Beschouwing Dramatische bijwerkingen

Zou deze moeder haar kinderen ook gedood hebben zonder antidepressivum Seroxat?

Beeld Getty Images

Aurélie doodde haar kinderen van 6 en 8. Ze slikte Seroxat, een medicijn tegen depressies, waarvan steeds duidelijker wordt dat het kan leiden tot geweldsuitbarstingen. Vlak voor het hoger beroep in haar zaak vertellen haar ouders hun verhaal.

De ouders van Aurélie hebben nog altijd haar eerste gevangenispasje met daarop haar foto: het strakke gezicht, de wilde blik in haar ogen, de mondhoeken naar beneden, ze herkennen haar nauwelijks. Het was vijf dagen nadat het was gebeurd.

Vol ongeloof denkt haar moeder terug aan die stralende herfstdag in oktober 2013, het moment waarop ze naar het huis van haar dochter fietst, met in haar tas het fotoboek dat ze van hun gezamenlijke vakantie heeft laten maken. Ze is later dan anders. Die ochtend heeft ze bedacht dat ze Aurélie even rust moet gunnen, misschien kan ze nog wat slapen. Als ze de straat inrijdt, ziet ze de roodwitte linten. En de politieauto’s.

In een openstaande ziekenwagen ligt haar dochter, onder het bloed. Ze schreeuwt haar naam maar Aurélie reageert niet. Een agent vraagt haar om te vertrekken. ‘Ja, maar dit is mijn dóchter’, roept ze, ‘en waar zijn de kinderen eigenlijk?’

‘Komt u maar even mee’, zegt de agent. In de politiewagen hoort ze dat agenten even daarvoor de voordeur met een stormram hebben geopend en Aurélie op de bank hebben aangetroffen, met snijwonden in haar arm. De gordijnen waren dicht. Pas daarna vonden ze de kinderen.

Rosa, 6 jaar oud, lag op de grond, naast de My Little Pony waarmee ze nog had gespeeld. Ze was bedekt met een dekentje, haar hals was dichtgeplakt met pleisters. Lucas, een ernstig gehandicapt jongetje van 8, lag in zijn bed, zijn ogen dicht. Hij sliep nog toen zijn moeder naar hem toe kwam. Aurélie heeft de kinderen omgebracht met een mes. Eerst Rosa, vervolgens Lucas. Daarna heeft ze geprobeerd zichzelf van het leven te beroven.

De moeder van Aurélie begint te schreeuwen. Dat het niet waar is, dat het niet kán. ‘Het was doodstil op straat’, zegt ze terugblikkend. ‘Het leek alsof niemand meer bewoog.’

Extreme agressie

De zaak van de jonge Apeldoornse moeder is een van de honderden dramatische verhalen die de afgelopen jaren wereldwijd tot geruchtmakende rechtszaken hebben geleid: mannen en vrouwen die op een vreselijke manier hun ouders, kinderen, grootouders, of vrienden ombrachten, en daarna soms zichzelf, in een geweldsuitbarsting die niet bij hen paste. Met in elk geval één overeenkomst: allemaal gebruikten ze een bepaald type antidepressivum, een zogeheten ssri. Medicijnen die levensreddend kunnen zijn als ze de inktzwarte wolken in het hoofd verdrijven, maar die heel soms onverwachte, extreme agressie kunnen oproepen. Dat gebeurt vooral in de beginperiode of bij onregelmatig gebruik, als de dosis in het bloed schommelt. In de Verenigde Staten staan de zaken bekend als The Prozac Killings: Prozac was dertig jaar geleden de eerste ssri op de markt en werd al snel wereldwijd populair.

Dat is de reden waarom Leo en Atie, de ouders van Aurélie, hun verhaal willen doen. Want ook hun dochter slikte een ssri: paroxetine, dat bekendstaat onder de merknaam Seroxat. Ze gebruikte dat middel onregelmatig, zo bleek later uit de aflevergegevens van de apotheek. De vraag die de rechters moeten zien te beantwoorden is deze: heeft ze haar gruwelijke daad gepleegd onder invloed van dat medicijn of was ze op die duistere ochtend waarop ze haar kinderen doodde ten prooi gevallen aan haar depressie? Drie jaar geleden werd ze door de rechtbank veroordeeld voor moord, tot 9 jaar cel en tbs. Een mogelijke rol van de antidepressiva werd door de rechter indertijd terzijde geschoven.

Aankomende week dient het hoger beroep. Voor haar ouders is het cruciaal dat de verdenking van moord, met voorbedachten rade, verdwijnt. Ze hopen dat de rechter erkent dat hun dochter onder invloed van de antidepressiva buiten zichzelf is geraakt. ‘Wat bezielde mij?’, dat is wat ze zichzelf tijdens elk verhoor bleef afvragen, vertelt haar vader. ‘Aurélie heeft haar kinderen omgebracht’, zegt hij. ‘We weten dat daar een bestraffing bij hoort. Maar moord? Nee.’

Terughoudende rechters

Wetenschappers zijn er inmiddels van overtuigd: tussen antidepressiva en agressie kán een relatie bestaan. De afgelopen jaren hebben rechters in de Verenigde StatenCanada en Australië in tal van zaken uitgesproken dat de pillen op zijn minst een rol moeten hebben gespeeld bij het delict. Verdachten zijn vrijgesproken of milder gestraft. Nabestaanden van slachtoffers van Prozac-moorden en -zelfmoorden hebben van farmaceuten miljoenen euro’s schadevergoeding gekregen.

In Nederland zijn rechters terughoudend, net als elders in Europa. In de ruim tien rechtszaken die hier de afgelopen tien jaar zijn gevoerd, heeft de rechtbank slechts in één zaak een kleine rol aan de antidepressiva toegekend, maar daar in het vonnis geen rekening mee gehouden. Rechters twijfelen: bewijs maar eens dat het de pillen waren die op het moment van het delict invloed hadden. In Groot-Brittannië speelden antidepressiva de afgelopen 30 jaar een rol in 28 moordzaken, zo blijkt volgens de BBC uit cijfers van de Britse inspectie. Bij de Nederlandse Inspectie voor de Gezondheidszorg zijn volgens een woordvoerder geen meldingen bekend.

Farmaceuten van antidepressiva zijn in Nederland tot voor kort nog nooit aangeklaagd. Maar het tij begint voorzichtig te keren, en die beweging wordt opmerkelijk genoeg ingezet door de gebruikers zelf. Eind deze maand dient de stichting SeroxatClaim namens tientallen gedupeerden een collectieve claim in tegen farmaceut GlaxoSmithKline, die zij verantwoordelijk houden voor de schade die zij in hun leven door Seroxat hebben opgelopen. Agressie, zelfmoordpogingen, psychische klachten, geknakte carrières, de honderden verhalen die bij de stichting zijn binnengekomen zijn bedroevend eensluidend. Vorig jaar gebruikten 154 duizend Nederlanders Seroxat, zo blijkt uit cijfers van de Stichting Farmaceutische Kengetallen. Daarmee is het in Nederland een van de meest voorgeschreven ssri’s.

Vergaande gevolgen

De stichting werd opgericht na een verrassende uitspraak van de Utrechtse rechtbank, in mei 2018. De rechter gaf daarin een patiënt gelijk die GSK, de fabrikant van Seroxat, had aangeklaagd. De zaak draaide om de 33-jarige Gerard Eggebeen die als puber Seroxat kreeg voorgeschreven. Hij was 12 toen zijn vader voor zijn ogen overleed aan een hartstilstand en zijn rouw werd door zijn huisarts aangezien voor een depressie. Het ‘wonderpilletje’ dat hij kreeg voorgeschreven, had vergaande gevolgen, vertelt hij. ‘Ik zat in een soort horrorfilm die niet meer stopte. Gebruikelijke puberale onzekerheid werd doodsangst, gebruikelijke puberale prikkelbaarheid werd blinde woede, soms moordlust. De angst voor alles en iedereen, de paranoia, had me ervan overtuigd dat enkele leraren en wat leerlingen op mijn school, als enige doel op deze aarde hadden om mij dwars te zitten. Ik vond daarom dat hun leven beëindigd moest worden.’ 

Van huis nam hij een broodmes mee. Het mes werd op tijd ontdekt, hij werd geschorst. Definitief, uiteindelijk. ‘De schaamte kwam pas later. Wat als het gelukt was, wat als die leraren en leerlingen nooit meer thuis waren gekomen? Dan had er in de krant gestaan: Jongen (15) richt bloedbad aan op school. Dan had ik dat op mijn geweten gehad. Met die gedachte valt niet echt te leven.’

In die tijd had hij, afgezien van dat immens depressieve gevoel, geen enkele emotie, vertelt hij. ‘Alles wat je menselijk maakt, de capaciteit tot overwegen, tot relativeren, tot empathie, tot controle over emoties werd geblokkeerd door een pilletje.’

Eggebeen stelde GSK verantwoordelijk voor de gevolgen en de rechtbank gaf hem gelijk. Dat was ‘een wijs en moedig vonnis’, zegt zijn advocaat Ron Lensen. Lensen bestudeerde voorafgaand aan de zaak tal van wetenschappelijke publicaties en bekeek de procedures die Amerikaanse collega’s eerder tegen de farmaceut hadden gevoerd. GSK wist al heel lang dat het antidepressivum bij jongeren tot een verhoogde kans op zelfdoding leidt, maar waarschuwde daar veel te laat voor, vonniste uiteindelijk ook de Utrechtse rechter. Met die uitspraak in de hand kan Eggebeen zijn schade gaan verhalen, en kunnen anderen mogelijk een vergelijkbare route bewandelen. ‘Ik heb zoveel mensen gesproken, hun verhalen snijden door je ziel’, zegt hij. ‘Ook zij hebben recht op erkenning.’ De farmaceut is in hoger beroep gegaan en wil niet op de zaak reageren.

Eggebeen kent alle zaken van de afgelopen jaren: de Haarlemse die haar echtgenoot met een bijl doodde, de piloot van GermanWings, de buschauffeur in de Zwitserse tunnel, Aurélie. ‘Hun brein ging met hen aan de haal, en ik begrijp dat volledig. Hoeveel gezinsdrama’s moeten er nog plaatsvinden waarbij achteraf moet worden vastgesteld dat de dader aan de ssri’s zat?’

Dubbel verdriet

Thuis, bij de ouders van Aurélie, staat naast de televisie een foto van Rosa en Lucas. Het meisje, lachend, bruinverbrand, twee staartjes in het haar, heeft haar arm om haar broertje geslagen. De foto is een paar weken voor hun dood genomen.

Leo en Atie willen om privacyredenen niet met hun achternaam in de krant. Hun hele leven werkten ze in het onderwijs, als docenten Frans en Nederlands. Hun gezinsleven was harmonieus, tot die woensdag in oktober 2013. Sindsdien leven ze met een dubbel verdriet: hun kleinkinderen zijn dood en hun dochter is de dader. In hun huiskamer vertellen ze urenlang over Aurélie, de middelste van hun drie kinderen. Ze vullen elkaar aan, corrigeren soms de ander, zoekend naar de oorzaak van wat er is gebeurd. Soms stoppen ze even met praten, als ze de beelden van die dag weer voor zich zien.

De man van Aurélie heeft zich van haar laten scheiden. Hij wil niet via de media reageren op de zaak, laat hij in een reactie weten. Hij geeft aan te willen wachten op het onderzoek ter zitting en daar alle vertrouwen in te hebben. Met zijn familie is er geen contact meer. Dat vinden de ouders van Aurélie jammer, maar ze hebben er begrip voor. Het maakt dat ze hun woorden zorgvuldig kiezen.

Lucas, het eerste kind van Aurélie, bleek bij de geboorte meervoudig gehandicapt. Hij hoorde en zag bijna niets, kon niet lopen en praten en had veel zorg nodig. De laatste tijd ging hij achteruit: hij kreeg epileptische aanvallen. Vier keer moesten de grootouders met spoed naar het ziekenhuis omdat hij leek te overlijden. In het laatste jaar van zijn leven was hij nauwelijks nog op de dagopvang: hij lag in het ziekenhuis, verbleef in een instituut voor epilepsie of moest thuis bijkomen.

Op werkdagen kwam de zorg in het gezin vooral op Aurélie neer. Hij werkte fulltime, zij had een deeltijdbaan als schaderegelaar bij een verzekeringsmaatschappij, en werkte deels thuis. Atie: ‘Ze wilde het allemaal goed doen en ook haar dochter niet onder de situatie laten lijden.’ Gaandeweg raakte ze zwaar overbelast, van de huisarts kreeg ze antidepressiva. In de laatste week vertelde Aurélie haar dat ze alles vergat. ‘Ze was zo onrustig. Ze viel van de trap, kon geen minuut stil zitten. Soms wist ze ook niet meer of ze haar medicijnen al had genomen – dan nam ze er nog maar eentje, voor de zekerheid.’

Aantekeningen in haar agenda

Twee keer had ze een droom, de laatste keer een week voordat het gebeurde. Ze sprak met haar moeder over die vreselijke nachtmerrie waarin ze haar beide kinderen met een mes ombracht. De droom voorspelde precies wat er niet veel later zou gebeuren. Haar ouders nemen het zichzelf kwalijk dat ze er niet op hebben gereageerd. Leo: ‘Hadden we maar geweten wat de bijwerkingen waren van Seroxat.’

Aurélie vroeg wel om hulp bij artsen, zeggen haar ouders, zeker de laatste week voor die dramatische woensdagochtend. Maar de psycholoog had geen tijd en de bedrijfsarts stuurde haar naar huis, zo bleek later uit gegevens in haar agenda.

‘Eigenlijk was ik al heel lang vreselijk ongerust’, zegt haar moeder. ‘Haar ogen stonden verkeerd. Ik ging elke dag bij haar langs, soms zelfs met een smoesje. Achteraf heb ik zo vaak gedacht: waarom grepen we niet harder in? Maar het gaat zo geleidelijk. We dachten niet aan de medicijnen. Tegen een psychiater zei ze dat ze het niet meer zag zitten. Ik had het gevoel dat ze niets meer kon hebben.’

Later kwamen ze in haar agenda aantekeningen tegen die illustreerden hoe zwaar ze het had. ‘Gaat niet goed’, stond er dan. ‘Voel me slecht’, of: ‘Rotdag.’ Met uitroeptekens. In de afscheidsbrief die de politie in huis vond en die ze, naar eigen zeggen, schreef vlak voordat ze de kinderen ombracht, stond dat ze niet meer verder wilde: ‘Ik vond het leven moeilijk’, schreef ze. ‘Te moeilijk.’ Die brief kan erop duiden dat ze haar daad heeft gepland, dat de situatie thuis haar boven het hoofd was gegroeid en ze haar kinderen wilde meenemen in de enige uitweg die ze zag. Maar haar ouders en haar advocaat verwerpen die gedachte.

Atie: ‘Lang voordat dit allemaal speelde, heb ik ook paroxetine gebruikt. Ik kreeg woedeaanvallen die uren duurden. Nu begrijp ik pas dat mijn boosheid daarmee te maken had. Je hebt altijd een innerlijke rem, maar die lijkt dan weg te vallen. Wij denken dat dit ook bij haar is gebeurd, dat ze in een waan is geraakt. Ze zou haar kinderen anders nooit iets hebben aangedaan. Ze hield zielsveel van Rosa en Lucas.’

Haar advocaat Job Knoester: ‘Die brief is volledig in de ik-vorm opgesteld, de kinderen komen er met geen woord in voor. Dat is toch opmerkelijk als je van plan bent om ze te doden.’

Verzwegen effecten

De zeldzame maar angstaanjagende keerzijde van antidepressiva is de afgelopen decennia langzaam door volhardende wetenschappers boven water gehaald. Studies leken lange tijd geen problematische bijwerkingen te signaleren, totdat onderzoekers de achterliggende data over alle studiedeelnemers opvroegen. Gewelddadige uitbarstingen bleken soms wel degelijk geregistreerd als bijwerking, ver weggestopt in de bijlagen, maar waren lang niet altijd in de resultaten verwerkt. Toen pas werd duidelijk dat zelfdoding (beschouwd als agressie tegen zichzelf) en gewelddadigheid jegens anderen significant vaker optreden bij patiënten die een ssri slikken.

Voor jonge gebruikers van antidepressiva is die conclusie onomstreden. Vier jaar geleden ontstond een schandaal toen het vakblad British Medical Journal onthulde dat wetenschappers die in opdracht van de farmaceutische industrie onderzoek hadden gedaan naar het effect van Seroxat willens en wetens hadden verzwegen dat het antidepressivum bij jongeren niet beter werkt dan een placebo en bovendien de kans op zelfdoding vergroot. De bijsluiters van Seroxat en andere ssri’s zijn inmiddels aangepast: het wordt afgeraden om de middelen aan jongeren te verstrekken.

Voor volwassen gebruikers is die conclusie minder stevig. Bij mensen met een zware depressie hebben de medicijnen enig effect, concludeerden Britse onderzoekers vorig jaar in vakblad The Lancet, nadat ze vijfhonderd onderzoeken op een rij hadden gezet. De studies die aantonen dat de middelen tot agressie kunnen leiden zijn bovendien ver in de minderheid. ‘Als je naar de rechtbank gaat, kun je niet even zwaaien met tien onderzoeken ter ondersteuning van de zaak’, zegt de Britse hoogleraar psychiatrie David Healy. ‘Je moet kunnen uitleggen waarom er nog veel meer studies zijn die het tegendeel bewijzen, en waarom de medicijnen door de autoriteiten op de markt zijn toegelaten. Dat kan alleen als je durft te verklaren dat veel van de onderzoeken zijn gedaan door wetenschappers die worden betaald door de industrie en dat daarin vaak de achterliggende gegevens ontbreken. Maar daarmee haal je als gewone advocaat wel een wereldprobleem op je hals.’

‘Niet te verklaren’

Healy, die de afgelopen jaren wereldwijd in zeker vijftig rechtszaken optrad als deskundige, onthulde in 2006 als eerste dat geweld en vijandigheid bij volwassen gebruikers twee keer vaker voorkomt, nadat hij via registratie-autoriteiten de beschikking had gekregen over de originele onderzoeksgegevens. De Deense hoogleraar Peter Gøtzsche slaagde er een paar jaar geleden in om via dezelfde weg die conclusie te bevestigen.

Het Nederlandse bijwerkingencentrum Lareb heeft de afgelopen 25 jaar 149 meldingen gekregen over agressie bij gebruikers van een ssri, zo blijkt uit cijfers die voor de Volkskrant zijn verzameld, waarvan een derde over Seroxat. Op aandringen van het Lareb is een paar jaar geleden ook in de Nederlandse bijsluiters van de antidepressiva een waarschuwing opgenomen over de kans op agressie.

Maar de stap van de wetenschap naar de rechtbank blijkt lastig. Er mag dan bewijs zijn dat de pillen tot agressie kunnen leiden, daarmee ben je er nog niet. De depressieve klachten waarvoor ze worden voorgeschreven kunnen op zichzelf namelijk ook gepaard gaan met agressie, tegen jezelf of anderen. Uiteindelijk, zegt Healy, komt het in elke zaak hierop neer: je moet aantonen dat het geweld nooit was ontstaan zónder die medicijnen. Dat is precies waarop het verweer van Job Knoester, de advocaat van Aurélie, de komende week zal zijn gebouwd. ‘Ik heb lange tijd de verkeerde vraag gesteld’, zegt hij in zijn kantoor in Den Haag, ‘namelijk of de medicatie het delict had veroorzaakt. Alle deskundigen zeggen dan dat medicijnen nooit de enige oorzaak kunnen zijn, dat altijd andere dingen spelen. Maar de cruciale vraag moet zijn: zou dit zijn gebeurd zónder de medicatie?’

Knoester heeft Aurélie in de gevangenis regelmatig opgezocht en kan nog altijd niet rijmen wat er is gebeurd. ‘Haar daad is volledig out of character. Mijn advocatenkantoor doet ruim 15 procent van alle tbs-zaken. Ik zie in mijn werk al 24 jaar heel veel mensen die heftige delicten hebben gepleegd en die zijn allemaal op de een of andere manier verklaarbaar. Maar dit valt niet te verklaren.’

Knoester ziet gelijkenis met andere zaken van de afgelopen jaren waarin de daders antidepressiva slikten: Grietje S., die haar zoontje wurgde en haar dochtertje de sloot inreed, Johan S., die zijn vrouw ombracht en zijn zoontje neerstak, Elzelien K. die haar man en dochter doodde met een bijl, Alasam S. die zijn vriendin met een brandblusser doodsloeg en een politieman doodschoot. ‘Telkens is sprake van excessief, bizar geweld dat niet past bij de dader. En niemand die het aan zag komen.’

Iedereen in de omgeving van Aurélie heeft een verklaring afgelegd, zegt Knoester, en allemaal beschrijven ze haar als zachtaardig. ‘Ze was lief, bedeesd en meegaand en ze dacht altijd eerst aan anderen’, vertelt haar moeder. ‘Ze was nooit agressief, zelfs niet als puber. Dat ze zoiets heeft gedaan, is onvoorstelbaar.’

Duidelijkere rol voor rechters

De advocaat heeft het Hof een lijst met uitspraken gestuurd van buitenlandse rechters die in strafzaken rondom ernstige geweldsdelicten een rol aan de antidepressiva hebben toegekend. ‘Als je ziet dat zo’n verband elders wel wordt erkend, maar hier niet, dan ga je Nederland bijna een soort arrogantie verwijten. Nederlandse rechters zijn te voorzichtig en dat levert risico’s op voor de samenleving. Zolang je blijft ontkennen dat medicatie in individuele gevallen een cruciale rol kan spelen en geweld kan veroorzaken, blijven dit soort zaken zich voordoen.’

Ook Anton Loonen, hoogleraar farmacotherapie bij psychiatrische patiënten in Groningen, vraagt zich al jaren af waarom mensen met een psychiatrische ziekte in de rechtszaal anders worden beoordeeld dan mensen met een lichamelijke aandoening. Hij geeft het voorbeeld van de bestuurder die in Amsterdam zeven mensen verwondde door met zijn auto op hen in te rijden: zijn zaak werd geseponeerd omdat hij diabetes bleek te hebben, hij was onwel geworden door een te lage bloedsuikerspiegel. Wat is het verschil, vraagt Loonen zich af, met iemand die in een waan, of door invloed van medicijnen een ander doodslaat? ‘Dat is geen delict maar een ongeluk.’

Loonen, een van de meest gevraagde deskundigen in zaken rondom antidepressiva, vindt dat Nederlandse rechters een veel duidelijkere rol moeten toekennen aan agressie door medicijngebruik. ‘Dat zo’n verband bestaat, mogen we nu echt wel aannemen.’ Volgens hem heeft de medicatie in de zaak van Aurélie waarschijnlijk een relevante rol gespeeld. Ook hoogleraar psychiatrie Robbert-Jan Verkes, die geregeld wordt ingeschakeld als deskundige, uitte in 2017 in de Volkskrant onverbloemde kritiek op de rechtspraak: hij vond dat verdachte Ids I., die in februari 2008 drie mensen neerschoot, onrecht was aangedaan omdat de rechter geen rekening had gehouden met de invloed van antidepressiva op zijn handelen. ‘Hij had verminderd toerekeningsvatbaar verklaard moeten worden. Die middelen hebben een aanzienlijke invloed gehad’, aldus Verkes. Ids I. is veroordeeld tot 24 jaar cel en zit nog altijd vast.

Loonen heeft onlangs besloten om te stoppen als deskundige voor de rechtbank. ‘Er verandert niks, de rechtspraak wil er niet aan. Het voelt voor mij al jaren als water naar de zee dragen.’

Ze was zichzelf niet

Die zombie-achtige blik op dat gevangenispasje van Aurélie – die begrijpen haar ouders achteraf maar al te goed: ze was zichzelf niet. Toen ze in de gevangenis nog antidepressiva gebruikte, is ze onderzocht, zegt haar vader. ‘Ze kreeg allerlei etiketten opgeplakt. Ze vonden dat ze kenmerken had die binnen het autistische spectrum vielen bijvoorbeeld. Het hardst heb ik gelachen om het etiket zwakbegaafd. Ze heeft gewoon de havo gedaan en ze had een goede baan. Pas toen ze van alle medicijnen af was, werd duidelijk dat geen van die etiketten klopte.’ In de gevangenis zat ze aanvankelijk op de psychiatrische afdeling, zegt hij. ‘Ze is overgeplaatst toen ze ontdekten dat ze daar niet hoorde.’

Vader Leo vertelt over de eerste keer dat hij Aurélie weer zag, de middag dat ze onder politiebewaking afscheid mocht komen nemen van haar kinderen, die lagen opgebaard. ‘Er waren twee begeleiders mee, omdat ze bang waren dat ze zich op hen zou storten. Ze zei niet veel, ze heeft wel vreselijk gehuild.’

Toen de kinderen terugkwamen na onderzoek bij het forensisch instituut, heeft oma Atie ze samen met de familie van hun vader aangekleed. In hun mooiste kleren. ‘Ik ben dankbaar dat ik dat mocht doen.’ Ze zouden graag willen weten waar de as van de kleinkinderen nu is. Ze hebben er nog niet om durven vragen.

Nog steeds kunnen ze nauwelijks rouwen om Rosa en Lucas. ‘We worden zo in beslag genomen door deze zaak’, zegt Atie. ‘Maar het verdriet zit er wel natuurlijk. Ik hoef maar een leuk klein meisje met twee staartjes op straat te zien en dan komen de tranen al.’

Reactie van GlaxoSmithKline:

‘We zijn ons bewust van deze tragische situatie maar we kunnen geen commentaar geven op dit specifieke geval. Alle informatie over Seroxat is te vinden in de bijsluiter en in de informatie voor de voorschrijvende arts. Dit geneesmiddel mag alleen worden gebruikt of gestaakt in overleg met, en op voorschrift van een arts. Het is de taak van de arts om samen met de patiënt, gebaseerd op diens medische voorgeschiedenis en specifieke situatie, de meest geschikte behandeling te bepalen.’

Misstand? Tip de Volkskrant

Meer dan ooit heeft de samenleving behoefte aan journalisten die zaken tot op de bodem uitzoeken. Heeft u informatie over een belangrijke misstand die u met de Volkskrant wil delen? Ga naar: volkskrant.nl/tip

Wat wij eerder schreven over de vernietigende bijwerkingen van Seroxat 

Ruim twintig patiënten die in hun jeugd het antidepressivum Seroxat hebben gebruikt, dienen eind deze maand een collectieve claim in tegen fabrikant GlaxoSmithKline (GSK). Zij stellen de farmaceut aansprakelijk omdat die niet tijdig heeft gewaarschuwd voor de ernstige psychische gevolgen van het gebruik van het medicijn, vooral agressie en een verhoogde kans op zelfdoding.

Wetenschappers en de farmaceutische industrie verdoezelden bijwerkingen, waardoor een antidepressivum dat zelfmoordgevoelens opwekt bij jongeren toch op de markt kon komen.

De vader van een vrouw die werd doodgeslagen sloeg eerder samen met de dader alarm over de gevolgen van antidepressiva.

Ids Idsardi, die in 2008 onder invloed van Seroxat drie mensen neerschoot, sprak twee jaar geleden met de Volkskrant over zijn daad: ‘De pillen maakten mij tot moordenaar.’

‘Kapot van schuld en schaamte over wat hij iedereen heeft aangedaan’: In het brein van een depressieve dader.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.