Zout

Iedereen gelooft in zout als wondermiddel tegen gladheid (Binnenland, 9 januari). Dus smijt de wegbeheerder onoordeelkundig met zout. Hooguit 20 procent van het gestrooide zout heeft nut, de rest werkt gladheid juist in de hand....

Ton Versteegh en Ede fysicus

Door de bodemwarmte is het wegdek warmer dan de omgeving. Gevolg: dik berijpte bermen maar droge wegen. Tot 17 december heeft dag in dag uit strooien alleen maar tot natte smerige wegen (zout trekt vocht aan), zoutverspilling, milieuvervuiling en nodeloze kosten geleid.

Te vroeg strooien bij sneeuwval veroorzaakt nog grotere problemen. Een proefje maakt dat duidelijk: steek een thermometer in een pan smeltende sneeuw. Meng er een schep zout door. Slechts een klein beetje sneeuw smelt en de temperatuur daalt van 0 naar ruim -15 graden Celsius. Meer zout helpt niets! De rest van de sneeuw wordt keihard. Ook de weg wordt dus -15 graden. Gevolg: sneeuw die niet meer wil smelten, kapotgevroren zoab, ijsplaten en levensgevaarlijke gladheid wanneer het zout is weggespoeld en smeltwater of regen op de ijskoude weg bevriezen.

De wegdektemperatuur bepaalt hoeveel centimeter sneeuw kan smelten met strooizout. Valt er meer, dan mag je alleen maar schuiven. Dat moet wel secuurder dan nu.

Strooi pas zout als er minder ligt dan je kunt wegsmelten. Smelt je de eerste centimeters, dan krijg je genoemde problemen. Als je de laatste centimeters wegsmelt, krijg je een schone weg. Meer strooien is niet nodig, de weg wordt vanzelf droog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden