'Zou ik in het verzet zijn gegaan, of naar het oostfront?'

'Als er een biografie over je verschijnt dan ben je dood', zo luidde in 1986 het licht panische verweer van D66-politicus Hans van Mierlo. Maar nu is hij dood en is er geen biografie, slechts een ruimschoots onvoltooide autobiografie, Het kind en ik. Het boek werd donderdag door uitgeverij De Bezige Bij gepresenteerd.


Van Mierlo verzette zich destijds uit alle macht tegen de dreiging van een over hem te verschijnen levensverhaal. Hij beijverde zich dat alle levende bronnen de potentiële biograaf Ben Rogmans niet te woord zouden staan. Toen Hans van Mierlo, een bon vivant in de politiek verscheen, was Van Mierlo's opzet gelukt. Het boek werd geen onthullend werk over een van de boeiendste persoonlijkheden in de Nederlandse politiek. Het was gebaseerd op de knipselmap en vormde zo niet meer dan een handzaam naslagwerk voor wie eens iets over Van Mierlo wilde weten.


Achteraf was de hartekreet van Van Mierlo nog zo gek niet. Als zijn leven in 1986 was geboekstaafd, moest zijn huzarenstukje nog worden geleverd: het verstoten van de eeuwig regerende christen-democraten uit het hart van de politiek en de daaruit voortvloeiende creatie van het eerste paarse kabinet.


Er daalt een schrijnend besef in na het lezen van de tachtig pagina's Het kind en ik, hoe het boek had kunnen zijn. Als er een ding duidelijk is, het zouden geen plichtmatige memoires zijn geworden. Van Mierlo zou hebben laten zien hoe goedwerkende chemie tussen politici, maar ook het ontbreken ervan, het verschil maakt en de loop van de geschiedenis beïnvloedt.


Het meeslepende verhaal over het ontstaan van zijn Gideonsbende D66 en het paarse kabinet ontbreekt. En hoe premier Lubbers, die verknocht was aan Van Mierlo, de D66'er vroeg toe te treden tot het CDA/VVD-kabinet, wat hij niet deed. Van Mierlo was van mening dat niet alleen het voorgenomen beleid van belang was, maar zeker zo belangrijk was de vraag met welk been de minister die ochtend uit zijn bed was gestapt. Of hij ruzie had met zijn vrouw of niet.


Verder dan zijn jongste jeugd is Van Mierlo niet gekomen. In een mooi geschreven schets van zijn Brabantse biotoop wordt duidelijk hoe belangrijk de oorlog voor Van Mierlo was. Vandaaruit gezien is het ook niet vreemd dat hij later minister van Defensie (1981-1982) zou worden en minister van Buitenlandse Zaken (1994-1998). De Tweede Wereldoorlog brak uit toen Van Mierlo 9 jaar oud was. 'Alles was een beetje angstig', schrijft hij. Op de derde oorlogsdag vluchtte het gezin uit Breda voor de oprukkende Duitsers. Maar niet dan nadat in een badkuip in de tuin waardevolle bezittingen waren begraven en Toon van Mierlo, zijn vader, de beste flessen wijn stuksloeg op de rand van het toilet: 'Zo, die zullen ze niet zuipen!' Hans van Mierlo trok met het ouderlijke gezin twee keer door het smeulende Rotterdam en vluchtte de auto uit een greppel in toen drie vliegtuigen opdoken. Van Mierlo vertrouwde als 77-jarige het papier toe nog steeds iedere dag aan de oorlog te denken.


Zijn weduwe Connie Palmen leidt het boek in. Ze leerde hem kennen meteen nadat hij in 1998 de politiek had verlaten, en vat hem samen als: 'Een overgevoelig, aanhankelijk, dromerig, verlegen, onzeker, bang, solipsistisch jongetje met een hang naar het absolute, in het 1,89 m grote lichaam van een man van 68.'


Dat voorwoord doet verlangen naar Palmens roman over Hans van Mierlo, die in november verschijnt. De erven van Van Mierlo hebben nog geen beslissing genomen of de archieven van Van Mierlo worden opengesteld voor een biograaf en wie dat dan zou moeten zijn.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden