Zwagerman, mediaman

Joost Zwagerman is typisch zo'n schrijver die beseft dat een goed boek alleen nog geen garantie is voor succes. De media zijn onmisbaar....

Mediageil? Hij? Het is lang geleden dat schrijver Joost Zwagerman dat te horen kreeg, zei hij deze maand nog tegen het blad Blvd. Het viel toch reuze mee: zijn optredens in Barend & Van Dorp kostten hem eens in de drie weken drie uur van zijn tijd, terwijl hij in drie weken meer dan honderd uur doende is met schrijven. 'Ik ben dus vooral schrijfgeil.'

En wij moesten eens weten welke verzoeken van de media hij allemaal heeft afgewezen. Toen tv-presentator Jeroen Pauw van RTL naar BNN verhuisde, bereikte hem bijvoorbeeld het verzoek diens programma Kwestie van kiezen over te nemen, wat hij hooghartig afsloeg. 'Als je als schrijver op televisie komt, denkt Hilversum in haar ijdelheid dat je tv-ambities koestert', zei hij tegen Het Parool.

Maar toch. Dat laatste zegt meer iets over de onstilbare honger van de mediawereld dan over zijn vermogen tot dosering. Zwagerman is nu eenmaal iemand 'die goed bekt', zoals het in zijn satirische roman Chaos en rumoer (over een schrijver met een writer's block die – net als Zwagerman deed bij Ophef en vertier – een radioprogramma gaat presenteren) heet, en bij zo iemand rinkelt de telefoon uit Hilversum herhaaldelijk. Dertien jaar geleden weigerde hij nog te verschijnen in de nietige bijrol van Zomergast. Maar dat hij ooit in de hoofdrol van presentator zou terugkeren, mag de Zwagerman-watcher niet verbazen.

'Men schrijft niet, men wil schrijver zijn', typeerde Michaël Zeeman, niet Zwagermans grootste vriend, eens de generatie van auteurs als Zwagerman. Nou schrijft Zwagerman toevallig wél. Hij heeft als 40-jarige zestien boeken en bundels op zijn naam staan. Maar ontegenzeggelijk is hij zo'n hedendaagse schrijver die haarfijn begrijpt dat een goed boek alleen lang geen garantie is voor succes.

Ophef en rumoer behoren vanaf het begin tot zijn wapenuitrusting in de jacht op aandacht. De geboorte van De Maximalen, een zelfbenoemde 'rebellerende' dichtersbende die niet meer dan een eendagsvlieg bleek, is illustratief voor het tromgeroffel waarmee hij zijn bestaan lijkt te willen onderstrepen. Na het dichterschap (waaruit enkele jaren terug een laatste bundel nadruppelde) werd hij romanschrijver, maar ook bij romans zou hij het niet laten. Er volgden essays, kritieken, columns, het presenteren van het radioprogramma Ophef & Vertier, televisie-optredens in Barend & Van Dorp over alles, reclame-uitingen voor een verzekeringsmaatschappij en een theatertournee met Ronald Giphart.

Toen de publicitaire mastodonten Mulisch, Hofland en Blokker zich in 1991 in weekblad Vrij Nederland laatdunkend uitlieten over de jonge literaire generatie, was het Zwagerman die (samen met Stephan Sanders – toen nog bondgenoot – en Bas Heijne) een week later in HP/De Tijd ten strijde trok tegen het bejaarde trio, dat op zijn retour zou zijn. Hetgeen overigens Hofland jaren later niet verhinderde (en de auteur niet bezwaarde) Zwagermans roman De Buitenvrouw officieel ten doop te houden.

Dat soort tegenstrijdigheid komen we vaker tegen in Zwagermans uitingen. Amsterdam houdt hem alleen maar van zijn werk, zei in eens in een interview – maar intussen woont hij er al bijna twee decennia en spelen zijn meeste romans in die stad. Een televisieprogramma presenteren? Geen denken aan, zei hij. Of het zou een boekenprogramma moeten zijn, zoals Boudewijn Büch ooit deed. Nu, twee jaar later, is hij presentator van een programma waarin één schrijver (Hafid Bouazza) figureert.

Het werpt een ander licht op de 'rebellie' van Zwagerman: de opstandigheid, de felheid en de verbetenheid van dit alles lijkt vooral tot doel te hebben erbij te horen. Bij de gevestigde orde waar hij zich ooit tegen afzette. Het is hem gelukt. Dankzij zestien boeken op zijn naam en verkoopcijfers waar menig collega hem om zal benijden. Maar toch ook dankzij zijn aanwezigheid in de media.

Trucs zijn er ook: in zijn roman Vals Licht liet hij een hoerenloper figureren waarin tv-presentator Ron Brandsteder zich meende te herkennen. Altijd goed voor het rumoer. Volgens geruchten is het Zwagerman die sinds enige tijd figureert als de hitsige 'Vulpen' in de overspelige schrijfsels van Heleen van Rooyen. Waar of niet, gelet op beider liefde voor publiciteit is geen van hen erbij gebaat zo'n gerucht al te snel uit de wereld te helpen.

De schrijver is slim genoeg om zijn mediaaanwezigheid, het zou hem eens verweten kunnen worden, te marginaliseren waar mogelijk. Niettemin: pr-matig is het fenomeen Zwagerman dik in orde. Zelfs de 'schrijversinformatie' van het onverdachte NBLC, de vereniging van openbare bibliotheken, wijst op de media-aandacht (ook buiten de literaire kritiek) die Zwagermans boeken ten deel valt. 'Die aandacht wordt ook wel enigszins afgedwongen door uitgekiende publiciteitsacties en al of niet geregisseerde relletjes'.

Het centrum noemt als voorbeeld de oprichting, na verschijnen van Gimmick!, van een zogenaamd 'Anti-Joostzwagerman Comité', dat zich keerde tegen de 'zelfreclame en glibberigheid' van de schrijver, en dat een pamflet uitbracht met de titel Zwagerman moet weg.

Met opvallende gretigheid bond hij in het verleden de strijd aan met kennelijke rivalen als Stephan Sanders, Arjan Peters en Michaël Zeeman. Wat ze ooit fout deden, is de buitenstaander, behoudens het geval Peters, vaak onduidelijk, of het moet een negatieve bespreking zijn van een van zijn boeken. De kleine en soms ietsje grotere vetes werden door Zwagerman breed uitgesponnen middels columns, artikelen en ingezonden brieven in dag-en weekbladen of televisiegidsen. Zelfs na de aanslagen van 11 september mengde Zwagerman zich in de ontstane cultuurdiscussie over de politieke betrokkenheid van de literatuur. Hij schreef een stuk in de Volkskrant, niet zozeer over het hoofdonderwerp, maar over een conclusie die zijn opponent Zeeman eerder had getrokken.

Doorgaans de rust en de nuance zelve, mag hij op zulke momenten zowel verbaal (op radio of tv) als schriftelijk graag het opgewonden standje uithangen. Het onderscheid tussen kleine en grote zaken vervaagt geheel: in het universum van Zwagerman is alles wat hem raakt meteen een Grote Kwestie. 'Eén foute zin in een In Memoriam van een schrijver of Zwagerman vijlt zijn hoektanden bij', schreef de Vlaamse krant De Financieel-Economische Tijd.

Of zoals de Volkskrant schreef over zijn bundel Landschap-columns in het mediakatern van de Volkskrant: 'Met dezelfde krachttermen waarmee hij het voetbalfascisme aan de kaak stelt, windt hij zich op over een drogreden of gaat hij tekeer tegen Stephan Sanders wanneer die leven en werk van Ernest Hemingway door elkaar lijkt te halen.'

Talent kun je Zwagerman niet ontzeggen. Hij kan beeldend schrijven. Hij kan schriftelijk én verbaal een intelligent, bevlogen en zelfs overtuigend betoog houden, zijn essays zijn altijd gestoeld op gedegen achtergrondkennis. Kortom: hij bekt goed, hij oogt ook nog eens beter dan de gemiddelde literator – alles wat de hedendaagse schrijver tot een mediafiguur (en dus al gauw een bestseller-auteur) maakt.

Zo iemand moet twee persoonlijkheden hebben, getuige de ontdekking die Theodor Holman onlangs deed toen hij na acht jaar afscheid nam van de Amsterdamse televisiezender AT5. Schrijvers die bewonderd willen worden om hun boeken, en televisie maken, krijgen – aldus Holman – last van 'omgekeerde waarderingstoename': ze worden gewaardeerd, maar niet om wat ze werkelijk willen, namelijk hun goede boeken. 'Je hebt als presentator een andere persoonlijkheid nodig dan als schrijver', schreef Holman.

Of het moet, op zijn minst ten dele, pose zijn, die heilige verontwaardiging. Hoe kan het anders dat hij in zijn nieuwe rol als presentator van Zomergasten de dienstbaarheid en de bescheidenheid zelve wil zijn, zoals hij in interviews aankondigde? Het wordt geen Zwagermanshow, zei hij. De personality-avonden die Freek de Jonge en Wim T. Schippers ervan maakten waren niet zijn stijl, zei hij. 'Mijn mening wordt pas interessant voorzover die in dienst staat van het vertellen van het verhaal van de gast.' Een hele gedaanteverwisseling.

In zijn roman Chaos en Rumoer laat Zwagerman een uitgever zeggen: 'We missen nog steeds onze beau garçon Charles Duingeest, hè, met dat bijna obsceen mediagenieke kapsel van hem. God, wat zat dat haar altijd intimiderend perfect! What can I offer you to drink, mister Yinyang, red, white, or water?'

De bedoelde garçon was natuurlijk Adriaan van Dis – toevallig een van Zwagermans voorgangers als presentator van Zomergasten.

Benieuwd hoe de beau garçon Zwagerman zichzelf zou neerzetten in de satirische roman Zomergasten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden