Zucht naar avontuur

Steeds meer vakantiegangers trekken erop uit met een kampeerauto. Vergelijk hen niet met andere kampeerders. Camperaars voelen zich avonturiers, wier territorium enkel wordt begrensd door de overheid en onveiligheid....

Ze zijn overal: naast de kerk van een verlaten dorp, eindeloos voor je bumper op een tweebaansweg, langs alle kusten, op tv tijdens de Tour de France, midden in de stad en op plekken waarvan je dacht dat niemand anders ze kon vinden. Het Centraal Bureau voor de Statistiek telde in januari 18.343 Nederlandse campers. De Nederlandse Kampeerauto Club (NKC) heeft het over 35 duizend exemplaren, maar dat is inclusief auto's van handelaren, dealers en verhuurders. 'Ik kan de campers niet meer aanslepen', zei een verkoper uit Breda onlangs tegen Rinie Schunselaar, voorzitter van de NKC.

Zij kijkt daar nauwelijks van op, haar vereniging telt niet zomaar 10.600 leden. Europa's grootste kampeerautoclub groeit en groeit; elke maand komen er honderd leden bij. Logisch: 'Het ware reizen met een kampeerauto is toch het ultieme gevoel van vrijheid', zegt Schunselaar. 'Als ik naar Eindhoven wil, maakt het niet uit of ik linksaf ga of rechtsaf. Uiteindelijk kom ik daar wel terecht.' Jawel, dat geldt ook voor kampeerders met een tent of caravan. Toch is er een essentieel verschil: 'Wij blijven een paar dagen en trekken dan verder.'

Vergelijk een 'camperaar' niet met een eigenaar van een caravan. Schunselaar: 'Met een camper rijd je rond. Ik stap 's morgens in en bedenk wat voor levensmiddelen ik die dag nodig heb. We doen de inkopen onderweg.' Wat iets heel anders is dan naar de campingwinkel sjokken voor een stokbrood. Het onderscheid zit hem in de zucht naar avontuur, vindt ze. 'Mensen met een caravan verkennen de omgeving vanaf de camping. Wij gaan meteen naar een volgende plek.' Daar moet je een type voor zijn. De 51-jarige Schunselaar heeft het gewoonlijk na drie dagen wel gezien. 'Als je het avontuurlijke, die vrijheid, het zelfstandig beslissen in je hebt, lukt het met een camper, anders niet.'

De NKC werd in 1976 opgericht door een clubje pioniers. Kees Pilaar (nu 71) had eerder tijdens een door de ANWB georganiseerde bijeenkomst voorgesteld 'de boel te verstevigen en contact met elkaar te onderhouden'. Hij werd meteen tot voorzitter gebombardeerd. Destijds was het heel gewoon om een busje tot kampeerauto te verbouwen. 'Het zijn tegenwoordig allemaal dure campers, je kunt eigenlijk niet meer over kampeerauto's praten. Wij wilden een vereniging van zelfbouwers die ervaringen uitwisselden. Daarnaast organiseerden we gezellige ontmoetingen. Nu is het te massaal geworden.' De oud-voorzitter is nog steeds lid en gaat in september naar het 25-jarig jubileum in Wijk en Aalburg. Zijn huidige auto, een in drie jaar tijd verbouwde Peugeot, heeft hij zeven jaar. Pilaar moet er niet aan denken in een fabriekswagen te rijden. 'Ik houd het liever een beetje primitief.'

Nieuwe campers kosten tussen de een en tweeënhalve ton. Vaak hebben die een vast bed, een garage voor de fietsen, zonnepanelen, een douche: alles is verkrijgbaar. Tweedehands zijn ze er vanaf 40 duizend gulden. Je bent gemiddeld drie dagen helemaal selfsupporting. Daarna is vers drinkwater nodig en moeten de vuilwatertank en het toilet worden geleegd. Niets dat het grote, vrije kamperen dan nog in de weg staat; op naar die afgelegen rotspunt met uitzicht op zee.

