Zwagerman kijkt Beschouwing Andrew Wyeth

Plattelandsschilder Andrew Wyeth liet net als Edward Hopper een paar iconische werken na. Wat bond hen?

Naast Edward Hoppers House by the Railroad en Night Windows hangt in het Museum of Modern Art in New York Christina's World (1948) van Andrew Wyeth. De drie werken hangen op de vijfde verdieping, nog vóór de entree naar de zalen met de vaste collectie. De drie schilderijen zijn vermoedelijk uit die collectie gelicht om te benadrukken dat ze alle drie hors concours zijn.


Het zijn drie iconische werken van de figuratieve Amerikaanse kunst uit de 20ste eeuw. Maar zo vlak bij elkaar vormen ze ook een drie-eenheid, een driemanschap op doek dat kern en wezen van de Amerikaanse droom én het eeuwig Amerikaanse onbehagen moet verbeelden. Hoppers House by the Railroad (1928) torent fier en imposant boven een roestbruine treinrail uit en is een baken. Maar het is óók een verweesd en redelijk vervallen pand, vermoedelijk onbewoond. Binnen tocht het er waarschijnlijk, niet geruisloos, maar met zacht en slepend gepiep.


Het vorige keer besproken Night Windows, met de schaars geklede vrouw - van de rug gezien - in haar appartement, vormt de schakel tussen House by the Railroad en Wyeths Christina's World. Ook op Christina's World staat midden in het niets een huis dat fier boven een grote oppervlakte van geelbruin grasland oprijst. Een vrouw, net als in Hoppers Night Windows van de rug gezien, zit/ligt midden in dat voor een deel gemaaide veld, met haar benen in een onnatuurlijk ogende knik. Een tere verschijning. Hulpeloos? Ja. Wilskrachtig? Ook.


Het model op Christina's World is misschien wel net zo beroemd geworden als het schilderij zelf. Andrew Wyeth (1917-2009) schilderde Christina Olson, bewoonster van het dorp Chadds Fort, Pennsylvania, Wyeths geboorteplaats. In haar jeugd ontwikkelde Christina een progressieve spierziekte, vermoedelijk het gevolg van polio, waardoor zij kort na haar 30ste blijvend verlamd raakte aan beide benen.


Iedereen in Chadds Fort kende Christina, vooral omdat zij weigerde zich voort te bewegen in een rolstoel of met behulp van krukken. In plaats daarvan sleepte ze zich over de grond, grote afstanden niet schuwend, roeiend met haar dunne armen en haar benen achter zich aan slepend, soms onbedoeld bevallig, zoals op Chistina's World.


Alleen binnenshuis stond Christina zich een 'hulpstuk' toe: dan ging ze van a naar b in een door haar broer Alvaro vervaardigde 'trapstoel' met verlaagde stoelpoten waarmee ze achterwaarts door de woning bewoog. Christina bleef ongetrouwd en woonde tot haar dood onder een dak met haar broer.


Wyeth heeft Christina en Alvaro meer dan eens geschilderd, maar van al die portretten van broer en zus groeide Christina's World uit tot een Amerikaans icoon, genesteld in het beeldbewustzijn van miljoenen Amerikanen, veel geciteerd en geparodieerd in speelfilms, advertenties en reclame-affiches (onder meer voor een biermerk, waarin Christina zich voortsleept naar een reusachtige bierfles).


Er is een vierde schilderij, even-eens van Wyeth, dat eigenlijk aan dit drietal moet worden toegevoegd, maar dat zich elders bevindt, in de National Gallery of Art in Washington. Het heet Wind from the Sea (1947), dat hetzelfde dorre grasland toont als op Christina's World, maar dan bezien vanuit het huis in de richting waarvan Christina zich voortsleept.


Wind from the Sea toont een halfopen venster, aan de bovenkant aan het oog onttrokken door een rolgordijn, met vóór het venster doorschijnende vitrage die, als gevolg van die wind vanuit zee, wild naar binnen waait, op vrijwel exact dezelfde manier als de blauwige vitrage van het linkerraam op Hoppers Night Windows.


Er is iets vreemds aan de hand met het bijna morsig naturalistische Wind from the Sea. De linkervitrage verglijdt langzaam van hyperrealisme naar abstractie in vermomming. Andrew Wyeth ontdoet zijn vitrage van haar uiterlijke kenmerken en verandert het uiteinde ervan in niets dan losse verfstreken, doorzichtig engelenhaar, zó basaal en rudimentair aangebracht dat je niet meer kunt spreken van textiel, maar van verflijnen die, steeds ijler wordend, dansen en wiegen en kringelen. De wind uit zee laat niet alleen de vitrage, maar ook een dromerig abstract lijnenspel naar binnen waaien.


