Zuid-Amerika is gaan geloven in democratie

De bedoelingen zijn goed, de instituties vaak nog zwak. De democratieën in Zuid-Amerika maken rare sprongen. Maar het respect voor mensenrechten en vrijheid van meningsuiting neemt toe....

Alle landen van het continent houden democratische verkiezingen. Maar democratie gaat ook over gelijke kansen en zaken als de macht van militairen, transparante besluitvorming, de mogelijkheid van het parlement en justitie om te interveniëren, vrijheid van meningsuiting en naleving van de wet. In dat opzicht ontbreekt er veel.

Want het verschil tussen arm en rijk groeide het afgelopen decennium weer. Ook het geweld nam toe. Zuid-Amerika is een van de gewelddadigste regio's ter wereld. 'Wij hebben rammelende democratieën', oordeelt de Argentijnse politicoloog Sérgio Berensztein. Autoritaire machthebbers, wetgeving uit de dictatuur, maar ook belangengroepen die alleen aan zichzelf denken, belemmeren volgens hem het functioneren van het democratisch apparaat.

Een paar voorbeelden: over grote omstreden thema's zoals de toetreding tot Nafta, de vrijhandelszone met de VS en Canada, of processen tegen de misdadigers uit de dictatuur wordt nooit een groot publiek debat gehouden. Veel presidenten regeren bij voorkeur per decreet.

De Argentijnse president Néstor Kirchner heeft sinds zijn aantreden in mei nog niet één keer zijn kabinet bijeengeroepen. Hij besluit alles zelf in samenspraak met zijn echtgenote, die senator is, en enkele adviseurs. Ministers krijgen opdrachten van de president, ideologisch gezien een centrum-linkse politicus.

De partij PT van de Braziliaanse president Luiz Inácio Lula da Silva blokkeerde toen zij in de oppositie was de wijziging van de pensioenwet, die goed betaalde ambtenaren gigantische privileges toekende. De reden was politiek: de PT wilde zich afficheren als oppositie en stemde dus per definitie tegen alles wat de 'neoliberalen' in de vorige regering voorstelden.

Als een van zijn grote verdiensten van zijn eerste jaar als president noemt Lula nu de hervorming van de pensioenwetgeving. Het is in grote lijnen dezelfde die zijn eigen partij, ten koste van de gemeenschap en de armen, eerder tegenhield.

Lula's partij heeft alle belangrijke banen in ministeries, staatsbedrijven en overheidsinstellingen opgeëist, meer dan te doen gebruikelijk is bij een machtswisseling en ook bij instellingen waar al jaren kwaliteit het benoemingscriterium was. De productiviteit van de overheid is door het ontslag van zoveel deskundigen dramatisch gedaald. Het ministerie van Sociale Zaken slaagde er bijvoorbeeld dit jaar niet in meer dan 1 procent van zijn budget te besteden.

In Chili, het land dat geldt als het meest stabiele in de regio, is sinds 1990 dezelfde (centrum-linkse) coalitie aan de macht met dezelfde politici, die verslaafd lijken aan de macht. Jongeren en vernieuwers in hun partijen krijgen geen enkele kans. De financiering van campagnes is schimmig en ministers krijgen onder tafel een tweede 'salaris'.

Een strafproces tegen Pinochet werd door het Hooggerechtshof afgebroken omdat de ex-dictator te zwak en dementerend zou zijn. Maar volgens de onderzoeksrechter was Pinochet prima in staat een proces te ondergaan. Het werkelijke probleem was dat de regering niet wilde. Politiek analist Raúl Sohr: 'Het Chileense Hooggerechtshof durft geen confrontaties aan met de politiek, noch met de kerk of de militairen.'

Chili zit ook nog steeds met allerlei ondemocratische wetten uit de dictatuur, de arbeidswetgeving bijvoorbeeld, en een onevenredig groot budget, privileges en macht voor de militairen. Niemand in Chili is nog bang voor ingrijpen door de militairen. Dat is de verdienste van de regering van de socialist Ricardo Lagos geweest, maar de kleine lettertjes worden permanent geschonden door de geüniformeerden, die zich boven de wet wanen.

Aan de pluskant van de regionale balans staan een groter respect voor mensenrechten en vrijheid van meningsuiting. In kranten en op tv verschijnen reportages over corruptie door bestuurders. Onder druk van het IMF en andere schuldeisers zijn de overheidsfinanciën beter georganiseerd en werd de gierende inflatie getemperd.

Maar misschien is de belangrijkste winst van het afgelopen decennium dat Latijns-Amerikanen meer zijn gaan geloven in democratie als systeem. Er zijn verklaarbare 'seizoensinvloeden': in een land waar net verkiezingen zijn geweest en de macht is gewisseld, heerst vaak optimisme. Men denkt dat de nieuwkomer het beter zal doen en daardoor stijgt het vertrouwen in de democratie. Venezuela toen Chávez aan de macht kwam of Peru met Alejandro Toledo waren duidelijke voorbeelden.

In Argentinië, waar twee jaar geleden tweederde van de bevolking het parlement naar huis wilde sturen en het alom crisis was, groeide het vertrouwen in de democratie de afgelopen jaren ook. In 2002 was slechts 10 procent te spreken over de regering, maar 65 procent geloofde in de democratie.

Ook in Colombia weten burgers paard en wagen te scheiden. De stijve Alvaro Uribe, een hardliner, is een van de populairste presidenten op het continent. De werkloosheid is hoog, maar Colombianen belonen Uribe voor het feit dat hij niet corrupt is, hard werkt en ogenschijnlijk terrein wint in de guerrillaoorlog die het land kastijdt. Vorige maand legden de eerste rechtse paramilitairen de wapens neer en onderhandelingen met de marxistische rebellen van de ELN, de tweede guerrillagroep van het land, hangen in de lucht.

Bij de laatste verkiezingen in Brazilië haalde een aantal machtige en corrupte politici het voor het eerst niet meer. Door corruptie zijn politici en partijen de afgelopen jaren diep in aanzien gezonken. In Paraguay bleek de ex-president in een gestolen auto rond te rijden. In Argentinië worden veel politici op straat of in openbare gelegenheden uitgejoeld. Daarom ook deden partijloze nieuwkomers en doeners met een 'beweging' achter zich het goed in verkiezingen.

De Wereldbank-consultant Alejandro Toledo in Peru, legerkolonel Lúcio Gutierrez in Ecuador en ex-kolonel Hugo Chávez in Venezuela zijn voorbeelden daarvan. De volstrekt onbekende Chávez veroverde de Venezolaanse bevolking in twee minuten. Na zijn oproep aan zijn medestrijders de wapens neer te leggen na de door hem geleide, mislukte couppoging werd hij de populairste man in het land.

Chávez zag (en ziet) zichzelf als een reïncarnatie van Simon Bolivar, een vrijheidsheld uit het verre verleden. Toledo noemt zich de laatste Inca-vorst. In West-Europa hoef je niet aan te komen met dit soort theater. Maar Zuid-Amerika is het continent van passie en illusies, ook in de politiek. Kiezers willen liever een hemelbestormer dan een boekhouder. De Peruaanse schrijver Mario Vargas Llosa, die zelf ook eens presidentskandidaat was, stelde jaren geleden: 'Het kost Latijns-Amerikanen moeite te accepteren dat iets saais als het gezond verstand een politieke kwaliteit zou kunnen zijn.'

Onder Chávez is Venezuela een bitter verdeeld, chaotisch en verloederd land geworden. Het is de olierijkdom die zijn regering op de been houdt. De kans is groot dat Chávez volgend jaar legaal wordt afgezet via een referendum, alhoewel de president zal proberen de volksstemming zo lang mogelijk te traineren.

Toledo en Gutierrez blijken warhoofden die zichzelf voortdurend tegenspreken. Wat ze beloofden, was gezien de bezuinigingen onrealistisch De verwachting is dat Toledo's Perú Posible (Mogelijk Peru), dat van niets de grootste partij in het Peruaanse parlement werd, door de kiezers wordt weggevaagd.

Dat een president kan worden weggedemonstreerd, zoals in Bolivia, geeft aan hoe zwak de instituties zijn. Het parlement kon of wilde hem niet afzetten. De afgelopen twee decennia werden in alle landen van het continent op drie na presidenten afgezet. Alleen in Brazilië gebeurde dat zoals het hoort door het parlement.

Dat juist in Brazilië de afzetting volgens de regels verliep, is geen toeval. De Braziliaanse democratie is al jaren een van de best georganiseerde. Bij de laatste verkiezingen moesten honderd miljoen Brazilianen vier stemmen uitbrengen op verschillende lijsten. De uitslag stond binnen twaalf uur vast en geen van de partijen trok deze in twijfel.

Dat Lula ondanks zijn uitgesproken linkse curriculum president kon worden zonder intriges, is ook een bewijs van de robuustheid van de Braziliaanse democratie. Zijn hervormingen van het pensioenstelsel en de belastingen konden goedgekeurd worden dankzij de medewerking van de oppositie, eveneens een rariteit in de regio. Maar er is hoop. Analisten zeggen vaak: waar Brazilië gaat, gaat het continent.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden