Opinie Connectiviteit

Zuckerbergs ideaal van een verbonden wereld leidt juist tot een versplintering

Beeld Zeloot

Natuurlijk wil Mark Zuckerberg winst maken met Facebook, maar Olaf Tempelman ziet in hem vooral een utopist, die meent dat een wereld waarin iedereen verbonden is een betere wereld is. Alleen: dat visioen ontspoort bij gebrek aan tegenkrachten.

‘Alleen maar verbinding maken. Dat was haar hele preek!’

Gaan deze zinnen over Silicon Valley, dat ons een wereld schonk waarin we 24 uur per dag worden uitgenodigd connecties te maken? Nee, de Britse auteur E.M Foster schreef ze driekwart eeuw voor de geboorte van Mark Zuckerberg, in Howards End uit 1910. Foster etaleert daarin behalve zijn grote schrijverschap zijn wantrouwen in het idee dat door techniek gefaciliteerde verbindingen tussen mensen de wereld beter zullen maken. Want wat is een connectie? Een even fraai begrip als vrijheid, en een even lege huls. Nog verder gaat Foster in zijn sciencefictionnovelle The Machine Stops, waarin hij als een visionair de komst van Facebookvrienden voorziet. Connecties zijn in dit verhaal dankzij ‘de Machine’ oneindig. Hoofdpersoon Vashti kent ‘enkele duizenden mensen’, maar ze blijft verstoken van een echte band met een menselijk wezen.

Waar veel van Fosters tijdgenoten dankzij voortschrijdende techniek een soort Heerlijke Verbonden Wereld binnen bereik zagen komen, zag Foster geen utopie maar het tegendeel, een dystopie, aan de horizon opdoemen.

Ruim een eeuw later leven we in een wereld waarin een paar miljard mensen met kleine machientjes dag en nacht connecties maken, en waarin de grote techbedrijven van Silicon Valley ons helpen de Heerlijke Verbonden Wereld gestalte te geven. Behalve een plek van innovatie en duizelingwekkende winstcijfers, is die Baai van San Francisco immers ook een plek van idealisme en visioenen van een betere wereld. Veel cultuurhistorici verbonden dat al met de geografie. De geboortegrond van de digitale revolutie is dezelfde als die van het hippiedom, de Californische noordkust. De grote techbedrijven daar verschillen niet alleen van ‘gewone’ bedrijven door een ongenaakbaarheid voor concurrentie, maar ook door een utopische inslag. Menig boek over de origines van de digitale revolutie bevat een citaat uit Scott McKenzie’s lofzang op het hippiedom uit 1967: ‘If you’re going to San Francisco, be sure to wear some flowers in your hair.’ Met bloemen raakte je verbonden met anderen die naar San Francisco kwamen. Wie wil, kan ‘een connectie maken’ zien als een digitaal equivalent van ‘een bloem in je haar steken’.

Mijn woordenboek definieert de utopie als ‘een in de fantasie geconstrueerde ideale (maatschappelijke) toestand’. Een techondernemer die zo’n ideale toestand vaak schetst, al doet hij dat vaag, is Mark Zuckerberg. ‘Facebook was oorspronkelijk niet bedoeld als een bedrijf’, vertelt hij al anderhalf decennium, ‘het was bedoeld als een sociale missie – de wereld opener en verbondener te maken.’ Over het sleutelwoord in Zuckerbergs gedachtengoed kan geen twijfel bestaan: het is connectivity. Ook in zijn kortste TED-talks valt het doorgaans wel een keer of tien. ‘Verbondenheid is een mensenrecht’, is een bekend Zuckerberg-aforisme. Een verbonden wereld is een gelukkige wereld.

Zuckerbergs critici betogen vaak dat zijn connectiviteitsideologie slechts de saus is waarmee hij zijn verdienmodel overgiet. Deze whizzkid had zijn uitvinding amper gedaan of hij bood de data van zijn gebruikers al te koop aan. Je kunt evenwel betogen dat geldbelustheid visionairisme niet uitsluit. Het is vaker én én dan óf óf – dezelfde persoon kan én een briljante nerd én een rücksichtslose ondernemer én een utopische denker zijn.

Filosoof en utopiekenner Hans Achterhuis onderscheidt sociale en technische utopieën. In de eerste soort vloeit het heil voort uit een nieuw samenlevingsverband, in de tweede uit technische innovatie. In de Zuckerbergiaanse utopie lijken innovatie en gemeenschapsvormen samen te komen – het begrip ‘connectiviteit’ heeft zowel een technische als een sociale dimensie. Met die nadruk op dat ene woord staan Zuckerberg en andere boegbeelden van de digitale revolutie in een traditie. Kenmerkend voor mensen die neigen naar utopisch denken, is dat ze één enkel begrip dermate verheerlijken dat het transformeert in een toverwoord. Zo veel heil zal het brengen, dat al het andere er ondergeschikt aan is. De Franse revolutionairen koesterden in 1789 drie idealen: vrijheid, gelijkheid en broederschap. Bij neoliberale denkers – door Achterhuis beschreven in zijn boek De utopie van de vrije markt – is het toverwoord vrijheid. Communisten zetten het tweede begrip op een voetstuk: gelijkheid. In de visie van Zuckerberg lijkt de techniek het derde ideaal van 1789 binnen handbereik te brengen: broederschap. Aan het eind van Beethovens Negende worden alle mensen broeders – in de connectiviteitsutopie worden alle mensen Facebookvrienden.

Aan ideeën van utopisch denkers dankt de wereld heel wat vooruitgang, maar E.M. Foster was de eerste noch de laatste die constateerde dat elke utopie het zaad van de dystopie in zich draagt. Dat ontkiemt als een utopisch idee niet wordt blootgesteld aan tegenkrachten, kritisch wordt bekeken en aangepast. Waar tegenkrachten ontbreken, kan een utopisch project averechts uitpakken. Een voorbeeld daarvan waren de communistische dictaturen van de 20ste eeuw, waar gelijkheid zowel een toverwoord als dogma was. In de praktijk was de ongelijkheid daar vele malen groter dan in landen waar sociaaldemocratische partijen het gelijkheidsideaal hadden aangelengd het en in een democratische context nastreefden. Op dezelfde wijze werkt ongetemd neoliberalisme geen vrijheid maar onvrijheid in de hand: door vergaande deregulering zijn mensen niet meer beschermd tegen de krachten van de markt – de utopie van de vrijheid wordt de dystopie van de economische slavernij.

Als de connectiviteitsutopie van Silicon Valley aan dezelfde wetmatigheid onderhevig is, dan draait die in de praktijk uit op het tegenovergestelde van broederschap. Voor die hypothese levert de actualiteit van deze tijd het nodige bewijs, met trefwoorden als polarisatie en fragmentatie. In de praktijk blijkt ‘connectiviteit’ behalve broederschap ook vijandschap te kunnen aanwakkeren. Je kunt de digitale revolutie niet verantwoordelijk houden voor tegenstellingen in de wereld – sociale media blijken die tegenstellingen wel flink te kunnen accentueren, doordat ze voeding kunnen geven aan vooroordelen, onbegrip en wantrouwen.

In 2011 publiceerde de Wit-Russische denker Evgeny Morozov zijn boek The Net Delusion, over de mogelijkheden die digitale connectiviteit biedt aan allerhande malafide krachten. Het leverde hem destijds predicaten op als ‘onheilsprofeet’ en ‘cultuurpessimist’. 2011 was het jaar van de Arabische Lente, waarin we juist de contouren zagen van die betere wereld die aan de Californische noordkust was voorzien. Facebook had, zo leek het, een nieuwe vorm van broederschap mogelijk gemaakt tussen miljoenen jongeren in de Arabische wereld. De opstand in Egypte heette de ‘Facebook-revolutie’, er gingen stemmen op Mark Zuckerberg te nomineren voor de Nobelprijs voor de Vrede.

Beeld Zeloot

In 2019 is het idee dat sociale media ook tegenstellingen en haat kunnen aanwakkeren nauwelijks nog controversieel. We weten inmiddels dat Donald Trump flink wat extra stemmen heeft gekregen dankzij nepnieuws bedoeld om groepen te splijten, al dan niet van Russische makelij. Het staat inmiddels ook vast dat Facebook een grote rol speelde in het geweld tegen de Rohinya in Myanmar. De machtsoverdracht van de militairen zorgde er daar voor dat miljoenen inwoners actief werden op Facebook. In mum van tijd waren Facebookberichten op smartphones de alomtegenwoordige bron van informatie. Radicale krachten uit het militaire apparaat maakten daarvan gebruik door nepnieuws te verspreiden in de trant van ‘Rohinya-mannnen verkrachten boeddhistische vrouwen!’.

In West-Europese landen maakt een toenemend aantal mensen zich zorgen over barsten in het cement van hun samenleving. In de verbonden wereld blijken mensen vooral connecties te leggen met mensen die net zo denken als zij en die hun afkeer van andere groepen voeden. Als andersdenkenden elkaar online treffen, komt het vaker tot scheldpartijen dan tot uitwisselingen van ideeën. Dat is het tegenovergestelde van wat in San Francisco was voorzien: in de connectiviteitsutopie leidt verbondenheid juist tot kennis en begrip, waardoor vooroordelen verdwijnen en vertrouwen toeneemt.

Velen voeren die accentuering van tegenstellingen terug op het zakelijke model van Facebook en andere techbedrijven. Die verdienen hun geld met advertenties. Het aantrekkelijkst voor adverteerders is de inhoud die de meeste aandacht trekt. In het gevecht om die aandacht verliest feitelijk onderbouwde, genuanceerde en eventueel vooroordelen ontkrachtende inhoud het meestal van tendentieuze en vooroordelen bevestigende inhoud. Maar ook aan de basis van Facebooks verdienmodel ligt dat idee dat ‘connectiviteit een mensenrecht is’ en in essentie niets kwalijks in de hand kan werken. Het kostte Zuckerberg grote moeite te onderkennen dat zijn geesteskind Trump stemmen had bezorgd (‘a pretty crazy idea’). Hoe het kon dat er gegevens van Facebookgebruikers bij het in politieke manipulatie gespecialiseerde bedrijf Cambridge Analytica belandden, is op verschillende manieren verklaard: ze waren bij Facebook naïef, ze hadden te weinig personeel, ze zaten niet op te letten, ze wilden geld zien, ze minachtten privacy. Maar je kunt ook nog stellen dat ze er bij Facebook een vorm van dogmatisch denken op nahouden die past in een utopistische traditie: connectiviteit is goed, waarom zou je Cambridge Analytica niet aan connecties helpen?

Het was fout, zei Zuckerberg later. Hij is bezig zijn geesteskind van vervelende bijwerkingen te ontdoen: de toekomst zal vrij zijn van ‘negatieve inhoud’. Vervang ‘negatieve inhoud’ door ‘armoedige arbeiders’ of ‘dakloze werklozen’ en je krijgt het discours van een communistisch ideoloog of een fervent neoliberaal. Bij utopisten staat de utopie zelf nooit ter discussie. Als het systeem op puntjes wordt verbeterd, dan rolt die betere mens er alsnog uit.