'Dat zie je alleen op foto's', zegt Schunselaar. 'Ja, ook wel in het echt, maar meestal zijn die wagens niet alleen. Wij camperaars vinden het helemaal niet erg als er iemand anders staat. Je zet je camper zo neer dat je beiden kunt genieten van het uitzicht.' Alleen is leuker, maar daarvoor is het volgens Schunselaar te gevaarlijk in de wereld. Het komt aan op intuïtie en gezond verstand. 'Als ik maar even het gevoel heb dat het niet veilig is, blijf ik niet. Ik zorg altijd dat ik met de deur bij een lantaarnpaal sta, mensen die aan een auto willen rommelen, doen dat niet in het licht. Ik parkeer de camper niet met de neus in de bosjes, als er iets is wil ik meteen kunnen wegrijden. En ik zet hem nooit tussen twee vrachtwagens, want dan ben je onzichtbaar.' 's Nachts blijven alle raampjes gesloten (er zijn bendes die gas naar binnen spuiten en vervolgens de auto leegroven) en ze vermijdt achterafplekken.

De NKC-voorzitter verdeelt de bezitters van een kampeerauto in drie categorieën: een groep die altijd vrij staat, een groep die alleen op campings overnacht en de (vermoedelijk grootste) groep die het afwisselt.

Wildkamperen is in de meeste Europese landen niet eenvoudig: elke gemeente, provincie of landstreek kent eigen regels. In principe mag je overal staan, als daarvoor toestemming is verkregen van de eigenaar of beheerder van de grond. Restauranthouders tolereren soms campers op hun parkeerterrein, mits de eigenaar bij hen heeft gegeten. Op internet wemelt het van de tips voor goede overnachtingsplaatsen.

In Nederland, in Schunselaars ogen het camper-onvriendelijkste Europese land, is wildkamperen verboden. De Wet op de Openluchtrecreatie (1994) bepaalt dat je de kampeerwagen best ergens kunt neerzetten om de hele nacht te klaverjassen, maar erin slapen mag niet. Tenzij de gemeente anders beslist. Daarom lobbyt de NKC voor zogenoemde gereguleerde overnachtingsplaatsen (GOP's), toegewezen plekken voor kampeerauto's. Ongeveer dertig gemeenten hebben zich tot nu toe laten overtuigen.

De club probeert de overheden uit te leggen wat reizen met een kampeerauto zo anders maakt en stelt economische voordelen in het vooruitzicht: een camperaar wil ook weleens uiteten, moet tanken en melk kopen. Schunselaar: 'Soms zeggen ze: we hebben voldoende campings, daar kunnen jullie heen. Maar na de herfstvakantie zijn de meeste campings gesloten. Vooral in de wintermaanden maken wij korte trips, zo'n dure kampeerauto moet je het hele jaar gebruiken. Dus zeg ik: dan staan we bij jullie op het marktplein.' Een GOP is ongetwijfeld goedkoper dan een camping. Schunselaar: 'Dat is het niet. Het is de vrijheid. Als ik 's avonds aan kom, is de poort van de camping vaak al gesloten.'

De vrijheid staat niet voor iedereen bovenaan: soms overheerst de liefde voor het klussen en het verenigingsleven heeft ook z'n charmes. Ad Ros (71), NKC-lid van het eerste uur en secretaris van de regio Zuid-West, heeft net zijn vijfde kampeerauto vertimmerd. In oktober vorig jaar kocht Ros een twintig jaar oude Renault Traffic en in mei ging hij er met zijn 68-jarige vrouw Riet mee op vakantie. Van het verbouwen, dat hij deed voor de deur van hun huis in Woudrichem, viel hij vijf kilo af. Achterop het witte busje prijkt een roodgerand, driehoekig 'verkeersbord' met daarin een slak. Ad Ros: 'Hij haalt maximaal 100 tot 110 kilometer per uur, maar ik rijd nooit harder dan 90. Ik ben tenslotte op vakantie.' De ruimte is beperkt; vooral het bed, dat overdag bestaat uit twee bankjes en een tafel, is kort. 'Deze is kleiner dan de vorige en ik heb geen toiletruimte. Maar ja, we rijden weer', zegt Riet Ros. De hele operatie kostte twintigduizend gulden. Het echtpaar kan zich niet heel veel permitteren, maar al winnen ze morgen de staatsloterij, dan nog zouden ze hooguit een leuk, klein fabrieks-Hymertje kopen. 'Er zijn ook mensen die zeggen: luister eens, ik heb een camper van anderhalve ton, het is beneden mijn stand om vrij te staan.'

Ad en Riet Ros noemen zichzelf echte verenigingsmensen en waarderen de evenementen die de NKC organiseert. Van een jeu de boules-weekeinde in Hellevoetsluis tot een paar dagen naar het bloemencorso in Zundert. En niet te vergeten de buitenlandse reizen naar landen als Marokko, Polen en Noorwegen. Ros is ook reisbegeleider. In de winter stippelt hij een route uit. Ze gaan elk jaar voor een week of vijf met hetzelfde groepje, allemaal leeftijdsgenoten, zo'n zes wagens. Ros: 'We hebben een systeem. We rijden twee aan twee, dan is er altijd iemand die op hulp uit kan. Verder is iedereen vrij, ze kunnen zonder problemen van de route afwijken. Als ze maar zorgen dat ze om vijf uur op de plaats van bestemming zijn, we spreken altijd af op de eerste parkeerplaats na het plaatsnaambord. Dan gaan Riet en ik een plekje zoeken, dat lukt meestal in vijf of tien minuten.' Riet Ros: 'Als je het eerst maar even vraagt aan de omwonenden.' Ze staan drie nachten vrij en overnachten de vierde dag op een camping, zodat iedereen kan wassen en douchen.

Bang zijn ze niet, hoewel ze niet meer zo snel alleen zouden gaan staan, zeker niet lukraak in een bos. Vroeger kon dat, maar de criminaliteit is volgens hen toegenomen. Al hebben ze zelf nooit iets meegemaakt. Ja, een keer stonden ze in Duitsland op een parkeerterrein van een discotheek. 's Avonds, ze zaten nog buiten, arriveerden ineens de bezoekers, die allemaal heel vriendelijk hallo zeiden. Ze zijn gewoon blijven staan, het was een beetje rumoerig, maar dat gaf niks.

Uiteraard is er veel veranderd sinds de tijd dat zij met hun eerste auto reden. Al na een jaar of vijf zag je meer koop- dan zelfbouwwagens, en nu bieden eigenaars vaak tegen elkaar op. Maar nog steeds vinden veel leden het leuker iets samen te doen. 'De meeste camperaars zijn individualisten die daarnaast graag gezelschap hebben', zegt Ad Ros. Zijn vrouw: 'Het gevoel is bij mij altijd hetzelfde gebleven. Daarvoor hoef je maar in de camper te gaan zitten: alles is vrijheid, blijheid.'

Maar als de veiligheid in het geding lijkt te komen, blijft het tobben met die vrijheid. Rinie Schunselaar kwam twee jaar geleden tegen vijven bij een Frans stuwmeer aan. Er stonden nog meer campers. Nadat eerst de dagrecreanten waren weggegaan, vertrokken ook een voor een die campers. 'Dan weet ik dat ik niet moet blijven. Die anderen zullen wel een reden hebben om weg te gaan. We hadden al gegeten en een glaasje wijn gedronken, maar als alle kampeerauto's vertrekken, moet ik niet eigenwijs zijn en blijven staan. Misschien heb ik ongelijk, maar ik wil dan mijn intuïtie volgen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden