ZUCHTEN IN EEN FRANSE CEL

Cees Priem is niet de enige Nederlander die onlangs mocht kennismaken met de lange arm van de Franse justitie. Anderhalf jaar geleden begon de rechter-commissaris van Boulogne-sur-Mer een zaak tegen drie Nederlanders en een Belg die met tweeduizend kilo hasj werden betrapt....

OP de kop af 514 dagen zit Arie S. vandaag in voorarrest in Frankrijk. Zeventien maanden, bijna anderhalf jaar. Net als Jan B., Fred van der W, en Kurt R. De laatste komt uit België, de andere drie zijn Nederlanders. Arie (32) verblijft in het huis van bewaring van Douai, een industriestad tegen de Belgische grens. Z'n kornuiten zitten elders.

Een Franse gevangenis is geen lolletje. 'Douai is oud, mies', zegt de Nederlandse consul in Lille, Buffin. Arie kan ervan meepraten, al doet hij dat niet zolang hij nog in Frankrijk zit. Karman, de kroongetuige in het proces tegen de Hakkelaar van een paar jaar geleden, kwam uit Frankrijk. Alleen door te praten kon de man aan de Santé-gevangenis ontsnappen. Alles beter dan wegrotten in een Franse cel.

Ergens in dat anderhalve jaar is de verloofde van Fred van der W. weggelopen, zegt z'n advocaat, maître Deguines uit Calais. Arie heeft een verkrachting van een medegevangene mee mogen maken, vertelt z'n vriendin over de telefoon. Ze probeert hem elke twee weken op te zoeken. Met regelmaat loopt ze op tegen pesterijen en tegenwerking van cipiers en andere dorknopers. 'Douai is iets beter dan Béthune, waar hij eerst zat. Douai is oud, de bewaarders zijn wat gemoedelijker.'

Op zichzelf is het niet zo bijzonder dat Arie, Fred en Jan in Frankrijk vastzitten. 209 Nederlanders zuchten in Franse kerkers, becijfert de ambassade. En hoewel akelig, is het evenmin bijzonder dat het zolang duurt voor hun zaak voor de rechter komt. 'In Frankrijk is een voorarrest van anderhalf jaar heel normaal', zegt Leni van der Meulen van de Belangengroep Vrouwen van Gedetineerden uit Rotterdam. 'Erg vervelend is vooral dat ze tijdens die periode heel weinig privileges hebben.'

Ook Cees Priem, directeur-sportif van de wielerploeg TVM, maakte onlangs kennis met Madame Justice. In Frankrijk wordt het strafrechtelijk onderzoek geleid door een rechter-commissaris. Die kan 'in het belang van het onderzoek' de voorlopige hechtenis moeiteloos verlengen, of verdachten justitiële beperkingen opleggen. Bijvoorbeeld als ze met vakantie gaat, zoals Priem overkwam, die in de buurt van Reims moest wachten op de terugkomst van Madame le juge Odile Madrolle. De ploegleider mag tot de dag van vandaag Frankrijk niet verlaten.

Op het ogenblik zitten er zo'n zeventig Nederlanders in voorarrest in Frankrijk. Twee van hen wachten al sinds april 1995 op hun proces, de ene in Fresnes, de andere in Fleury-Mérogis. Voor een drugszaak, uiteraard. 'Negentig procent zit voor drugsdelicten', zegt de consul in Lille. 'En ze weten stuk voor stuk nergens van, dat spreekt.' Ook dat geldt voor Arie S., Jan B. en Fred van der W.

Begin 1997 monsterde Arie S. voor een reis op het schip de Kora. Arie kende vooral de binnenvaart. Na de lts voer hij een paar jaar op de Rijn. Hij kreeg verkering en ging uitkijken naar een baan aan de wal. Regelmatig werd hij nog opgebeld wanneer er een bemanningslid nodig was. Om financiële redenen nam hij nog wel eens een reisje aan.

