Zwagerman kijkt Beschouwing De schoonheid van een stukje plastic

Een zwevend plastic zakje dat ook hoofdtooi kan zijn, brengt Joost Zwagerman in vervoering. Zweverig?

Sinds jaren maakt fotograaf Hendrik Kerstens portretten van zijn dochter Paula. Veel van die foto's ogen als echo's uit de 17de eeuw: Paula als een betbetachterkleinkind van een van de vrouwen uit het oeuvre van Vermeer. Vaak draagt Paula op die foto's onalledaagse hoofddeksels: een wit servet, een hoedje van doorzichtig bubbeltjesplastic, een binnenstebuiten gekeerde witte sportbroek.


Ondanks die ongewone materialen zien Paula's hoofddeksels er nooit raar, maar juist nobel en sereen uit. Dat komt mede door het eveneens aan Vermeer ontleende licht op de foto's én door het bleke, soms bijna doorschijnende gelaat het model.


Op het mooiste portret uit Kerstens' reeks draagt Paula een witte plastic zak. Dit portret doet onweerstaanbaar denken aan een schilderij van Frans Hals, Portret van onbekende vrouw, in de collectie van het Art Institute van Chicago (AIC). Het witdoorschijnende kapje bij Frans Hals lijkt een voorafschaduwing van het schijnbaar achteloos op het hoofd van Paula gedrapeerde plastic boodschappenzakje. Op de foto van Kerstens hangen de hengsels van het zakje naast Paula's aan het oog ontrokken oren. Bij haar achterhoofd bolt het plastic zakje op, alsof iemand er kort tevoren nog, stiekem, in heeft geblazen.


Kerstens' portretfoto laat zien hoe een onooglijk plastic zakje door een eenvoudige ingreep kan veranderen in een alleszins 'draagbaar' attribuut dat de noblesse van het model én de stille waardigheid der dingen onderstreept.


Het plastic zakje op Paula's hoofd lijkt afkomstig uit een beroemd geworden scène uit de de speelfilm American Beauty (1999) van Sam Mendes. In die scène voert, aangejaagd door windvlaagjes, een plastic zakje een spontane en ongrijpbare choreografie uit. Die scène-met-het-plastic-zakje is voor mij één van de onvergetelijkste uit de geschiedenis van de Amerikaanse speelfilm. Kort geleden ontdekte ik in mijn liefde voor de scène-met-het-zakje een geestverwant: Elize de Mul. Zij publiceerde dit jaar een korte maar krachtige fenomenologie van het plastic zakje: Dansen met een plastic zak. Kleine filosofie van een onooglijk ding.


Elize de Mul schetst de ontstaansgeschiedenis van het plastic zakje en benadrukt de weerstand ertegen onder milieu-activisten en cultuurpessimisten en sommige kunstenaars en schrijvers. De Mul is niet van de straat: zij staat stil bij het plastic zakje als Kantiaans Ding an sich, verwijst naar Heideggers Sein und Zeit, cirkelt rond het 'dingbegrip' en brengt het zakje in ideologisch verband met het tot kunst verheven urinoir van Marcel Duchamp.


Tot zover is De Mul even geleerd als, toch ook, een tikje schools. Intussen werkt zij in haar boek met navoelbare fascinatie toe naar de genoemde scène uit American Beauty, waarin het plastic zakje de glans en gloed wordt toebedeeld van een geheiligd ding, een voor iedereen nabije en tegelijk ongrijpbare talisman, een futiel frommelig en flodderig stukje plastic dat in de genoemde scène sierlijk warrelt als een teer boomblad in de wind.


Voor wie de scène niet kent even een schets van de filmcontext. American Beauty toont het ongelukkige huwelijk van een echtpaar dat woont en werkt in een blinkend schoon en aangeharkt deel van het Amerikaanse suburbia. De leefomgeving is net zo: wezenloos steriel.


Hoe te ontsnappen aan die wezenloosheid? De dochter van het echtpaar doet vermetele pogingen. Ze raakt verliefd op buurjongen Ricky, een op het eerste gezicht nurkse en depressieve Taugenichts die de godganse dag zijn bleke gezicht verbergt achter een VHS-camera. Hij filmt voorbijgangers, stilstaande auto's en meisjes op het schoolplein. Alles wijst er op: die buurjongen is een creep. Een (zeden)misdrijf hangt dan ook in de lucht als Ricky zijn buurmeisje op zijn kamer uitnodigt om VHS-filmpjes te bekijken.


Dan maakt American Beauty een draai en zien we twee tieners ademloos kijken naar de betreffende eenakter voor het plastic zakje. Ricky vertelt zijn buurmeisje waarom hij in de ban raakte van dat warrelende zakje: 'Het was een van die dagen waarop het op het punt staat te gaan sneeuwen. (..) En toen was daar, in het lege winkelcentrum, ineens dat plastic zakje. Het zakje danste... danste met mij. (...) Die dans duurde wel vijftien minuten. Dat was de dag waarop ik ontdekte dat er een heel leven achter de dingen schuilgaat. (...) Soms is er zo veel schoonheid in de wereld dat ik het bijna niet kan bevatten.'


