Zoveel overspel en dubbelspel

In de schitterende film C arrington (1995) herleefde Lytton Strachey haast onvergetelijk; Jonathan Pryce gaf hem gestalte. Maar hij was toch de tweede persoon naast Dora Carrington, de schilderes, gespeeld door Emma Thompson....

schieten. Haar eerste zelfmoordpoging deed zij een dag voor zijn overlijden. Ingewikkelde verhoudingen had Strachey in zijn leven niet geschuwd, de laatste was de meest gecompliceerde; Carrington was getrouwd met Ralph Partridge; Strachey onderhield zowel met hem als haar relaties. Intussen had hij nog andere verbintenissen, waarvan er een, de laatste heftige uit zijn leven, van sado-masochistische aard was.

Men kan van herleven spreken; het laatst kreeg hij gestalte in zijn in 1967 gepubliceerde tweedelige biografie, een meesterwerk van Michael Holroyd. (De film heeft er zeer veel materiaal aan ontleend.) Holroyd werkte er zeven jaar aan; Strachey had alleen al duizenden brieven nagelaten. De biografie was er ten dele ook een van de Bloomsbury-Group; de leden daarvan vormden de kleine groep waarin Strachey vanaf zijn studententijd in Cambridge leefde, in wederzijdse bewondering voor elkaar, wederzijds venijn, wederzijdse homoen heteroliefde en in een epistolaire openhartigheid die zeldzaam moet zijn. Hij werd misschien te gemakkelijk als een genie gezien. Het genie van Virginia Woolf zag hij zelf echter, als een van de eersten, meteen heel scherp. Een aantal van de groep heeft Holroyd nog kunnen interviewen, waarbij de onderlinge openhartigheid nu naar de biograaf was g e r i ch t .

Strachey heeft zijn hele leven gelezen en geschreven; zoiets gewoons als een baan had hij niet - alle overige leden van de groep trouwens evenmin. Hij had een parasitaire kant: hij liet zich door bewonderaars graag verwennen, vanaf zijn vroege jaren, want zijn faam was snel gevestigd. (Het verschijnsel van de geestrijke schrijver als geregelde gast bij de adel - een soort hogere huisknecht - was in Engeland niet ongewoon.) Hij was een snob die de belangrijkste eigenschap van zijn soort had: anderen tot snobisme verleiden, ten eigen bate. Aan zijn faam danken wij de biografie van Holroyd en nu, derde herleving, de uitgave van een selectie van zijn brieven. Hij schreef maar drie boeken, die ook nog weinig omvangrijk waren. Twee ervan, Eminent Victorians, een uitstekend boek met vier portretten, en de biografie Queen Victoria, waren revolutionair van karakter, door de visie, die ontheiligend, want realistisch was. Het beeld van de Victoriaanse tijd - zijn leven en dat van de groep was een afrekening met die tijd - werd door hem gewijzigd. Definitief. Het portret van kardinaal Manning, in Eminent Victorians, is zonder meer superieur.

Strachey was volgens zijn tijdgenoten lelijk. Hij zag er, als ik op de foto's afga, eerder uit als een karikatuur van een excentriek. Hij had een ongemeen scherpe tong, die op hekeling en vooral op roddel was gericht. Hij was homoseksueel en dat met grote ijver, die een lichte neiging tot biseksualiteit niet onderdrukte. Hij heeft de heel jonge Virginia Woolf, toen nog Virginia Stephen, ten huwelijk gevraagd, zij weigerde of hij trok zich op het laatst terug, dat is niet duidelijk. Veel van zijn vrienden waren ook homo - er waren wisselende contacten.

In de eerste helft van het nu verschenen The Letters of Lytton Strachey is Strachey in het dagelijks leven zo geslachtsgericht, wordt er zoveel overspel en dubbelspel gespeeld, zijn woorden als erection en copulation zo talrijk, dat men ten slotte onschuldige woorden verkeerd gaat lezen: Guy's Hospital las ik als Gay's Hospital. Hij houdt de vrienden op de hoogte van zijn seksualiteit en lectuur. Ik moet bekennen het tweede onderwerp heel wat boeiender te vinden. Strachey had een feilloze literaire smaak, in de oudere literatuur en in de jongste: hij moet een van de eersten zijn geweest die Katherine Mansfield bewonderden; voor de vroege poëzie van Eliot geldt hetzelfde.

De schrijversnaam die het meest voorkomt is Voltaire. Hij bewonderde hem zo mateloos, dat de Fransman zijn ideaal geweest moet zijn. Maar de scherpte van Strachey brengt niet gedachten mee als bij Voltaire. Stracheys scherpte is alleen spot en hekeling, het mes snijdt maar aan één kant, Er worden vele gemene meningen maar geen ideeën zichtbaar. Ook de evenzeer bewonderde Saint-Simon kan zijn tenslotte vaak oppervlakkige geest nauwelijks vormen De meeste brieven zijn geschreven aan Leonard Woolf - die jaren in India zit - en Carrington. De rest van de corde respondentie blijft nagenoeg beperkt tot één kring, en die is voornamelijk de Bloomsbury-Group. Op den duur worden die rondcirkelende brieven irritant. Een buitenwereld lijkt nauwelijks te bestaan.

De Eerste Wereldoorlog blijft beperkt tot verslagen over Stracheys - geslaagde - dienstweigering. De politieke, sociale, culturele geschiedenis van Engeland blijft nagenoeg onzichtbaar; alleen de persoonlijke geschiedenissen lijken belangrijk. Met die bepertkheid doet Strachey zijn schrijfvermogens tekort. Dat blijkt uit de 'afwijkende' brieven, zoals een werkelijk uitnemende brief die hij in juli 1929 uit Amsterdam schrijft (hij logeert natuurlijk in l'Europe) met heel mooie observaties van Den Haag, Leiden en Amsterdam zelf. Hij is hier niet geestig (wat hij tot vermoeiends toe is), maar geestrijk, als in zijn boeken.

Zijn grootste charme is dat hij weigert zich aan te passen - daar had hij ook de middelen voor - en dat hij een dwarsligger blijft. Als zijn Queen Victoria bij verschijnen in 1921 alom prijzend wordt ontvangen en hij wordt omhelsd door critici en bladen die hij veracht, wordt hij ongerust over zichzelf. Hij zal het toch nog scherper moeten doen. Het gemeengoed onder boeken en mensen dient te worden afgestraft.

Strachey heeft in alle opzichten het karakter van een enig kind, toch was hij de jongste van elf. De familierelaties blijven sterk, met zijn moeder, een zus en zijn broer James (die bij Freud in analyse ging). De banden met de vrienden zijn niet minder sterk, alle onheusheid en overspel ten spijt. Maar de vergevingsgezindheid is groot. De allergrootste van het gezelschap waren natuurlijk de econoom Maynard Keynes en Virginia Woolf. Aan haar schrijft Strachey vaak gewoon lieve brieven. Alle anderen, Strachey zelf ook, zijn geschiedenis geworden, hun boeken zijn vergeten, hun beeldende kunst is innemende modernistische folklore. Strachey is dan nog onuitstaanbaar, wat hem langer in het geheugen houdt.

De uitgave is een uitvoerige selectie, gemaakt en werkelijk voortreffelijk geannoteerd door Paul Levy, die eerder boeken over Strachey en de filosoof Moore (ook een van de kring) publiceerde. Hij is daarbij een groot schrijver over eten en drinken. Hij moet, denk ik, vele malen die graatmagere Strachey de wellust van een overladen tafel hebben gegund .

Hij heeft jaren aan dit brievenboek gewerkt. Ik bewonder zijn uithoudingsvermogen. Want alle roddel maakt ten slotte radeloos. Ruim zeshonderd pagina's aan gemene of briljante oppervlakkigheden is voor elke lezer te veel, tenzij hij de adder in zich steeds wil blijven koesteren als Strachey.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden