Zwagerman kijkt Beschouwing Life, Death and Beauty van Andy Warhol

Iedere tentoonstelling over het werk van Andy Warhol toonde andere aspecten van de kunstenaar. In Life, Death and Beauty werd voor het eerst zijn religieuze kant belicht.

Andy Warhol was: verlegen, op het schichtige af, neurotisch en altijd bevreesd wat 'anderen' van hem zouden denken. Zijn glimmend witte pruik was tevens een zijdezacht schild tegen de buitenwereld.


Waar. Warhol was echter ook: geraffineerd openhartig, nihilistisch, schaamteloos, een ongeneeslijke socialite die even gewiekst als puberaal dweepte met celebrity's van eerste, tweede tot en met achtste signatuur. Oók waar.


Dat sommige van zijn kennissen soms in de war raakten van de discrepantie tussen zijn preutsheid in kleine kring en zijn schaamteloosheid in de media, vond Warhol naar eigen zeggen fabulous. Maar dat zegt weinig, want Warhol vond vrijwel álles fabulous.


Na Warhols dood in 1987 verschenen twaalf biografieën en regende het retrospectieven, studies en congressen over zijn oeuvre. Die stroom leverde zeker vijftien megatentoonstellingen op. Het opmerkelijke is dat ieder retrospectief weer een 'andere' Warhol toonde: allemaal zo uiteenlopend dat ze elkaar bijna leken uit te sluiten.


Zo zag ik in 1999 in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel de tentoonstelling Andy Warhol: a Factory. Aan de hand van honderden kunstwerken presenteerde curator Germano Celant Warhol als een bij uitstek conceptuele kunstenaar wiens werk eigenlijk alleen viel te vergelijken met dat van Marcel Duchamp. Warhol was, aldus Celant, in leven en werk 'geobsedeerd door het design van zijn lichaam' en door imago. Celant is kind van het postmodernisme en de tentoonstelling in Brussel draaide dan ook in hoge mate om Andy Warhol als - zoals Celant het formuleerde - 'mutant zonder eigen identiteit'. Warhol was geen mens van vlees en bloed, betoogde Celant in ernst. Warhols lichaam bestond uit 'semiotisch vlees'. Aha. Warhols productiviteit belichaamde voor Celant 'de duizelingwekkende snelheid van het door star system geregeerde mediatijdperk'. Tegenwoordig maken vooral Warhols films een bijna tergend trage indruk, maar dat liet Celant toen buiten beschouwing.


In 2007 stelde het Stedelijk Museum Amsterdam met het retrospectief Other Voices, Other Rooms met succes Warhols imago als louter door sterrendom gefascineerde pop-artkunstenaar bij. Het Stedelijk legde nadruk op Warhols veelzijdigheid én op zijn status als massaheld én undergroundkunstenaar ineen.


De zeefdrukken die hem wereldfaam brachten, zoals die van het soepblik, Marilyn Monroe of het dollarbiljet, behoorden in feite tot de marge van zijn bezigheden, impliceerde de tentoonstelling in het Stedelijk. De vele (cult)films die hij maakte, het door hem opgericht tijdschrift Interview, zijn boeken en tv-show eisten meer arbeidstijd en energie op dan het maken van de zeefdrukken, die bovendien vaak op zijn instructies door derden werden vervaardigd.


Tate Modern in Londen volgde in 2009 met Pop Life, waarin Warhol nu juist weer werd geportretteerd als gewiekste kunst-entrepeneur en zakenman. Warhol stond, aldus Tate Modern, aan de basis van een door roofkapitalisme gedomineerde kunstmarkt voor de allerrijksten.


Hoe dáár nog overheen te gaan in superlatieven? Het Metropolitan Museum in New York waagde dit en slaagde: het bijna intimiderend grootse retrospectief Regarding Warhol (2012) toonde naast een selectie van de meester zelf tientallen werken van liefst zestig hedendaagse kunstenaars - van Luc Tuymans tot Bruce Nauman; van Sigmar Polke tot Sarah Lucas - die in meer of mindere mate onmiskenbaar door Warhol waren beïnvloed. Aldus, concludeerden de curatoren, liet Warhol Picasso en Duchamp achter zich als invloedrijkste kunstenaar van de 20ste eeuw.


In vergelijking met de uit de voegen barstende megatentoonstellingen in Brussel, Amsterdam, Londen en New York is Andy Warhol. Life, Death and Beauty in het Belgische stadje Bergen klein bier. Wel benadrukt het Beaux Arts Museum in de bescheiden, maar fijnzinnige tentoonstelling alwéér een nieuw aspect van Warhols leven en werk. Alle aandacht gaat uit naar Andy Warhol als bedeesde, schuchtere, hypersensitieve en vooral sterk religieus geïnspireerde kunstenaar. Dit laatste aspect vormde nooit eerder het leidmotief van een retrospectief.


Gastcurator Gianni Mercurio leunt in zijn presentatie van Warhol als gelovig kunstenaar op de toespraak die Picassobiograaf John Richardson hield bij Warhols begrafenis in New York. Richardson onthulde toen dat weinigen in Warhols omgeving op de hoogte waren van diens katholicisme en dat hij, vaak samen met zijn moeder, vrijwel dagelijks naar de kerk ging. Inderdaad was vrijwel niemand van de entourage uit The Factory op de hoogte van Warhols kerkbezoek. Ze wisten niet beter of hij ging rond half elf een blokje om. In werkelijkheid bezocht Warhol vrijwel dagelijks The Church of Saint Vincent Ferrer aan Lexington Avenue, schuin tegenover de Seagram Building van Mies van der Rohe. Ik vroeg eens belet bij een oud-priester, die wist te vertellen dat Warhol altijd plaatsnam op een bank achterin, zodat hij zo min mogelijk in het zicht was van andere kerkgangers.


John Richardson beklemtoonde in zijn begrafenistoespraak Warhols zeer sobere levensstijl. Dat is nogal een uitspraak, die sterk contrasteert met Warhols voorliefde voor het New Yorkse nachtleven die breed wordt uitgemeten in biografieën als van Victor Bockris.


Warhol meende dat zijn geloof geen rol van betekenis speelde in zijn professionele leven, maar Mercurio toont in Bergen dat, misschien wel tegen wil en dank, Warhols katholicisme niettemin door vrijwel al zijn werk schemert. Mercurio creëert nog nét niet zijn eigen Warhol als hij beweert dat die 'de Amerikaanse kunstenaar is die het vaakst het thema religie aankaartte'.


De curator verwijst naar de vele versies die Warhol aan het eind van zijn leven maakte van Da Vinci's Laatste Avondmaal - waarvan er enkele, in klein formaat, te zien zijn in Bergen. Die reeks Da Vinci 'bewerkingen' is lange tijd geïnterpreteerd als zijn zoveelste pop-artgrap (Het laatste avondmaal als hapklaar consumptiebrokje), maar het feit dat zijn moeder, altijd een ansichtkaart van Da Vinci's meesterwerk bij zich droeg, stelt Warhols keuze voor het bijna maniakaal 'herscheppen' van Da Vinci's Het laatste avondmaal toch in een ander, volgens Mercurio bijna kloosterlijk licht.


Andy Warhol als een laat 20ste-eeuwse monnik, vermomd als socialite en door ironie aangedreven mediafenomeen - het is even wennen. Tegelijkertijd is Life, Death and Beauty in Bergen een verademing na de museale krachtpatserij in Londen en New York. Zelfs de doorgewinterde Warholliefhebber die denkt 'alles' nu toch wel gezien te hebben, ontdekt relatief onbekend gebleven werken, zoals bijvoorbeeld Eggs uit 1992, een bruikleen van het Warhol Museum uit Pittsburgh.


Eggs is een voor Warhols doen sober kunstwerk. Tegen een zwarte achtergrond zweven gele, roze, rode en groene paaseieren. Wie niet beter weet, zou denken dat hier een abstract kunstenaar een ode brengt aan Henri Matisse. Mercurio brengt Eggs in verband met Warhols katholieke achtergrond. De kunstenaar was zoon van Slowaakse immigranten en voor zijn ouders was het Paasfeest belangrijker dan Kerstmis. Niet Jezus' geboorte, maar diens opstanding uit de dood kenmerkt kern en wezen van het christendom. Julia Warhola was er de moeder wel naar om dit haar drie zonen in te prenten.


Als Warhol inderdaad een, vermomde, monnik was die religieus geïnspireerde kunst maakte, dan is curator Mercurio op zijn beurt een wel heel eigenzinnige Warhol-apostel. De portretten van Jackie Kennedy en Marilyn Monroe plaatst Mercurio in de traditie van de Byzantijnse iconografie. Het scheelt niet veel of Andy Warhol krijgt in Bergen postuum een kazuifel aangemeten. Vragen te over na het bezoek aan Life, Death and Beauty. Waarom maakte Warhol in de vroege jaren vijftig een aantal tekeningen van mannenhanden in gebed? Waarom vormde hij de sovjet-hamer en -sikkel in een reeks schilderijen om tot alwéér een christelijk kruis? Waarom maakte hij relatief veel pietà's?


In de catalogus van Life, Death and Beauty staat een foto van Warhols slaapkamer in zijn huis op Manhattan waar, in tegenstelling tot zijn atelier The Factory, vrijwel nooit iemand kwam, op zijn moeder na. Naast het antieke hemelbed staat een nachtkastje met daarop een typemachine. En daarnaast bevindt zich een bijzettafel met daarop wat schaaltjes, een halogeenlamp en een crucifix. Het had de slaapkamer van Antoine Bodar kunnen zijn. Gianni Mercurio rests his case.


Life, Death and Beauty is nog t/m 19/1 te zien in BAM, Bergen, België. bam.mons.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.