Ricky vertelt het op fluistertoon aan het meisje, terwijl wij intussen dat plastic zakje tegen een achtergrond van mistroostig grijze rolluiken zien zweven op die tochtige windvlaagjes.


De Mul ontvouwt in Dansen met een plastic zak allerlei achtergronden rond die scène uit American Beauty die ik niet kende. Op internet blijken vele odes aan de scène te vinden en een keur aan, soms zeer inventieve, pastiches. En Amerikaanse cultuurcritici blijken een bibliotheekje te hebben volgeschreven over deze ene scène. Leerzaam.


Scenarioschrijver van American Beauty Alan Ball blijkt in 2010 een interview te hebben uitgelegd dat de filmtitel niét verwijst naar de seksueel aantrekkelijke cheerleader Angela in de film, maar naar het plastic zakje. Ball: 'Het is niet Angela, het is de plastic zak. Het is een manier van kijken naar de wereld en zien wat een ongelofelijke schoonheid er is.'


Ball schreef die scène nadat hij zelf oog in oog met een in de wind zwevend plastic zakje een plotseling, verwarrende heuse openbabring, een 'epifanie', had ervaren. Na die toelichting doet De Mul, met het plastic zakje als leitmotiv, een dappere gooi naar het allerhoogste. Ze betrekt het sublieme uit de beeldende kunst - waarbij ze romantici als J.M.W Turner en Caspar DavidFriedrich noemt - met 'het kleine sublieme' van het warrelende zakje. Ze citeert de filosoof Roland Barthes die in zijn Mythologieën (1975) een hoofdstukje wijdt aan het materiaal plastic. Barthes ziet in plastic meer dan een 'substantie', te weten 'de idee van een onbeperkte mogelijkheid tot transformatie'.


Dat klinkt gezwollen, maar denk even terug aan een de heel concrete transformatie bij Hendrik Kerstens, die het plastic zakje omvormde tot een beeldschoon hoofddeksel, zoals ooit geschilderd door Frans Hals.


Aan de hand van het korte verhaal van Belcampo De dingen de baas laat De Mul 'de dingen' aan het woord die zich in Belcampo's korte verhaal verzetten tegen de suprematie van de mensen: 'Gij mensen zijt gewoon u te beschouwen als de hoogste wezens. Maar waarop steunt die overtuiging?'


Bij Belcampo krijgen de dingen een stem waarmee zij hun broze autonomie verdedigen. Met Belcampo als getuige à decharge waagt De Mul tegen het einde van haar boek de grote oversteek naar Zen en de plastic zak. Vrij en onverveerd brengt zij het dansende plastic zakje in verband met de geschriften van de zeer oude zenmeester Jianzhi Sengcan , die zich boog over de eeuwig gespannen relatie tussen de 'volwassen geest' en 'de ledigheid der dingen'.


Overdreven? Zweverig? Het zal. De Mul rijgt een ketting van originele, en aanstekelijke associaties: via het plastic zakje naar Duchamp, René Magritte, oosterse zenmeesters, Belcampo en Ralph Waldo Emerson.


In 2010, iets meer dan tien jaar na American Beauty, maakte de Nederlandse kunstenaar Marijke van Warmerdam vier films bij composities van Louis Andriessen. Eén heet The Wind of Life. Die video-loop leek wel gemaakt met de VHS-camera van Ricky uit American Beauty: in een hoek van een verlaten industrieterrein wervelen en warrelen bladeren, stuifzand en, jawel, stukjes plastic uitgelaten in het rond, als een door een magische hand voortgestuwd stilleven dat voor éen keer mag bewegen - en hoe. De video-loop was in 2011 te zien in het retrospectief van Van Warmerdam in museum Boijmans Van Beuningen met als titel: Dichtbij in de verte. Dit had ook de achteraf toegevoegde titel kunnen zijn voor de scène-met-het-zakje uit American Beauty. Die scène opent immers via het o zo nabije plastic zakje vergezichten die zó weids en uitgestrekt zijn, dat de bijbehorende diépte ervan peilloos en onbevattelijk is. Sublieme kunst, 'verscholen' in een Amerikaanse kaskraker.


Rest de vraag: dansen met een plastic zakje - hoe dóé je dat? Op een strakgespannen koord, stel ik me voor. Het ene uiteinde van het koord houden de makers van American Beauty vast. Het andere is in handen van een onzichtbare en onkenbare gestalte die óns haarscherp aan het werk ziet: balancerend, associërend en begeesterd door een belangeloze gehechtheid aan de dingen.


Joost Zwagerman


Het zal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.