Connectiviteit blijft het toverwoord en het ultieme doel. ‘Op een gegeven moment gaat naïviteit over in onverantwoordelijkheid,’ schreef techjournalist David Kirkpatrick over Zuckerbergs onvermogen oog te krijgen voor Facebookvrienden die te kwader trouw zijn. Maar je kunt betogen dat Zuckerberg niet naïef is maar een visioen heeft. Voor de Heerlijke Verbonden Wereld mogen veel gebruikersgegevens worden geofferd op het altaar van de godin van de connectiviteit.

Maar wie is deze godin? Met haar kun je alle kanten op, zo lijkt het. De verbondenheid die Silicon Valley de wereld heeft geschonken, doet denken aan een eindeloos vertakt netwerk van snelwegen waarop regels, voor zover die al bestaan, makkelijk te omzeilen zijn en waarop alle gebruikers de facto onbeschermd rondrijden. In de analoge versie van deze verkeerssituatie zijn het steevast rücksichtloze chauffeurs die het voor het zeggen hebben. In ongunstige gevallen leidt connectiviteit tot verspreiding van middelmatige inhoud die vermoeidheid, stress of afstomping in de hand werkt, in nog ongunstigere gevallen tot tendentieuze inhoud die tegenstellingen versterkt. Als mensen vrijheid hun ideaal noemen, is het handig te weten waarvoor en waarvan ze vrij willen zijn. Voor we ‘een connectie maken’, zouden we erachter moeten komen wat we ermee willen en wat niet, en met wie we verbonden willen zijn en met wie niet.

In de praktijk waarop de connectiviteitsutopie is uitgedraaid, hebben we over dat laatste weinig te zeggen. Veel connecties komen daarin niet tot stand op basis van wederzijdse instemming. We staan daarin voortdurend bloot aan ‘inhoud’ van mensen met wie we geen verbinding zijn aangegaan. Weinig Amerikaanse kiezers hadden zich laten verbinden met Russische beheerders van nepaccounts als die zich eerst hadden voorgesteld: ‘Ik werk voor het Kremlin en heb de opdracht te verhinderen dat u op Hillary Clinton gaat stemmen, dat ga ik doen met behulp van nepnieuws, wilt u een connectie met mij?’

Bij de verkiezingen van 2020 zijn Facebookvrienden beter beschermd, verzekert Zuckerberg. Wie hem vertrouwt, moet zich verplaatsen in iemand die utopisch denkt: Silicon Valley-coryfeeën die grenzen stellen aan connectiviteit zijn als neoliberalen die de vrije markt reguleren en communisten die privébezit beschermen.

Verbondenheid impliceert blootstelling en blootstelling kan ongewenst zijn. In de verbonden wereld van 2019 is behoefte aan bescherming tegen mensen met wie wij géén connectie willen, maar die dat wél willen met ons – om ons wat te verkopen, om ons stemgedrag te beïnvloeden of om ons op te zetten tegen een minderheid in ons land. In een recente Belgische documentaire over Facebook wees de Nederlandse interpionier Marleen Stikker, 25 jaar geleden oprichter van de Digitale Stad, op een simpel feit: de techbedrijven hebben een kwart eeuw lang hun vleugels kunnen uitslaan. Zelden of nooit hadden hun gangmakers te maken met tegenkrachten. De wereld van Silicon Valley gold als hip terra incognita, een nieuw universum waarin honderd bloemen mochten bloeien. Stikker ziet dat Europese wetgevers ten leste actie ondernemen, bijvoorbeeld met de algemene verordening gegevensbescherming uit 2016. Het is nooit te laat, maar het is slechts een begin. Het is aan ons, verbonden mensen, onze wetgevers te vragen het cement van onze samenleving te beschermen. Dat kan door te ijveren voor een recht dat Zuckerberg ongetwijfeld pretty crazy vindt: het recht op niet verbonden zijn. Als connectiviteit een mensenrecht is, dan is bescherming tegen connectiviteit dat ook.

Olaf Tempelman is redacteur van De Volkskrant. Hij schrijft onder meer de rubriek De bewust digibete burger en was correspondent in Oost-Europa.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.