Zwagerman leest
Het verdwijnen in
drie onlangs verschenen romans

Wat delen Remco Campert, Marente de Moor en K. Schippers? De drijfveer van hun recent verschenen romans is het verlangen er niet te zijn.

Oproep aan literatuurwetenschappers en -vorsers: is het niet wenselijk en zinvol dat iemand eens een weidse, rijke studie schrijft over het verlangen naar verdwijning en zelfvergetelheid als thema in de Nederlandse literatuur van na de Tweede Wereldoorlog?


Het verlangen om er niet te zijn (1981) is de titel van een bundel opstellen over het oeuvre van Willem Brakman; dit verlangen laat zich makkelijk uitbreiden naar het werk van andere schrijvers. Harry Mulisch zag dit verlangen bij leven en welzijn ingewilligd; zijn triomf was even hilarisch als avontuurlijk. In zijn autobiografisch vademecum Voer voor psychologen (1978), een sleutelwerk in zijn oeuvre, staat het onomwonden: 'Wie bestaat, maakt niets. De schrijver moet leeg zijn, niet bestaan.' Mulisch zélf voldeed naar eigen zeggen aan deze eis: 'Werkelijk, ik kan er niet genoeg de nadruk op leggen dat ik niet besta. Soms denk ik: IK - en dan barst ik uit in een onbedaarlijk gelach (...). Een onbetaalbare grap! (...) Soms ga ik op mijn hoofd staan, en denk dan: nee, dit helpt mij ook niet aan een bestaan...' Inmiddels weten we dat weinigen in de Nederlandse literatuur zo alomtegenwoordig áán- én (kennelijk ook) áfwezig waren als Harry Mulisch.


Bij Jeroen Brouwers is dit (verlangen naar een vorm van) niet-bestaan geen grap en een triomf, maar een kwelling. Een van de motto's van Brouwers' roman Bezonken rood (1981) komt uit het Dodenlied van Zuid-Celebes: 'Zoek mij terwijl ik er ben. (...) Ik ben er immers. En toch is zeker dat ik er niet ben.'


Ook anno 2013 is 'het verlangen er niet te zijn' een terugkerend thema in Nederlandse romans. Drie recent verschenen romans worden aangedreven door dit verlangen. In Remco Camperts Hotel du Nord reist de schrijver Walter Manning af naar een gehucht in Frankrijk en geeft hij toe aan een 'diep verlangen om verloren te raken, een vreemdeling te worden voor anderen en voor zichzelf'. Ooit had een collega-auteur over Manning losgelaten dat diens thema 'leegte' was. 'Helaas', vervolgde die collega, 'is diens thema ook meteen zijn motief, zodat zijn werk niets inhoudt.' Jarenlang ging Manning gebukt onder die dodelijke typering, maar eenmaal op hoge leeftijd maakt Manning van die - vermeende - handicap zijn kracht.


In Het verdwijnen van Robbert, het vijfde boek van Robbert Welagen, lijkt de hoofdfiguur Robbert, opzichtig vernoemd naar de schrijver zelf, een direct familielid van Walter Manning. Ook deze Robbert neemt het besluit zichzelf te laten 'verdwijnen' in 'een provincieplaats'. Zo'n plaats is volgens Robbert 'een goede plek om je te begraven'. 'Ik wilde mezelf een flink potje verdonkeremanen', aldus Robbert, wiens verlangen niet het gevolg is van een sneer van een collega-auteur, maar, ouderwets zwart-romantisch, vanwege de onbeantwoorde liefde voor het fatale meisje Chloe.


Het verdwijnen van Robbert is harder, rauwer en misantropischer dan Camperts Hotel du Nord. Robberts dwangmatige pogingen zichzelf zo radicaal mogelijk uit te wissen, lijken naarmate de roman vordert steeds meer op een langzame suïcide. 'Verdwijnen' wordt in Het verdwijnen van Robbert geleidelijk aan synoniem aan een zelfgekozen dood. Robbert laaft zich in de roman aan de titel van een kunstwerk van Louise Bourgeois: He Disappeared into Complete Silence. Robbert droomt ervan dat híj die 'he' is uit Bourgeois' titel.


Maar is hij misschien al verdwenen, verdampt, verzwolgen? Beter gezegd: is hij misschien al dood, dood bij leven? De 'plot' van zijn leven is immers al tot stilstand gekomen: 'Er waren alleen maar losse anekdotes (...). Over de tijd die ertussen lag, hing een sluier. Als je die zou oplichten, zou er geen leven tevoorschijn komen. Als je de sluier zou oplichten, zou er niets zijn.'


Marente de Moors roman Roundhay, tuinscène opent met de spectaculaire verdwijning van Valéry Barre, gemodelleerd naar de historische figuur Louis Le Prince (geboren in 1842), de man die, vóór Edison, een filmpje met bewegende beelden maakte. Le Prince's nooit opgehelderde verdwijning joeg De Moors verbeelding aan.


'Een mens is voor zijn verdwijning, net als voor zijn ontstaan, van anderen afhankelijk', schrijft De Moor in het begin van Roundhay, tuinscène. 'Hij kan niet even besluiten dat hij er niet meer is (...).' De Moor bepeinst Barres abrupte verdwijning, en de veronderstelling dat er 'onderweg iets langskwam dat hem uitwiste' slingert de motor aan van deze roman die, aan de hand van een grote reeks avonturen die Barré beleeft, obsessief draait om het verlangen naar niet-bestaan, resignatie, afwezigheid, Verneinung, tot in de vele, vele details, inclusief de instructies van een tekenleraar, wiens wijze raad een tekening 'leeg te laten' allesbeslissend is, want: 'Het leven is al vol genoeg.' Tegenover dat 'volle leven' móét in Roundhay, tuinscène wel een verdroomde en geïdealiseerde leegte staan.


Rondom 'het verlangen er niet te zijn' blijken opmerkelijk veel schrijvers een indrukwekkend bouwwerk op te trekken. Maar dan. Dan gaat er iemand dood, heel nabij. Er overlijdt een vriend - iemand die je decennia lang hebt gekend. Kort daarna overlijdt je twééde vriend. En ook die tweede vriend kende je al sinds je jeugdjaren.


Dit overkwam K. Schippers. In 2012 stierven, kort na elkaar, zijn vrienden Gerard Brands en Henk Bernlef. Voor jou, een van de mooiste en indringendste boeken die ik dit jaar las, is behalve een speels en alle kanten op schietend verhaal over grote kunst (van onder anderen de schilders Édouard Manet, René Magritte en de filmer Jim Jarmusch) en kleine verschijnselen (iemand in een auto steekt een sigaret op; iemand schuift een gordijn open) een in memoriam voor deze twee vrienden en geestverwanten.


Opmerkelijk genoeg valt in Voor jou nérgens het woord dood. In het boek overlijden Brands en Bernlef niet - nee: ze 'verdwijnen'.


Kort na de 'verdwijning' van Brands verneemt K. Schippers - hij verblijft dan in Brussel - van het ziekbed van Bernlef. Allerlei herinneringen aan hun vriendschap dringen zich aan Schippers op en voordat hij naar Amsterdam afreist om zijn vriend nog één keer te bezoeken, krijgt Schippers bericht: 'We worden in Brussel gebeld vanuit Amsterdam. Henk is verdwenen.'


Als ode aan hun vriendschap en aan hun manier van kijken naar de hen omringende werkelijkheid, schreef Schippers met Voor jou een boek dat in alles het tegendeel vormt van het eerdergenoemde 'verlangen om er niet te zijn'. Dat tegendeel is: een onstilbare nieuwsgierigheid en een verlangen om alles, inclusief de kleinst denkbare verschijnselen, te registreren, op te slaan en er betekenis aan te geven. Alles, inclusief de vluchtigheden die 'echt (zijn) voor enkele ogenblikken, daarna verdwenen'.


K. Schippers is de meester van de even laconieke als nauwgezette observatie van het allervluchtigste, en in Voor jou raken al die vluchtigheden geladen, doordat ze ingenieus worden vervlochten met de basale feiten over de harde, ruwe en onherroepelijke 'verdwijning' van zijn vrienden. Voor jou is de uitdrukking van het verlangen om 'alles' te 'behouden', niet concreet, niet materieel en tastbaar, maar in the mind en dankzij een alerte blik en een ongebroken en eeuwig frisse zin om in je verbeelding plaats te bieden aan 'die afdeling in ons leven waarover zelden wordt gesproken'. In die 'afdeling van ons leven' huist het kleine, het kleinere, en het kleinste - 'en dan nog minder', aldus Schippers.


Zolang het je lukt in je verbeelding plaats te bieden aan het allerkleinste en -vluchtigste, verdwijnt er idealiter - dus ook je overleden vrienden - niets. In Voor jou poogt Schippers volhardend dit allerkleinste en vluchtigste te behouden. Die pogingen maken hem, niet alleen in Voor jou maar in veel andere van zijn boeken, een tedere utopist.


Joost Zwagerman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.