De vader van Arie's vriendin schrijft in een brief: 'In april 1997 kregen we bericht dat hij in Frankrijk vastzat. Achteraf blijkt dat deze reis vanaf het begin door justitie in de gaten werd gehouden. Arie heeft waarschijnlijk gedacht: ik doe mijn werk als matroos en heb verder nergens mee te maken. Hij heeft verteld, dat toen ze in Boulogne-sur-Mer binnen gebracht waren, hij op het politiebureau tijdens een korte pauze zo de voordeur uit had kunnen lopen. Maar hij heeft dat niet gedaan omdat hij vond dat niemand hem iets kon maken. Zeer naïef en dom dus.

'Onze dochter werd op een bepaald moment erg ongerust, omdat Arie, die tijdens zijn reizen regelmatig belde, niets van zich liet horen. Een keer heeft hij kort gebeld en zei toen: ''Ik ben in iets terechtgekomen wat beslist niet mijn bedoeling was''.'

Waarin Arie terechtgekomen was, werd dit voorjaar voor de Haarlemse rechtbank uitgebreid uit de doeken gedaan. Daar hield officier van justitie Irene Gonzalez haar requisitoir in wat de 'Tas'-zaak is gaan heten. Al jaren werkte de Nederlandse politie aan het oprollen van een grote drugsbende, met vertakkingen tot in Polen, Litouwen, Liberia en Kaap-Verdië. De grote jongens onderhielden contact met Etienne U. In vijf jaar tijd werd meer dan honderdduizend kilo hasj gesmokkeld, met een straatwaarde van een half miljard gulden. De weg voerde van Pakistan en Marokko naar Europa en de Verenigde Staten. Voor de Afrikaanse kust werd het spul in derdehands vissersschepen overgeladen.

De Kora was maar een van de vele schepen die werden gebruikt. Afgezien van stuurman Kurt R. waren de bemanningsleden vermoedelijk niet meer dan pionnen in het spel. Ze hadden in elk geval niet eerder meegedaan aan hasjtransporten. Oorspronkelijk heette de Kora 'Hemo'. Een zekere K., door de officier omschreven als 'opkomende ster' in de bende, kocht het scheepje voor een prik. Op justitiefoto's is te zien hoe schilferig en verroest de schuit erbij ligt.

Zo gammel is de Kora, dat ze tijdens de reis in Portugal aan de grond loopt en in Kaap-Verdië moet worden opgelapt. Elke beweging wordt intussen door de Nederlandse politie gevolgd. Voor de afvaart is stiekem een zendertje aangebracht. De politie ziet hoe het scheepje voor de kust van Marokko heen en weer vaart, om uiteindelijk weer koers te zetten richting Europa.

Dan gaat op 18 april 1997 een internationaal aanhoudingsbevel uit, naar zowel Frankrijk als Engeland. 'Om ze op heterdaad te kunnen betrappen', legt Tine Zwiers van het Haarlemse parket uit. Met aan het aanhoudingsbevel gekoppeld het verzoek de heren aan Nederland over te dragen. 'Uitlevering via de verkorte uitleveringsprocedure verdient de voorkeur.'

'Opkomende ster' K. rijdt op 24 april naar de haven van Harlingen. 'Tenminste eenmaal wordt gezien', schrijft de officier een jaar later met gevoel voor drama in haar requisitoir, 'dat hij over de zee tuurt.' K. tuurt voor niets. De Kora komt niet opdagen.

Na een luchtverkenning wordt het schip op 23 april 1997 in het Nauw van Calais door de Franse douane geënterd. Lang hoeven de grenswachten niet te zoeken. De 82 zakken met in totaal meer dan tweeduizend kilo hasj zijn nauwelijks verborgen. De bemanning wordt ingerekend, het schip gaat in Boulogne-sur-Mer aan de ketting. Alles precies volgens het verzoek van de Nederlandse collega's. Nog altijd niets bijzonders.

Pech voor de vier is dat ze door Frankrijk zijn gepakt, waar eminente senatoren Nederland openlijk als 'narcostaat' bestempelen. Waar het onderscheid tussen 'hard-' en 'soft-drugs' op de lachspieren van de autoriteiten werkt. Net als het begrip 'gedogen'. De vorige Nederlandse ambassadeur probeerde het z'n Franse déjeuner-gasten nog wel eens vruchteloos uit te leggen, aan de hand van een vergelijking met de 'maisons de tolérance' - Parijse bordelen uit een lang vervlogen tijd.

De straffen voor drugshandel zijn ernaar. 'Mmmm, twee ton hasj', zegt consul Buffin terwijl hij in het dossier kijkt. 'Vijf, zes jaar hebben ze gauw te pakken. Verder zie ik er niet veel bijzonders in. Nee, uitleveren zit er niet in, meestal berecht Frankrijk dit soort gevallen zelf.'

De echte bazen in het 'Tas'-onderzoek werden in mei 1997 in Spanje aangehouden, een maand later dan de bemanning van de Kora. De eigenaar van het schip, K., en de twee breinen achter de hele onderneming, P. en S., zijn inmiddels een halfjaar geleden berecht. In Nederland. Spanje leverde ze zonder omwegen uit. P., nog bekend als hasj-pionier van de kotter Lammy in de jaren zeventig, kreeg drie jaar. Kora-eigenaar K. zal de komende twee jaren niet over de zee bij Harlingen kunnen turen.

Over de vier arrestanten in Frankrijk daalde intussen een diepe stilte neer. Eén keer werden ze door de Franse rechter-commissaris gehoord. Eén keer door een Nederlandse delegatie in het kader van het 'Tas'-onderzoek. Verder niet. Veel bijstand van Nederland kregen ze evenmin. Ondanks herhaalde verzoeken, zegt de vader van Arie's vriendin, is er nooit iemand van het consulaat bij Arie op bezoek geweest. 'Terwijl Béthune en Douai toch om de hoek liggen.'

De advocate van Arie S. is maître Jacoba de Jongh-Dunand. Ze is Nederlandse, maar sinds jaar en dag verbonden aan de balie van Parijs. Vaak staat ze Nederlanders met problemen in Frankrijk bij. Zij zegt: 'Aanvankelijk wist ik helemaal niet van het bestaan van dat 'Tas'-onderzoek. Uit de stukken en de processen-verbaal die ik kreeg, bleek nergens dat Nederland bezig was een drugsbende op te rollen. Ik dacht dat Frankrijk de Kora helemaal zelf had gevonden, en dus uiteraard het hele onderzoek zou doen, tot de berechting aan toe.' Pas toen de Nederlandse officier naar Frankrijk kwam om Arie, Jan en Fred te ondervragen, begreep De Jongh dat de vier maar een schakeltje waren in een groot, Nederlands bedrijf.

'Maar de Fransen hebben van meet af aan gedaan alsof het hún zaak was.' Ze las het eerste proces-verbaal van de aanhouding door de douaniers nog eens met andere ogen door. 'Pas op dat moment viel het me op dat de douane had geschreven: ''Nous reconnaissons le Kora.'' (''We herkennen de Kora.'') De douane moet dus getipt zijn.' Dat kan ook moeilijk anders, omdat het Nauw van Calais een zeevaartkundige Kalverstraat is. De douaniers, hoe ijverig ook, kunnen onmogelijk elke schuit doorzoeken die daar passeert.

Mevrouw de Jongh wil dat de Franse justitie erkent dat dit een Nederlandse zaak is. En haar cliënt stante pede uitlevert. Maar 'onze uitleveringsverzoeken hebben tot op heden geen baat gehad', schreef de Haarlemse officier Gonzalez dit voorjaar over de Kora-bemanning. Wat ging er mis?

'Officieel weet ik tot vandaag he-le-maal niets'

EEN gevoelige zaak. Delicaat ook. Nederlands-Franse contacten zijn altííd gevoelig. Ambassadepersoneel wordt schichtig, voorlichters zijn ziek, met vakantie, vergaderen aanhoudend, zijn niet competent om iets te zeggen, hebben onverwacht een hoge delegatie op bezoek. Uiteindelijk wil een niet nader aan te duiden zegsman wat licht laten schijnen. Er ging van Nederlandse zijde helemaal niets mis, zegt hij. Uitleveringen duren in Frankrijk nu eenmaal lang.

'Voor zover ik kan zien, is er een keurig uitleveringsverzoek gedaan. Het probleem is dat Nederland zich voor de buitenwereld natuurlijk niet in de Franse zaken kan mengen. We hebben vertrouwen in de rechtsgang, zoals dat heet. Dat kan ook niet anders, want we worden met steeds meer draden aan elkaar verbonden, zoals het Verdrag van Schengen, Europol, noem maar op. Maar in de praktijk staan we natuurlijk wel erg ver van de Franse justitie af.

'Er bestaan in Nederland veel misverstanden over de Franse justitie. De Franse tradities zijn heel anders, centralistischer, meer hiërarchisch. De rechter-commissaris heeft er veel macht. Hoeft nauwelijks verantwoording af te leggen over de voortgang van zijn onderzoek. En het is heel normaal dat de verdachten vast blijven zitten tot de rechter-commissaris zijn onderzoek helemaal rond heeft.'

In Nederland móet de rechter-commissaris zijn zaak binnen honderd dagen voor de rechtbank brengen. Die beslist dan over een eventuele verlenging van het voorarrest van de verdachten. In Frankrijk bestaat er wel iets vergelijkbaars in de chambre d'accusation. Maar die wordt niet voor niets chambre de confirmation genoemd - kamer van 'bevestiging'.

Vorige week behandelde het omslagartikel van het weekblad Le Nouvel Observateur de macht van de juges d'instruction, zoals ze in Frankrijk heten. Eva Joly, Laurence Vichnievsky, Eric Halphen, het zijn tegenwoordig mediarechters 'die de machtigen doen rillen', aldus de 'Nouvel Obs.' Lange tijd liepen de rechters aan de leiband van de politiek. Maar sinds een jaar of vijf zijn de waarheidszoekers ontketend. En van de weeromstuit gedragen ze zich als inquisitierechters.

Ze aarzelen niet om zwaargewichten als voormalig ELF-directeur Le Floch-Prigent in de boeien te slaan, de bril en de veters af te nemen, én ze te laten zitten, tot ze doorslaan. Voor een huiszoeking bij ex-minister Roland Dumas werd de pers gewaarschuwd, zodat het hele land per televisie mocht meegenieten. En in weerwil van 'het geheim van de instructie' liggen de verhoren in elke grote zaak binnen dagen op straat.

Tot dusver zijn de rechters onaantastbaar, al wijst ook de publicatie in de Nouvel Observateur op het aanzwellen van de kritiek. Minister van Justitie Elisabeth Guigou heeft juist deze week een wetsontwerp ingediend op de voorlopige hechtenis. De minister wil het beginsel onschuldig-tot-het-tegendeel-bewezen-is niet alleen in theorie, maar ook in werkelijkheid gestalte geven. De rechter-commissaris mag niet langer ongecontroleerd zijn gang gaan. Er moet een speciale 'detentie-rechter' komen. Ook zullen arrestanten vanaf het begin van de hechtenis contact mogen hebben met een advocaat.

Maar zover is het nog lang niet. De magistraten vormen een krachtige lobby. Arie S. zal sowieso weinig hebben aan eventuele hervormingen, aangezien drugsdelicten erbuiten vallen.

Boulogne-sur-Mer gaat gebukt onder een striemende regen. Beneden in de haven, tegenover de pont naar Engeland, bevindt zich het kantoor van de douaniers die de Kora enterden. Het schip moet nog ergens aan de ketting liggen, maar is in de stortbui onvindbaar. Het Paleis van Justitie staat tussen de antiquairs (English money accepted) van de oude bovenstad. Een indrukwekkend paleis, de macht straalt ervan af, al schreeuwt het om een opknapbeurt.

De rechter-commissaris die het Kora-onderzoek leidt, heet Didier Guissart. Hij is jong, Boulogne is z'n eerste post. Hij staat bekend als een rechter 'die boven op z'n dossiers zit', zoals het heet. Een ingewijde: 'Hij wil eruit slepen wat eruit te slepen valt. Drugszaken liggen politiek gezien goed in Frankrijk. Je valt ermee op, het is een manier om aan een aantrekkelijke baan te komen.'

Op het bureau van de rechter-commissaris staat een vissenkom. Rechter Guissart ontvangt in trui en spijkerbroek, helemaal tegen de verwachtingen in. Het is bovendien uitzonderlijk dat een onderzoeksrechter de pers openlijk te woord staat. Hij mag immers in verband met 'het geheim van de instructie' niets over zijn onderzoeken loslaten.

Die beperking benadrukt de magistraat met zijn hand op de rode kaft van de Code Pénal. Desondanks wil hij wel wat kwijt. Het Nederlandse uitleveringsverzoek ligt bij de minister, daar gaat hij niet over. En de ministeriële molens draaien betreurenswaardig langzaam.

Iets anders is het Nederlandse verzoek tot aanhouding van de Kora, van 18 april 1997. 'Ik weet niet aan wie ze die aanvraag hebben gedaan, bij welke autoriteit die is ingediend. Weet u, in internationale contacten zijn vormkwesties extreem belangrijk. Als zo'n aanvraag goed is gedaan, dan laat dat overal sporen achter. En die zijn er niet. De Nederlanders zijn later bij me geweest. Ze hebben zelfs hun papier laten zien. Maar officieel weet ik tot vandaag he-le-maal niets.'

Dat moet een interessante discussie zijn geweest, tussen mevrouw Gonzalez en Guissart. 'Als Nederland de vormen had gerespecteerd en het aanhoudingsbevel van tevoren correct had ingediend, ''aan de competente justitiële autoriteiten'', dan was de zaak binnen een paar weken afgewikkeld geweest.' Net als in Spanje met P. en K. 'Maar als iemand hier dezelfde misdaad pleegt waarvoor hij in een ander land wordt gezocht, dan zal hij eerst hier moeten terechtstaan alvorens we over uitlevering praten.'

Arie, Jan en Fred werden aangehouden wegens het vervoeren van tweeduizend kilo hasj op Frans grondgebied. Hoe de Franse douane daarvan lucht kreeg, anders dan via het Nederlandse aanhoudingsverzoek - rechter Guissart heeft geen flauw idee.

Hij weet wel - 'het is evident' - dat hij te weinig in zijn dossiers heeft om de vier voor de rechter te kunnen brengen. Want 90 procent van het materiaal bevindt zich op het parket in Haarlem. En z'n mannetjes zijn nogal zwijgzaam.

Driehonderd kilometer naar het noorden, in Haarlem, ontlokt de opmerking van rechter Guissart over Nederlandse vormfouten aan voorlichtster Tine Zwiers een holle lach. 'Wij hebben alle wegen bewandeld. Via Interpol de Franse politie gewaarschuwd, precies volgens Schengen. En ten overvloede ook nog langs de traditionele diplomatieke weg.'

In Haarlem denkt geen mens aan overdracht van de dossiers aan rechter Guissart. Tine Zwiers: 'De zaak is in Nederland zo goed als afgerond. De Franse rechter heeft laten weten de zaak te willen overnemen. Ik weet niet waarom. Lijkt mij moeilijk, zonder dossiers. Wij gaan natuurlijk geen dossiers geven over lopende zaken. Waar de namen van andere verdachten in staan, waarover wellicht nog beroepszaken gaan spelen. Die houd je natuurlijk in eigen beheer.'

En zo is tussen Frankrijk en Nederland een pijnlijke patstelling ontstaan. Rechter Guissart kan niet verder met zijn onderzoek, omdat hij geen dossiers krijgt. 'Ik heb de Nederlanders wél steeds geholpen, met stukken, ze zijn hier geweest om de verdachten te horen. Maar ik krijg niks retour, dat is wel bitter.' En Nederland kan al helemaal niet verder, omdat het geen verdachten heeft.

Het wachten is op de beslissing van minister van Justitie Guigou. Mocht ze tot uitlevering overgaan, dan krijgt Arie in Nederland hooguit twee jaar. De zwaarste straf die in Nederland ooit voor smokkel van softdrugs werd uitgedeeld, was voor de Hakkelaar. Die kreeg zes jaar.

Maar de Franse minister kan ook heel goed nee zeggen tegen uitlevering. De procureur heeft negatief geadviseerd. 'Import, opslag en vervoer van verdovende middelen in een georganiseerde bende, smokkel van verboden handelswaar.' Daarvoor staat op z'n slechtst dertig jaar, zegt de advocate van Arie S. Dertig jaar, in een Franse cel.

Martin Sommer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden