Zwagerman leest beschouwing Levels of Life

Na het overlijden van zijn vrouw, schreef Julian Barnes Levels of Life. Geen gedenkschrift, maar een boek over de veelkantigheid van rouw.

Engelse kranten - en niet uitsluitend de yellow press, maar ook dagbladen als The Daily Telegraph en The Guardian - brachten maart dit jaar het bericht dat schrijver Julian Barnes zelfmoord had overwogen. The Daily Telegraph kopte: 'I contemplated suicide after the death of my wife.'


Het nieuwsbericht was niet gebaseerd op een interview, maar op een passage uit Levels of life, een toen nog niet verschenen autobiografisch essay over rouw en verlies. Gelicht uit de context van het essay maakte de passage een alarmistische indruk die indruist tegen de toon en teneur ervan. In Levels Of Life, recent in vertaling verschenen onder de titel Hoogteverschillen, reflecteert Barnes op de verschijningsvormen van de rouw.


Barnes verloor in 2008 zijn echtgenote, literair agente Pat Kavanagh. Ze waren dertig jaar samen geweest; Kavanagh overleed, achtenzestig jaar oud, aan een hersentumor. Levels Of Life begint met twee schijnbaar beschouwelijke en lucide hoofdstukken over ballonvaart en fotografie; die hoofdstukken blijken een ingenieus verknoopte opmaat voor het sluitstuk: een even compacte als genadeloze fenomenologie van de rouw.


Weduwnaar Barnes doet heel veel niét in Hoogteverschillen: hij beschrijft niet hun huwelijksjaren, portretteert niet zijn overleden vrouw, beschrijft al evenmin haar ziekbed - het boek is geen gedenkschrift. Hij peilt de diepte en veelkantigheid van de rouw, en verwoordt nauwgezet en bij vlagen grimmig (maar niet bitter) hoe het leven zich onherroepelijk herschikt nadat je 'de verdrietskeerkring' bent gepasseerd.


Eén van 'lichtste' veranderingen na de dood van zijn vrouw is - tot zijn eigen verbazing- de 'bekering' tot de opera. Voordien meed Barnes opera's, hij vond ze 'onaannemelijke en slecht uitgevoerde toneelstukken'. Naar eigen zeggen was hij niet in staat de 'benodigde verbeeldingssprong' te maken en waardering op te brengen voor 'personages die gelijktijdig in elkaars gezicht stonden te schreeuwen'.


Maar na de dood van zijn echtgenote stond er een fervente, bijna fanatieke operabezoeker in hem op. Want: 'de opera komt meteen tot de kern - net als de dood'. Barnes bleek alsnog in staat zich te laven aan een kunstvorm 'waarin woeste, allesoverweldigende, hysterische en destructieve emotie de norm was; een kunst die, uitgesprokener dan enige andere, probeert je hart te breken'.


Zelf behept met, zacht gezegd, een gebroken hart en een staat van ijzige perplexiteit, bemerkte Barnes dat alle voordien zo grotesk geachte eigenschappen van de opera voor hem van betekenis waren veranderd; de man in rouw beleefde de opera nu als een vorm van 'sociaal-realisme'. De hysterie en destructie op het toneel vormden een afspiegeling van het 'nieuwe gebied' dat Barnes was binnengegaan, een 'nieuw ontdekt land waar geen hiërarchie bestaat, alleen die van het gevoel, de pijn.'


Voor de ratio is vaak geen plaats in dat nieuwe land, want de rouwende is het besef verloren 'dat het bestaan rationeel is, of gerechtvaardigd.' De rouw heeft ook iets grotesks, constateert Barnes. 'Je voelt je absurd, als zo'n aangeklede paspop omringd door schedels'.


Barnes bezocht een aantal uitvoeringen van Orfeo ed Euridice van operacomponist Christoph Gluck - en natuurlijk bepeinst Barnes de Orpheus-mythe, over de ontroostbare jongeling die rouwt om zijn teerbeminde Eurydice die stierf na een slangenbeet. Orpheus koestert de vurige wens zich, in de Onderwereld, met haar te herenigen.


Ik doe de mythe nu even in telegramstijl af; waar het om gaat is dat Barnes in Levels Of Life die wens tot hereniging met de overleden Ander bijna achteloos en in het voorbijgaan aanstipt. Hij besteedt er hooguit een paar zinnen aan. Die wens tot hereniging beschouwt hij als een onvermijdelijk aspect van de rouw. Juist die achteloosheid doet vermoeden dat Barnes deze aanvechting minder verbazingwekkend vindt dan zijn plotselinge fascinatie voor de opera.


Het verlangen naar een door de dood bewerkstelligde hereniging maakt in Barnes' beleving deel uit van een reeks 'oude woorden' over rouw. Het zijn woorden als pijn, dood, verdriet. In dat rijtje hoort ook het woord verlangen. Verwar 'oude woorden' hier niet met 'grote woorden'; Julian Barnes blaast deze 'oude woorden' nergens in zijn relaas op tot nieuwe, overdadige proporties. Sterker, de oude woorden krijgen bij hem hun door therapeutenjargon verloren waardigheid terug. Juist doordat de oude woorden niet onnodig uit proportie geraken, dringen ze ingrijpender binnen in het gemoed van de lezer. Zoals ook die laconieke passage naar aanleiding van het zien van Orfeo ed Euridice - de passage waar sommige krantenredacties in Engeland hun 'nieuws' aan hadden ontleend.


Zó staat het in Levels Of Life: 'De zelfmoordgedachte dringt zich al snel op, en niet geheel onlogisch. (...) Ik wist al welke manier mijn voorkeur had - een warm bad, een glas wijn naast de kranen, en een vlijmscherp Japans trancheermes. Ik dacht redelijk vaak aan die oplossing, en nog steeds.'


Wat hem weerhoudt van zelfmoord, en wat het verlangen naar die hereniging in de dood uiteindelijk dempt, is het inzicht dat zijn echtgenote nog in zijn herinnering voortleeft. Ook in die van anderen, maar Barnes weet zichzelf haar 'opper-herinneraar'. Bij zijn dood, zouden ook die herinneringen aan haar verdwijnen - en dus zou zijn vrouw 'voor een tweede keer sterven'. Zijn 'stralende herinneringen' aan zijn vrouw zouden na zijn ontijdig overlijden 'vervagen met het rood kleuren van het badwater'. De nuchtere conclusie is: 'Daarmee was de kwestie eindelijk (of in ieder geval voorlopig) van de baan.'


Barnes beschouwt die af en toe opspelende zelfmoordfantasie niet als een symptoom van een depressie - de schrijver heeft sowieso een hekel aan dat woord. 'Depressie' behoort voor hem, dat mag duidelijk zijn, niet tot de 'oude woorden'. Barnes noemt zijn verdriet 'een menselijke gesteldheid, en geen medische'. Wie door rouw om een overleden geliefde (kind, partner, ouder) is overmand, is in beginsel niet depressief, aldus Barnes, maar in plaats daarvan 'in gepaste, betamelijke en rekenkundige zin bedroefd'.


Julian Barnes benadrukte in de 'gewraakte' passage een aanvechting en een ambitie die in wel meer 'rouwliteratuur' is te vinden. Gerrit Achterberg schreef veel en vaak over die doodsdrift-uit-wens-tot-hereniging, bijvoorbeeld in het gedicht 'Mond' uit de niet toevallig Eurydice geheten bundel uit 1944:


Ik sprak alleen tegen uw mond


en de werkelijkheid der tranen, (..)


Ik wil naar u toe onder de grond,


Ik wil niet langer verarmen.'


De 'ik' beschouwt een afdaling naar de u, 'onder de grond', in de grafkist, als het tegendeel van 'verarmen'. De gedeelde dood is een verrijking.


In de monumentale gedichtenbundel Doodsbloei (2010) van Pieter Boskma gedenkt de dichter zijn vrouw, die overleed aan kanker. Doodsbloei begint als rouwklacht maar waaiert uit tot een hallucinant verhaal-in-verzen waarin de achtergebleven 'ik' menig gesprek voert met God. Orpheus indachtig verblijft de 'ik' tijdelijk in het schimmenrijk. Op zeker moment bevindt de 'ik' zich in een 'onbekend gebied', staand op een 'klif van kalksteen'.


De 'ik' vraagt zich af: 'Als ik spring, zal ik dan wegvliegen of vallen?'


De dichter concludeert dat hij 'zonder coördinaten' in de lucht hangt, in een schemerzone waar iedere seconde inwisselbaar is met duizend eeuwen. Die schemerzone staat geen hereniging toe.


De éen denkt zich op een klif van kalksteen, de ander stelt zich voor dat hij in een warm bad zit, mes binnen handbereik, en een derde beeldt zich in dat hij al onder de grond is. Barnes noemt al die fantasieën dus 'niet geheel onlogisch'. Kan het misschien zijn dat Achterberg, Boskma en Barnes eenvoudig een 'natuurlijke' reflex verwoorden, een reflex die onderdeel vormt van de rites de passage die iemand ondergaat wanneer de 'verdrietskeerkring' je bestaan in een nieuwe ordening schokt?


Barnes, Boskma en Achterberg hebben aspecten van die 'nieuwe werkelijkheid' onder woorden gebracht, die zich opdringen aan degene die rouwt om een overleden geliefde. Tot die nieuwe werkelijkheid behoort, misschien bijna onvermijdelijk, de impuls de dood die nieuwe werkelijkheid in te trekken. Aldus is die impuls een van de verschijningsvormen van de rouw. De rouw zelf lijkt mij vreeswekkender dan deze verschijningsvorm.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden