Column

Zou het niet mooi zijn als eerlijkheid de norm wordt

Commentatoren proberen Hillary Clintons voorsprong in de opiniepeilingen van de hand te wijzen door te onderstrepen dat zij zwaar zou verliezen als de Republikeinse partij iemand anders had genomineerd. Dat zullen we natuurlijk nooit weten. Maar we weten wel dat geen enkele rivaal van Donald Trump enige gelijkenis vertoonde met hun denkbeeldige kandidaat: een verstandige, gematigde conservatief met goede ideeën.

Democratische Presidentskandidaat Hillary Clinton Beeld ap

Laten we niet vergeten dat bijvoorbeeld Marco Rubio steeds maar weer herhaalde dat president Obama bewust Amerika aan het ondermijnen was. Dat was niet zo heel veel verschillend van de bewering van Donald Trump dat Obama IS heeft opgericht.

En laten we ook niet vergeten dat Jeb Bush, de ultieme kandidaat van de gevestigde orde, zijn campagne begon met de idiote bewering dat zijn beleid de economische groei van Amerika zou verdubbelen.

Dit brengt mij tot mijn eigenlijke onderwerp: de economische visie van Clinton, die zij vorige week ontvouwde. Het is erg centrum-links: geleidelijke, maar stevige verhogingen in de hogere belastingtarieven, verder reguleren van de financiële sector, versterking van de sociale zekerheid.

Het is ook een visie zonder grote woorden. In tegenstelling tot bijna iedereen in het Republikeinse kamp rechtvaardigt zij haar voorstellen niet met beweringen dat die een enorme versnelling van de Amerikaanse economie teweeg zullen brengen. Dus luidt mijn vraag: is de economische agenda van Clinton te bescheiden? Moet het versnellen van de economische groei van de VS meer prioriteit krijgen?

Want hoewel de VS de financiële crisis van 2007 tot 2009 redelijk te boven is gekomen, ziet de economische groei er op de langere termijn zeer teleurstellend uit. Gedeeltelijk komt dit door demografische ontwikkelingen, doordat de babyboomers met pensioen gaan en de bevolkingsgroei bij de werkenden afneemt. Maar er is ook een daling in de arbeidsparticipatie in de leeftijdsgroep tussen 25 en 54 jaar en een scherpe daling in productiviteitsgroei. Het resultaat is, volgens het bureau begrotingen van het Congres, dat het groeipotentieel van 3,5 procent in de late jaren negentig is gedaald tot rond de 1,5 procent nu. En sommige mensen die ik respecteer vinden dat het verhogen van het groeipotentieel een belangrijk beleidsdoel zou moeten zijn.

Maar toen ik erover nadacht, ging het beroemde Gebed om Kalmte van Reinhold Niebuhr door mijn hoofd: 'Schenk mij de kalmte te aanvaarden wat ik niet kan veranderen, de moed om te veranderen wat ik kan veranderen en de wijsheid om het verschil te zien'.

Want weten we eigenlijk wel wat we moeten doen als het gaat om economisch beleid? We weten hoe we gezondheidszorg aan iedereen moeten verschaffen; wat de meeste ontwikkelde landen doen. We weten hoe we AOW moeten verstrekken. We weten veel over de manier waarop we de inkomens van de laagbetaalden kunnen opvijzelen. Ik zou kunnen betogen dat we weten hoe we financiële crises en recessies zouden kunnen bestrijden, maar een politieke patstelling en een obsessie met de staatsschuld staan het toepassen van die kennis in de weg.

Maar wat kunnen we doen om de lange-termijngroei te versnellen? Tussen 1970 en 2000 was het groeipotentieel stabiel; Ronald Reagan noch Bill Clinton maakten enig merkbaar verschil. De klad kwam erin onder George W. Bush en hield aan onder Obama. Deze geschiedenis wijst erop dat het moeilijk is deze trend te doorbreken.

Ik zeg niet dat we het niet zouden moeten proberen. Ik zou met name willen pleiten om flink forser te investeren in infrastructuur dan Clinton van plan is, en meer te lenen om dat te bekostigen. Dit zou de groei kunnen aanjagen. Maar het zou onverstandig zijn om erop te rekenen.

Intussen geloof ik dat te weinig mensen waardering hebben voor de moed die het vergt om je te beperken tot de dingen waarvan we weten hoe we ze moeten aanpakken, in plaats van opgewekte praatjes over wonderbaarlijke groei. Wanneer conservatieven fantastische groei beloven, willen ze niet toegeven hoe hard ze moeten snijden in populaire collectieve voorzieningen om de belastingverlagingen te kunnen financieren.

Dus is het behoorlijk moedig om te zeggen: 'Dit zijn de dingen die ik wil doen, en dit is hoe ik daarvoor wil betalen. Het spijt me, maar sommigen van jullie zullen meer belasting moeten betalen.' Zou het niet mooi zijn als deze manier van politieke eerlijkheid de norm zou worden?

Paul Krugman is columnist van The New York Times. © NYT

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.