Zwagerman luistert Elvis Costello

Elvis Costello leek op een jonge, verfrommelde versie van Woody Allen en bood in zijn teksten schrale troost

In zijn programma Dat dan weer wel (2001) breekt Hans Teeuwen in een hilarische, manische tirade 'het verschijnsel vrouw' tot de grond toe af. Al snel openbaart zich de achterliggende reden van die tirade: meneer is jaloers. Geobsedeerd. Door zijn vriendin. Die een avondje uit is. Terwijl hijzelf thuis zit. En maalt. En doordraait. Teeuwen: 'In je hoofd is het al waar: ze ligt achterover op een tafel, ze wordt geneukt door een of andere brede vent, en ze schreeuwt: Veel lekkerder dan Hans! Veel lekkerder dan Hans!' En dat is maar de helft van de kwelling, want in de kamer waar zich dit afspeelt hangt een foto van Teeuwen waar de 'brede vent' in kwestie al neukend naar wijst en een satanische schaterlach slaakt.


Die scène uit Dat dan weer wel heeft, als ik zo vrij mag zijn, een hoog Elvis Costello-gehalte. Opmerkelijk veel van Costello's vroegste nummers, stammend uit eind jaren zeventig, hebben de nachtmerrie tot onderwerp die Teeuwen tot in het belachelijke uitvergroot. De songs belichamen de frustratie en blinde woede over het feit dat jouw lief het met een ander doet.


Tot zover niets nieuws - een thema zo oud als de wereld, duizenden liedjes moeten het hebben van het gebroken hart. Met dit verschil dat in de teksten van Costello de minnezanger zich gepijnigd uitlaat over een liefje dat nooit zíjn liefje is geweest. Traditiegetrouw gaat het in de popmuziek zo: My baby left me, and now I'm feeling blue. Bij Elvis Costello gaat het: 'I'm feeling blue, because my baby has never been my baby.'


Dat lijkt een nuanceverschil, maar er gaapt een afgrond tussen de liedjes waarin de verlaten man zijn woede en verdriet bezingt en die waarin de man lucht geeft aan de ontluistering dat 'zijn' vrouw hem niet eens ziet staan. Wat is er voor een man vernederender dan op voorhand genegeerd worden ten faveure van een stompzinnige nepfiguur?


Zingen over verlaten worden is in essentie cool - The blues ain't nothing but a good man feeling bad. Zingen over genegeerd worden is heel erg uncool, streng verboden, want onmannelijk en stijlloos.


Dat moet Costello destijds zelf ook wel hebben beseft. Hij accentueerde zijn uiterlijk als nerd avant la lettre: smalle schouders in een a-modieus pak; slungelige bewegingen achter de microfoon, een grote bril met inktzwart montuur - nu modieus, toen een bijna masochistisch merkteken. Het kansloze bij de meisjes onderstreepte je er alleen maar mee.


Als een jonge, verfrommelde versie van Woody Allen presenteerde Costello zich aan de wereld, en met diep doorvoelde woede spuugde hij, in 1977, het nummer I'm Not Angry in de microfoon - óók geestig, als het niet zo wrang was geweest. Het begint als volgt: 'You're upstairs with the boyfriend / while I'm left here to listen / I hear you calling his name.'


Dat komt griezelig dicht in de buurt bij de hilarisch-hysterische waanvoorstelling van Teeuwen - met dit verschil dat Costello's songtekst schrikbarend realistisch en waarheidsgetrouw overkomt. Zijn allereerste hitsingle Alison lijkt er in tekst een vervolg op: 'I think somebody put out the big light / 'cause I can't stand to see you this way.'


Was het toeval dat in 1979 een al even neurotisch en schriel ogende generatiegenoot van Costello dezelfde thematiek aandurfde? Joe Jackson kreeg in dat jaar een hit met Is She Really Going Out With Him? Die vraag vervult de zanger met ongeloof en verbazing: 'Pretty women are walking with gorilla's down my street'. Hoe kan het dat de leukste meisjes altijd kiezen voor gecertificeerde klootzakken?


Van geheugenwetenschapper Douwe Draaisma is de term 'popvenster': je belangstelling voor popmuziek gaat open rond je 15de en sluit weer enigszins rond je 25ste. Ongeacht je geboortejaar, aldus Draaisma, heb je het idee dat de beste popmuziek werd gemaakt toen jijzelf zo rond de 20 was. Costello valt geheel binnen mijn particuliere popvenster. Ik was 15 toen in 1977 Costello's debuutalbum My Aim Is True verscheen, en zijn nerveuze, bozige, kortademige, haastige en hyperventilerende nummers tot en met Get Happy! uit 1980 stoffeerden de jaren waarin mijn popvenster wijd open ging. Maar Costello bood méér dan aanstekelijke en opwindend strak-nerveuze popsongs. Zijn teksten boden een schrale troost. Ik was niet alleen.


Bijna tien jaar later varieerde een iets gerijptere Costello terug op die thematiek van frustratie. Uit 1986 stamt zijn hit I Want You. In dat nummer heeft de geprangde ik-figuur tenminste dan toch 'iets' met een Ander gehad. Maar ook hier moet hij het veld ruimen voor een stupide concurrent. Zelfkwelling, depressie, jaloezie en eenzaamheid doorzinderen het nummer: 'I want to hear he pleases you more than I do / Oh no my darling, not with that clown.'


Elvis Costello werd ouder, maakte hinkstapsprongbewegingen naar vele genres, werkte samen met - bien étonnés - Burt Bacharach, the Brodski Quartet en Paul McCartney. Met de jaren probeerde ik de verre geestverwant uit mijn jeugd te volgen. Helaas raakte ik het spoor bijster - maar die vroege albums bleven jaren fier overeind. Vorige week trad Costello, nu 57, op in de Melkweg in Amsterdam. Zijn oeuvre is inmiddels immens. Jarenlang weigerde hij zijn vroege nummers te spelen. Ik herinner me een tergend concert, tien of vijftien jaar geleden, in Carré. Kwellingen leek hij niet meer te hebben, pretenties des te meer.


Ook alleskunners kunnen houdbaarheid en geloofwaardigheid verliezen.


Goddank bestond het concert van vorige week voor het belangrijkste deel uit een keuze uit die allervroegste nummers. Drie uur lang trad hij op, zonder pauze. Zoals je dan hoort te zeggen: de routinier speelde de Melkweg plat. In het publiek bevonden zich verdacht veel mannen van mijn leeftijd - en maakten die een reis door de tijd? Ik twijfel. Eigenlijk was er niets veranderd. In zeker opzicht blijven de nepfiguren en klootzakken de dienst uitmaken in de liefde, daar verandert nooit iets aan. Heel lang wil je dat niet geloven, totdat je er hardhandig aan wordt herinnerd. En dus kan het gebeuren dat die oude geprangde nummers van Costello je zoveel jaar na dato des te harder treffen. Ik was in de Melkweg in gezelschap van een man en vrouw van begin 30, voor wie Costello altijd al tot het verleden had behoord. Na afloop evalueerden de twee Costello's prestatie. Hij droeg een mal hoedje en een kneuterig pak, persifleerde zijn eigen imago, zo leek het. Maar hij trok, vonden ze, in één moeite door dat onvermijdelijke liefdesverdriet op naar een hoger niveau, vooral tijdens het ultieme klaaglied I Want You, waarbij hij de last van het gebroken hart een bijna filosofische diepte meegaf.


Mijn verre geestverwant van weleer was bij de jongere generatie met glans door de ballotage gekomen. Ik was plaatsvervangend opgelucht en trots.


Toen kwam de vrouw met een slotsom. 'Bijna 60, en dan zó voor het publiek staan, deadpan, met zelfspot, maar zonder dat die zelfspot de tragiek van die intens droevige liedjes aantastte. Ik vond hem ongelofelijk cool.'


Eindelijk gerechtigheid.


Foto's ANP en uit de collectie van Keith Morris


Joost Zwagerman


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden