Zwagerman kéék

Bij wijze van hommage aan de man die ons in de bijlage V vierenhalf jaar lang in 137 columns geestdriftig door de wereld van cultuur gidste een speciale aflevering van Onze Gids Deze Week, samengesteld uit eerdere stukken. Wat móéten we (let op zijn accenten!) van Joost Zwagerman gezien, gehoord en gelezen hebben?

Beeld Ivo van der Bent / de Volkskrant

Joost Zwagerman was de ideale gids voor een ieder die door hem geleid wilde worden door zijn artistiek universum, zijn liefde voor de kunst, literatuur en muziek. Hij vouwde als het ware zijn hoofd uit, om te laten delen in wat hij nu weer had binnengehengeld aan nieuwe kunstzinnige indrukken. Je moest kijken, lezen en luisteren, want het was niet niks wat er allemaal was.

Literatuur was belangrijk, natuurlijk, het was ooit zijn core-business geweest, doordat hij op jonge leeftijd doorbrak als literair fenomeen. Maar langzaam werd de literatuur naar de achtergrond gedrongen, en was hij vooral verbonden aan zijn oude literaire Amerikaanse helden en zijn eigen manische poëzie. In muziek ging het niet veel anders; wat had popmuziek nog toe te voegen? Hij zei het geregeld. Hij vond dat daarin zo'n beetje alles was gezegd - totdat ook daar af en toe een nieuw geluid zijn hoofd binnenfladderde.

Maar eigenlijk ging het steeds vaker vooral om beeldende kunst. Daar wordt het gezegd, in deze tijd, was zijn stelling. Daar ligt het ware experiment, een nieuwe speurtocht naar kunstzinnige waarden, en kan het alle kanten op. Precies zoals hij het graag had, zodat elke dag opnieuw zijn honger naar meer kennis en kunst kon worden gestild.

Uit de berg papier die Zwagerman de afgelopen 25 jaar afscheidde over zijn liefde voor kunst, literatuur en muziek, zijn hier zijn voorkeuren op een rijtje gezet. In zijn eigen woorden, zoals terug te lezen in zijn boeken, in kranten en tijdschriften.

J.D. Salinger - Catcher in the Rye

'Uit de boekenkast van mijn ouders had ik The Catcher in the Rye gelicht, en ik had er een zielenvriend voor het leven bij: Holden Caulfield, hoofdfiguur uit The Catcher. Holden Caufield leerde mij hoe je doeltreffend kon nadenken over alles wat je voelde, en ook hoe je soms letterlijk en lijfelijk kon voelen dat je aan het denken was. Alles bij Holden deed pijn, dus ook nadenken. Het betekende nogal wat om mee te maken hoe bij Holden alle illusies aan diggelen gingen. Die ontdekking maakte de diggelen die ikzelf had gemaakt, iets minder definitief en absoluut.'

Beeld AP

Edward Hopper - Sun in an Empty Room ( 1963 )

'Vaak wordt over Hopper beweerd dat hij stills van niet-bestaande speelfilms schilderde. Stills die onderhuidse spanning verraden. Er was op zijn schilderijen zojuist iets gebeurd of er stond iets te gebeuren. Dat 'iets' was vrijwel altijd onbestemd dreigend en naargeestig.

Maar de kamer op Sun in an Empty Room is dat nu juist niet. En er is geruime tijd geleden iets gebeurd. Iemand is hier overleden en een weduwe of weduwnaar bleef achter, in stille rouw. Nadien verliet de weduwe of weduwnaar het huis waartoe deze kamer behoort. Sindsdien is er iets van die langdurige en bestendige rouw in de kamer achtergebleven. Ooit moeten die muren helderwit zijn geweest. Maar het kalme huwelijksleven legde er in de loop van de jaren een vaal floers over.

Het is alsof Sun in an Empty Room preludeert op het bijna veertig jaar ná 1963 gepubliceerde titelgedicht uit de bundel Totaal witte kamer (2002) van Gerrit Kouwenaar (1923-2014). Dat gedicht opent met deze regels:

Laten we nog eenmaal de kamer wit maken

nog eenmaal de totaal witte kamer, jij, ik

dit zal geen tijd sparen, maar nog eenmaal

de kamer wit maken, nu, nooit meer later

Nooit meer zal het echtpaar deze witte kamer binnengaan. Met de dood van zijn geliefde is ook de witte kamer uitgewist en het wit is onbereikbaar geworden. Wat rest is die al even gedempt-verdrietige kamer van Edward Hopper.'

Beeld Foto uit privécollectie

Saul Bellow - Herzog ( 1964 )

'Is het mogelijk om niet van deze schrijver en zijn boeken te houden, waarin het sacrale nooit verschijnt zonder het belachelijke, waarin het sacrale zich misschien alleen maar laat uitdrukken in het belachelijke? Een sjamaan, Saul Bellow, als het gaat om het koortsig contact dat zijn hoofdpersonages met eigen en andermans ziel nastreven. Maar in één moeite door ook een onbezorgde moppentapper. Een aardse mysticus en een superieur stilist. Een smakelijk verteller met een zwak voor gehaaide hustlers, waanwijze zwervers en nerdy academici.

In Herzog, Bellows meesterwerk uit 1964 over de even gekke als geniale intellectueel Moses Herzog wiens vrouw ervandoor is met zijn beste vriend, laveert Herzog tussen aanbidding en verguizing van de vrouw. Na het kapseizen van zijn huwelijk begrijpt hij niet alleen zijn ex-echtgenote niet, maar evenmin 'de vrouw' als mensensoort. En zodra hij iets of iemand niet begrijpt, verpulvert zijn wereld.

Omdat Herzog zich voelt leeggezogen door zijn in zijn beleving vampiristische ex-echtgenote Madeleine, deugen direct alle vrouwen niet. Bloedzuigers zijn het, en niks anders. Dan ontdekt hij in 'de vrouw' weer eens de engel en een Betere Soort Mens, een verlosser voor iedere door macht en roem verblinde man die naar adem hapt en in het stof bijt.

Wat Herzog ontgaat (maar ons niet), is dat de vrouwen in zijn leven dodelijk vermoeid en soms wanhopig raken van zijn maniakaal doordraaiende brein. Enfin: niets menselijks, heiligs én kinderachtigs is Moses Herzog vreemd. Hij gaat prat op zijn intellect, het wapen waarmee hij de wereld zowel doorgrondt als op afstand houdt. Hapert het intellect of gaat iets zijn verstand te boven, dan loopt meteen de aandrijfmotor van zijn leven vast.

Zijn malende brein kleurt Herzogs ziel, maar tegelijk raakt die ziel gebutst doordat het denken vaak hapert en stokt óf juist reddeloos doordraait. Met veel bravoure en bluf geselt Herzog met zijn gedachten de wereld. Althans, zo meent hij. Hij weigert in te zien dat de wereld zich niets van die geselingen aantrekt.'

Beeld ANDERSEN ULF / HH

Mark Rothko - Red, White and Brown ( 1957 )

'Oog in oog met die Rothko's was ik weerloos. Na het bezoek schreef ik in Vrij Nederland: 'We zien het grootste, het sacraalste, het monumentaalste, het subliemste. En tegelijkertijd is er het besef dat de kunstenaar wenst dat we worden omhuld door het teerste, warmste, ijlste, stilste, ja, het menselijkste wat de kunst kan voortbrengen. Zijn dit grote woorden? Dat moet dan maar.'

Als er nu íémand is die, eertijds in het tv-programma Beeldenstorm en nu nog steeds in zijn boeken, met onverslijtbare geestdrift maar zonder ooit een spoortje snobisme en dweepzucht spreekt over kunst, dan onze nationale kunst-ambassadeur Henk van Os.

Laat Rothko nu óók de kunstenaar zijn aan wie Van Os een verhaal wijdt: Een kunstwerk dat er echt toe deed. Het was in Basel, in 1968. Van Os liep er nietsvermoedend een museum binnen - en zag daar Rothko's Red, White and Brown. Hij stond 'aan de grond genageld'. Een hele ochtend bracht Van Os door voor het schilderij, want: 'je verloor jezelf in een bedding van licht en kleur. (...) Nog nooit had ik mij zo sterk gerealiseerd wat ik (...) in kunst zocht. Nu wist ik het: opgaan in een verheven stilte. Ontkomen aan jezelf in sublieme rust.'

Een stil verdwijnen in een eindeloze kleurbedding - als dat niet zweemt naar je reinste religieuze of dan toch mystieke ervaring. Vergeleken bij die sensatie is een vochtig wordend oog een peulenschil. Toen ik het las, beving mij een zekere troost. Ik was niet langer alleen.'

Beeld © Mark Rothko, Basel Kunstmuseum / AKG / Maurice Babey / c/o Pictoright Amsterdam 2015 Red, White and Brown 1957

Rembrandt van Rijn - Het Joodse bruidje ( 1665 )

'Ik heb in mijn liefde voor Het Joodse bruidje niet uitsluitend dichter Pierre Kemp aan mijn kant. Vincent van Gogh zag het schilderij in 1885 in het Rijksmuseum en liet weten dat hij tien jaar van zijn leven had willen geven om veertien dagen lang onafgebroken tegenover het bruidje plaats te mogen nemen: 'Met een korst droog brood als voedsel'.

Van Gogh meende dat Rembrandt erin was geslaagd de diepste grondtoon van dat sentiment naar de oppervlakte te hebben geschilderd. 'Je moet', aldus Van Gogh, 'al een paar keer dood zijn geweest om zo te kunnen schilderen.' Het is een bepaald soort kunstenaar - gekweld, gepijnigd en bezeten - dat eerst 'een paar keer moet sterven' alvorens tot grootse prestaties te kunnen komen. Van Gogh behoorde naar eigen indruk ongetwijfeld tot die soort.

Wat is de staande uitdrukking? Eerst Napels zien, dan sterven. Goethe zag wel wat in dat adagium en schreef erover. In onze tijd behoort het adagium toe aan cabaretiers die ons aansporen om naar Parijs of een andere wereldstad te gaan, om daar dan iedere dag uitbundig te leven alsof je laatste uur geslagen heeft. Zo moest dat nu juist niet, volgens Van Gogh. Het moest omgekeerd. Eerst sterven en daarna kon je Napels en al het andere ter wereld pas écht zien.

Zo moet het, denk ik, zijn. Eerst sterven, liefst 'een paar keer' en je daarna opnieuw onderwerpen aan het rood bij Rembrandt. En kijken wat er dan gebeurt. Vast heel veel.'

Beeld LET OP CREDIT: Collectie Rijksmuseum

John Updike - Rabbit-cyclus (vanaf 1960 )

'Waar te beginnen bij het gedenken van John Updike? Welke van zijn meer dan vijftig boeken moet je als eerste noemen? En, nog voordat je een keuze voor één boek hebt gemaakt: welke John Updike zal het meest worden gemist, de romancier, de essayist, de chroniqueur, de kinderboekenschrijver, de dichter wellicht, of toch de meester van de short story? Hoe dan ook was John Updike een schrijversleven lang de cartograaf van de ziel van de Amerikaanse everyman, de typische kleinburger uit het kleinsteedse Amerika, autoverkoper, getrouwd, twee kinderen, en trouw stemmer op republikeinen.


In de zogeheten Rabbit-cyclus, zijn bekendste werk, heette die kleinburger Harry Angström. Harry's bijnaam was Rabbit, omdat hardlopen ooit zijn passie was, maar ook omdat hij vaak kopschuw en laf wegduikt voor grote en beslissende levensvragen. In de afzonderlijke romantitels keert Harry's bijnaam steeds terug: Rabbit, Run. Rabbit is Rich. Rabbit at Rest.


In de Rabbit-cyclus staat niet één zin waar Updike zich patroniserend of cynisch over deze average American uitlaat. Daar was Updike de auteur niet voor. 'Ik heb een diepgeworteld wantrouwen tegen spectaculaire boeken met spectaculaire personages', is een van de uitspraken die Updike typeerden. Allerlei poeha over eigen en andermans kunnen had Updike ook niet nodig, want de tientallen romans, honderden verhalen en duizenden non-fictiestukken leken hem altijd griezelig makkelijk uit de pen te vloeien, met zin voor zin - en dat is nóg weer iets griezeliger - altijd die oogverblindende twinkeling van virtuositeit. Bij John Updike was vrijwel iedere zin een héérlijke zin, blakend, muzikaal, zintuigelijk, elegant, precies en welluidend.'

Beeld Elena Seibert / HH

Elvis Costello - This Year's Model (1978)

'Woody Allen en Elvis Costello deelden de opvatting over het leven dat poseurs en domkoppen altijd aan het langste eind trekken, maar dat wij ons daar niet bij hoeven neer te leggen. Die opvatting was terug te vinden in alle hoeken van Costello's vroegste albums. Over die opvatting zong hij. Met die maffe afgeknepen stem. En dan droeg hij er die rare nerdy bril bij. Ikzelf had toen nog geen bril, die moest ik pas op tegen mijn dertigste, maar om een of andere reden was die bril een soort persoonskenmerk van Costello dat mij vertrouwen inboezemde. Niet alle pophelden hoefden eruit te zien als Lou Reed of David Bowie.


Om die tijd te gedenken, om nooit te vergeten uit welke puberkrochten van depressie en onbegrepenheid ik vandaan ben komen kruipen blijf ik trouw aan This Years's Model en de vroege Costello en gaat juist deze plaat mee naar Rottumerplaat. Maar óók omdat ik het vage idee heb dat juist This Year's Model mijn blijvende solidariteit behoeft. Al die meesterwerken uit de pop, de White's en Transformer's en In Utero's, rooien het wel zonder mijn liefdevolle aandacht. Maar wat gebeurt er met enigszins veronachtzaamde en verwaarloosd geraakte This Year's Model als mijn liefde verflauwt? Zonder mij, vrees ik, kijkt er vrijwel niemand meer om. Een vervelend vooruitzicht. Dan neem ik het album liever maar mee. Zodat ik weet dat er loyaal en met compassie mee om wordt gesprongen.'

Christopher Hitchens - Arguably

'Christopher Hitchens overleed op 15 december 2011. Hitchens was van oorsprong Brits, maar resideerde zijn halve leven in de VS en was - in willekeurige volgorde - polemist, journalist, criticus en mediapersoonlijkheid. In de necrologieën keerden telkens dezelfde wapenfeiten terug, zoals zijn titanische alomtegenwoordigheid in de Britse en Amerikaanse pers en in talkshows, waarbij hij in later jaren meer dan eens duidelijk beschonken in de tv-studio's zijn opwachting maakte.


Het beeld van Hitchens na lezing van al die necrologieën is dat van een in crescendo bassende godloochenaar en zwaar drinkende heler met de Amerikaanse conservatieven die tussen de bedrijven door zijn polemische artikelen schreef, steeds vaker grote, dikke woorden bezigend, op de grens van getetter en gebral. Altijd briljant gebral, dat wel - maar toch: gebral.


Ik werd wat droevig van dat beeld. Een heel leven bezig geweest met onvermoeibaar lezen en schrijven, met een hartstochtelijke zoektocht naar het juiste evenwicht tussen literaire soevereiniteit in non-fictie en een onverschrokken engagement, en wat is na je overlijden de teneur in je necrologieën? Een even getalenteerde als alcoholische ruziezoeker annex atheïsme-fundamentalist is ons ontvallen.'


'En dat terwijl enkele maanden voor zijn dood Arguably was verschenen, naar mijn smaak hét boek dat ons, veel meer dan zijn memoires Hitch 22 en God is Not Great, de hele Hitchens toont, de onvermoeibare en superbe stilist; de eeuwig nieuwsgierige meesteresssayist, die inzag dat belezenheid en wereldwijsheid de grootste gevaren vormden voor een zelfvoldane toon en stijl. Even essentieel als zijn - vaak door zelfspot gestutte - bluf was zijn zorgvuldig geconserveerde eeuwig jeugdige honger naar (lees)ervaringen.'

Beeld Joost van den Broek

Lou Reed - Perfect Day (van lp Transformer uit 1972 )

'Perfect Day van Lou Reed is het perfecte liedje om, bij voorkeur op de fiets, zachtjes voor je uit te zingen als het inderdáád een perfecte dag dreigt te gaan worden. De perfecte manier om ernaar te luisteren: Remco Camperts Gouden dagen mee onder de arm, het eerste het beste park opzoeken en ergens op een bankje gaan zitten lezen, met Transformer op de discman en nummer drie op repeat.

Het nummer is in veel opzichten atypisch voor Reeds oeuvre; het is een meezinger en misschien zelfs een feelgoodliedje - een genre waar hij bepaald niet in grossiert. Anders dan normaal bij Reed gaat het in Perfect Day niet over seks, geweld, isolement of vervreemding in de grote stad, maar bezingt hij hier de kleine genoegens van een dag die in betrekkelijke rust wordt doorgebracht. Dieren voeren in de dierentuin, sangria drinken in het park, samen een filmpje pakken en daarna... nee, niet het nachtleven in maar fijn naar huis, een volstrekt onreediaanse Lebensbejahung, die niettemin aanstekelijk werkt en, op momenten van ontvankelijkheid, ook ontroering kan veroorzaken. Want zie hem daar staan, de ex-voorman van de Velvets, de hoekige mensenhater, de in vroeger jaren fervente heroïnegebruiker en zelfverklaarde biseksuele poète maudit - zie hem staan in het park dat hij bezingt, en wat doet hij? Eendjes voeren. Drankje drinken. Blij zijn. 'Just a perfect day.'

Beleef de kunst op Volkskrant.nl/Zwagerman

Beeld Getty
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden