - 'wij hadden allemaal een hoedje op en een gekke stropdas, maar Joost, die had er zeg maar werk van gemaakt.'

'Hoe oud was hij toen?', vroeg ik. Dat doe ik altijd als de spanning oploopt: nodeloos vertragen.

'Tweeëntwintig? Zoiets.'

'Maar?' jubelde Ammerlaan.

'Ik zie hem nog de aankomsthal in komen', zei de vastgelopen morph. 'Joost had zich, met pluimen en schuimrubberen poten, en zo'n heel pak, verkleed als Juffrouw Ooievaar.'

Beeld anp

Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden