Zwabberig beeld met licht als personage

DANS * * *..

Wat een rust als je na afloop van de première van de dansproductie wowwowwonders in me van Anouk van Dijk de zaal met tekeningen van de Brits-Amsterdamse kunstenaar Nik Christensen inloopt. Niet dat zijn werk nou vredig is, nee, verre van dat. In de zwart-wit landschappen duiken scheepswrakken op en roerloze mensen, een emmer als hoofd. De rust zit ’m in de onvermijdelijkheid van de beelden. Er heerst een apocalyptische dreiging. Wowwowwonders in me, dat op het werk van Christensen is geïnspireerd, is veel zwabberiger in beeld en impact, veel overdadiger maar ook geforceerder en drammeriger.

De vergelijking maakt duidelijk waarom het lastig is om mee te gaan met wowwowwonders in me, om de absurditeiten en verwrongen situaties te ervaren als een ‘manier van zijn’ en niet te zien als aan elkaar geplakte absurditeiten. Een danser die een emmer op z’n kop zet, is niet meteen zo ‘logisch vreemd’ als een figuur van inkt met een emmer als hoofd; eerst moet nog die natuurlijke nabijheid van het ademende vlees, waarmee wij ons als publiek natuurlijk identificeren, worden gepasseerd.

Wowwowwonders in me is de wereld van vier eigenzinnige mensen – Peter Cseri, Birgit Gunzl, Philipp Fricke en Yi-chun Liu. Gaandeweg, en dat verloop is mooi, zal het lege toneelbeeld waarin zij beginnen, vollopen met acties en spullen. Grofweg zijn er twee delen. In het eerste draait het om de individuele dansers, die elkaar vangen en gevangen worden in het licht van bouwlampen die ze over het toneel zeulen en handmatig aan en uit knippen. Wat je als publiek ziet, wordt dus door hen bepaald en levert een verknipt plaatje op. Soms wordt het licht bijna een personage, dreigend, manipulatief. De bewegingstaal is van meet af aan zoals we die kennen van Van Dijk: fragmentarisch maar doorgecomponeerd. Het is als de gelijkmatige elektronicawals met ritmische tegentonen in de compositie van Dirk Haubrich. Een lichaam schiet nooit één kant op, maar probeert via de verschillende ledematen altijd meer richtingen te proeven. Een val is meteen ook een sprong.

Het is een manier van bewegen die, net als het licht, onrust oproept en van de dansers verkrampte, onzekere, zoekende maar ook inventieve wezens maakt.

Wie denkt dat het na de kletterende regen van metalen emmers – een ijzersterke cesuur in geluid en beeld – allemaal goed zal komen, heeft het mis. In het tweede deel worden pogingen gedaan om echt contact te maken. Maar het onvermogen om grip te krijgen – op zichzelf of de maatschappij anno 2010, vul maar in – blijft dominant. Hunkerende vingers gaan priemen, gepassioneerde duetten ontsporen in geweld. Bewegingen worden veel herhaald, jasjes keer op keer binnenstebuiten aan- en uitgetrokken. De onmacht ontaardt in een circus, waarin onduidelijk blijft wie de dresseur is, en wie de gedresseerde. Mirjam van der Linden

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden