Zuid-Holland: de bank

De provincie Zuid-Holland sloeg in 1995 aan het bankieren. 'Dat is risicoloos, voorziet in een behoefte, doet niemand oneigenlijke concurrentie aan en is ethisch verantwoord', heette het toen....

EIND januari 1999 rinkelt de telefoon op het bureau van Cees Bloemendaal, hoofd financiën van de provincie Zuid-Holland. Het is Ton Houben, voorzitter van de Raad van Bestuur van handelshuis Ceteco. Houben zoekt eigenlijk kasbeheerder Karel Baarspul. Maar Baarspul is met wintersport, dus hoort Bloemendaal de Ceteco-topman aan.

Houben heeft slecht nieuws. Al in december vroeg de provincie versneld de 47,5 miljoen gulden terug van Ceteco. De provincie was gealarmeerd door de winstwaarschuwingen van Ceteco en besloot gebruik te maken van een speciale clausule in de contracten. Houben antwoordt Bloemendaal negatief. Niet omdat hij niet wil, maar omdat zijn huisbankier de geldkraan heeft dicht gedraaid. Ceteco zit in de problemen.

Bloemendaal besluit te wachten tot Baarspul begin februari weer terug is. Baarspul is de enige op het provinciehuis die de Zuid-Hollandse leningenportefeuille exact kent.

Meteen terug van vakantie bezoekt Baarspul Ceteco. Hij staat voor een dilemma. Als hij terugbetaling eist, dan jaagt hij Ceteco meteen in een surceance van betaling en is de provincie het geld kwijt. Of hij 'rolt' de lening door en geeft Ceteco uitstel van betaling. Dan heeft hij een kans dat het met een sisser afloopt.

Baarspul keert gerustgesteld terug van zijn gesprek met het handelshuis en kiest voor 'doorrollen'. De orkaan Mitch en de 'sambacrisis', veroorzaakt door de devaluatie van de Braziliaanse real, hebben het optimisme van Houben niet kunnen breken. Hij heeft Baarspul verzekerd dat Ceteco de maandelijkse rente over de leningen zonder meer kan voldoen en dat de herstructurering in mei, juni rond zal zijn.

Achteraf kunnen Bloemendaal en Baarspul zich wel voor het hoofd slaan. Maar in februari menen ze dat er eigenlijk niet veel aan de hand is. Niets wijst erop dat Ceteco dreigt om te vallen. En dus, redeneren de twee ambtenaren, is het niet nodig alarm te slaan bij de pas aangetreden gedeputeerde financiën, de PvdA'er Arie de Jong. De rentebetalingen die elke maand stipt op tijd binnenkomen, lijken de juistheid van hun taxatie te bewijzen.

In juni 1998 zag alles er nog rooskleurig uit. Toen besloten Baarspul en Bloemendaal 35 miljoen te lenen aan Ceteco. Geldmakelaar NTLA bracht de provincie, die al enige jaren haar partijtje meeblaast op de financiële markten, en het bedrijf bij elkaar. De relatie tussen Zuid-Holland en de honderd jaar oude handelsonderneming bestaat al twaalf jaar. De totale schuld van Ceteco kwam met de nieuwe lening op 47,5 miljoen gulden.

Tien dagen nadat de deal was beklonken, kwam Ceteco met een winstwaarschuwing. De markt in Zuid-Amerika, waar Ceteco winkels bezit in consumentenelektronica en witgoed, is ingestort. Botte pech voor geldschieter Zuid-Holland, maar nog geen drama.

Dat tekent zich pas af op 2 juli 1999. Dan lopen de onderhandelingen vast tussen de schuldeisers van Ceteco over de herstructurering van het bedrijf. Ceteco vraagt uitstel van betaling aan. Een week later is de Zaak Zuid-Holland geboren.

George Brouwer, in 1989 de nieuwe gedeputeerde financiën, is een creatieve geest. De econoom, fiscalist en oud-manager bij de belastingdienst, net veertig, drukt een stevig stempel op het college. Hij is een aanhanger van het principe van 'besturen op hoofdlijnen'. Om die gedachte ingang te doen vinden, sleurt Brouwer halverwege de jaren negentig zijn 82 collega's in Provinciale Staten mee in een 'transformatieproces'. Reinventing government is Brouwers slagzin en zijn doel is de overheid ondernemend te maken.

'Intensivering van de treasury' is een vrucht van dat denken. Onder die titel schrijft kasbeheerder Baarspul in oktober 1995 een notitie voor Gedeputeerde Staten. De provincie moet gaan bankieren, propageert hij daarin. Dat is 'risicoloos, voorziet in een behoefte, doet niemand oneigenlijke concurrentie aan en is ethisch verantwoord'.

Negen dagen later gaat het college van Gedeputeerde Staten akkoord met Baarspuls voorstel, met dien verstande dat Zuid-Holland niet van de daken zal gaan schreeuwen dat zij in de markt is. Op het besluitenlijstje van GS staat onder meer: 'Notitie is vertrouwelijk. Gelden niet opnemen in de begroting, alleen besteden zodra het verdiend is (ter voorkoming van risico's). De commissaris van de Koningin stemt tegen dit voorstel.'

Waarom is de notitie vertrouwelijk gemaakt? Dat brengt de uitvoerende ambtenaren in een netelige positie. En waarom heeft commissaris van de koningin, Joan Leemhuis-Stout tegen gestemd? Het wordt niet bekend gemaakt, maar wie weet dat Leemhuis' echtgenoot kredietanalist is bij ABN Amro, kan zich er een huiselijk tafereel bij voorstellen. Zij: 'De gedeputeerde financiën vindt dat we het bankierspad op moeten gaan.' Hij, snuivend: 'Is-ie helemaal geschift. We zien zo'n amateurtje al komen.'

WAT Baarspul voorstelt, gebeurt al jaren incidenteel, op kleine schaal. Op het moment dat de kasbeheerder zijn notitie schrijft, is de rente op kortlopende leningen flink aan het zakken. Zuid-Holland heeft 25 miljoen gulden kasgeld over en besluit dat zes weken weg te zetten tegen 4 procent rente. Mocht de provincie het geld tussentijds nodig hebben, dan kan ze dat voor die korte periode wel even lenen. De rente op zulke kredieten is maar 3,75 procent, dus dan strijkt Zuid-Holland in een maand ook nog een winstje van vijfduizend gulden op.

Juist om te kunnen meedeinen met de van uur tot uur fluctuerende geldmarkt, hebben Provinciale Staten eind jaren tachtig een Bureau Middelenbeheer opgericht en van ruime bevoegdheden voorzien. Baarspul staat aan het hoofd en wordt belast met 'de dagelijkse geldhandel als middel om zowel extra rente-inkomsten te verwerven als om rente-uitgaven zo beperkt mogelijk te doen zijn'.

Al in 1988 krijgt hij het mandaat om, via Gedeputeerde Staten, transacties tot 200 miljoen gulden te verrichten, zonder tussenkomst van Provinciale Staten. Het besluit maakt een eind aan de lange mars die de kasbeheerder voor elke handeling door het parafencircuit moet maken. Met het doel functievermenging tegen te gaan, krijgt zelfs Baarspuls baas geen inzicht in de transacties.

De facto ziet alleen de commissaris van de koningin nog welke schulden Zuid-Holland aangaat en welke leningen er worden verstrekt. De gedeputeerden weten dat heel goed. Voor het geval ze als vervanger van de commissaris moeten optreden, hebben ze bij hun aantreden hun handtekening moeten zetten op een kaart die verstrekt wordt aan de zakenpartners van Zuid-Holland.

De statenleden vinden het allemaal prima. Alleen de latere gedeputeerde Brouwer stelt wat kritische vragen. Maar Schelto Patijn, in die tijd de Zuid-Hollandse commissaris van de koningin, antwoordt: 'Bureau Middelenbeheer opereert regelmatig op de geldmarkt voor de provincie. Het is ondoenlijk telkens terug te koppelen naar de staten.' Wel belooft hij dat Baarspul jaarlijks verslag zal uitbrengen van zijn treasury-activiteiten. Dat gebeurt via de openbare jaarrekeningen en managementsrapportages aan GS.

Vanaf 1987 slaagt Zuid-Holland erin een bescheiden winstje te maken op het treasury-beleid van Baarspul. Van de intensivering van dat beleid in 1995 worden de leden van provinciale staten onkundig gehouden. Maar ze plukken er zonder lastige vragen te stellen de vruchten van.

In zijn notitie voor Gedeputeerde Staten voorspelde Baarspul een jaarlijkse bate van minstens een half miljoen gulden. Besloten wordt dat de provincie slechts 'passief' zal bankieren. Zij zal niet actief op zoek gaan naar geld. De geldmakelaars weten Zuid-Holland echter toch te vinden en al snel rolt de ene na de andere aanbieding binnen.

De leningenportefeuille groeit. De activiteiten nemen zo'n grote vlucht, dat Zuid-Holland al in het najaar van 1996 ruim 1,2 miljard gulden aan leningen heeft uitstaan. Een voorlopig record, dat in juli is gebroken. Dan staat er 1,7 miljard gulden uit.

Op last van de Gedeputeerde Staten brengt Baarspul aan het eind van ieder jaar het aantal leningen terug. Op die manier blijkt de omvang van het bankieren niet uit het jaarverslag. Meteen na het sluiten van de balans hervat Baarspul op volle kracht zijn bankiersactitiviteiten. Naar verluidt is het ministerie van Binnenlandse Zaken volledig op de hoogte.

OP DE miljardenomzet kaapt de kasbeheerder zoveel kleine winstjes weg op de geldmarkt, dat de optelsom tien, vijftien keer gunstiger uitkomt dan Baarspul aanvankelijk dacht. In 1995 verdient de kasbeheerder aan 'rentebaten' één miljoen gulden, in 1996 5,4 miljoen, in 1997 6,8 miljoen en in 1998 7,4.

De provinciale topambtenaar beloont Baarspul met een gratificatie van 1500 gulden. Het zijn mooie meevallers, die de statenleden naar eigen inzicht kunnen besteden aan een groenproject hier of een provinciale weg daar.

Zodra er een financieel probleem rijst in het provinciehuis, zijn alle ogen gericht op Cees Bloemendaal. 'Cees, dat probleem lost de treasury wel op, hé', wordt een gevleugelde uitdrukking. Zo financierde de provincie de feestelijke opening van het prachtige nieuwe gebouw bij het Haagse Malieveld met de opbrengsten van de Treasury.

Grote risico's neemt kasbeheerder Baarspul niet. Hij gaat uitsluitend in zee met betrouwbare banken, overheden en overheidsinstellingen en grote beursgenoteerde ondernemingen en dus zijn de winstmarges smal. Om de politiek zo bejubelde winsten te genereren, moet Baarspul enorme bedragen aantrekken en uitzetten.

Ook nu Andersen Accountants en de Lombard Odierbank de leningenportefeuille (exclusief die aan Ceteco) zeer kritisch tegen het licht hebben gehouden, blijkt Baarspul vooral risicomijdend te werk te zijn gegaan. Op de 2,3 miljard gulden die uitstaat of is toegezegd, loopt Zuid-Holland een risico van 5,2 miljoen gulden. Op elke honderd gulden is dat nog geen 25 cent.

De rekeningencommissie waakt over de financiën van Zuid-Holland. De commissie buigt zich over de jaarrekeningen, de accountantsrapporten en de verslagen van de interne controleurs, discussieert met de accountants en stelt kritische vragen aan Gedeputeerde Staten.

Kees Freeke van de kleine christelijke fracties, PvdA-statenlid Arie de Jong en Huub Hieltjes van de VVD zijn in 1995 en de daarop volgende jaren lid van de rekeningencommissie.

Freeke schopt het snel tot commissievoorzitter. De Jong volgt in januari 1999 Brouwer op als gedeputeerde financiën, tot hij op 23 juli ten val komt vanwege de 'bankierscrisis'. Hieltjes, wiens VVD dit jaar bij de vorming van een college van PvdA, CDA, GroenLinks en de kleine confessionele partijen uit de boot viel, bijt zich als een terriër vast in de affaire.

Ondanks hun gescheiden verantwoordelijkheden zijn de drie financiële experts het over één ding roerend eens. 'We wisten niet dat de provincie actief geld aantrok met als doel het weer uit te lenen', roepen ze in koor. Terwijl in de jaarrekening over 1998 toch letterlijk staat dat de belangrijkste oorzaak van de groei van het totale vermogen van Zuid-Holland 'de toename van opgenomen en uitgezet kort en lang geld' is.

Huisaccountant Ernst & Young haalt bij de controle over 1997 een stofkam door Baarspuls papieren. Bekeken wordt of de administratie goed is, of de procedures deugdelijk zijn en of ze worden nageleefd.

In het voorjaar van 1998 maakt het accountantsbureau rapport op. De rekeningencommissie is goed bij de les, want voorzitter Freeke bedankt de accountant eind mei voor 'de goede samenwerking en discussie'. Ernst & Young heeft wel wat aanmerkingen. De administratie is adequaat, oordeelt de accountant, maar het is moeilijk inzicht te krijgen in de resultaten van alle afzonderlijke transacties of van het saldo van de totale leningenportefeuille.

Op het provinciehuis is het probleem bekend, het hangt deels samen met vertraging bij de installatie van nieuwe software. Maar als in juli 1999 een tienkoppige ploeg van Andersen Accountants in een weekeinde de administratie van Bureau Middelenbeheer doorspit en tot dezelfde bevindingen komt, zijn de statenleden 'geschokt'.

Ernst & Young heeft in 1998 nog een bezwaar tegen de uitoefening van de treasury-functie. Het accountantsbureau wijst de rekeningencommissie er op dat de provincie zich wel heel erg afhankelijk maakt van één persoon, in wie alle kennis en deskundigheid is verenigd. Principiële bezwaren zijn er niet. De vraag is alleen wat Zuid-Holland moet 'als Baarspul onder de tram komt'.

Daar schrikt de rekeningencommissie wel even van. Hoe kan de provincie de know-how veilig stellen, vragen de commissieleden bezorgd aan Gedeputeerde Staten. GS kunnen de ongerustheid niet helemaal wegnemen. Ze beseffen dat 'de treasury inmiddels een aanvaarde taak is binnen de provincie' en antwoorden dat er een achtervanger is. Maar als die aan het roer komt, wordt het kasbeheer van Zuid-Holland vanzelf weer passief. Zonder actief beheer wordt de bankiers-portefeuille binnen een half jaar de helft kleiner.

En dát wil, behalve Leemhuis, niemand.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.