Edward Hopper en Andrew Wyeth waren in beperkte mate verwante geesten. Alleen vanwege de figuratie in hun schilderijen én vanwege het feit dat beiden zo hun iconische werken hebben nagelaten, hebben ze iets gemeen.


Hopper (1882-1967) was een stadsmens die vrijwel zijn hele leven met zijn echtgenote Jo aan Washington Square in New York woonde, met uitstapjes in de zomer naar hun buitenhuis in Cape Cod. Wyeth was in alles de plattelandsschilder, die zich in geen Amerikaanse stad thuisvoelde en die tot aan zijn dood bleef wonen in zijn geboorteplaats.


Hopper, introvert, eenkennig, stuurs, was een boomlange vent die vaak in zijn eentje de El train van New York nam, de Elevated train. Die trein ging voor een groot deel bovengronds, met vol zicht op de New Yorkse hoogbouw. Hij loerde tijdens die ritten ingespannen naar al die lichten in al die appartementen van al die woontorens.


Tegen het einde van zijn carrière verklaarde Hopper: 'Alles wat ik wilde, was het schilderen van zonlicht op een muur.' Zijn doeken werden in de loop van de jaren steeds spaarzamer. Hij kwam, letterlijk, uit op dat zonlicht in een kamer. In 1963 schilderde hij een lege kamer. Niets en niemand te zien in die kamer, en het zonlicht dat het raam binnenvalt, valt in strenge, rechte hoeken op de zijwand van de kamer, in een patroon dat niet ver (meer) is verwijderd van de abstractie waartegen Hopper zich zijn halve leven zo had verzet. De late werken van Hopper zijn kaal, basaal en getuigen van een bijna gestrenge onthechting.


Vergelijk dat met 'de late Wyeth'. In de jaren zeventig werd de Pruisische muzikante Helga Testorf zijn buurvrouw. De komst van Helga resulteerde in The Helga Pictures, een reeks van, wederom, hyperrealistische tekeningen en schilderijen van deze nieuwe muze: Helga in close-up, Helga in slaap, Helga in het bos, Helga naakt, véél en vaak naakt, waarbij elk Helga-werk (het zijn er in totaal 249) is gespeend van het mysterie en het unheimische dat Wyeths vroege werk kenmerkte. De Helga-reeks weerspiegelt onbedoeld de neergang van Wyeths talent: hoe het werk van een grootmeester in de laatste fase van zijn carrière devalueerde tot de ambachtelijk perfecte kitsch van de blijmoedig-voyeuristische zondagsschilder op leeftijd.


Opmerkelijk verschil tussen Hopper en Wyeth was hun verhouding tot abstracte kunst, in het bijzonder het Amerikaanse abstract-expressionisme. Hopper koesterde een diepe weerzin tegen het werk van kunstenaars als Willem de Kooning, Mark Rothko en Barnett Newman. Hij was lid van een kunstenaarsvereniging die was opgericht uit protest tegen de dominantie van het abstract-expressionisme in de Amerikaanse naoorlogse kunst.


Andrew Wyeth, die vanuit het verre Chadds Fort zelden in New York kwam, was vrij van enige rancune of argwaan tegen het abstract-expressionisme in de Amerikaanse kunst. Edward Hopper zocht in 1953 contact met Wyeth, met het verzoek deel te nemen aan een nieuw kunsttijdschrift, Realism geheten, opgericht uit verzet tegen 'ontkenning en onderwaardering van de figuratieve kunst in de VS'. Wyeth reageerde terughoudend op Hoppers verzoek. Waar Hopper een vijand zag, verwelkomde Wyeth de abstract-expressionisten als 'nieuwe buren'.


Sommige abstract-expressionistische kunstenaars spraken hun waardering uit voor de twee beoefenaars van het Amerikaans realisme. Willem de Kooning beweerde eens dat Edward Hopper de enige Amerikaanse kunstenaar was die geloofwaardig was in het schilderen van snelwegen en onbestemde plekken. Mark Rothko zei dat het vroege werk van Andrew Wyeth slechts op het eerste gezicht uitsluitend realistisch was. Rothko: 'In diepere zin streeft Wyeth naar het uitbeelden van aspecten van vervreemding.' Dat kon de vervreemding zijn van een jonge vrouw die vanwege haar verlamming onbedoeld een bijna devote houding aanneemt tegenover de eenzame boerenwoning. Of van een stuk grauwwitte vitrage dat aan het uiteinde oplost in een wirwar van avontuurlijk kringelende draden. Abstracte draden.


Joost Zwagerman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.