Zorgwekkend veel geluk

Zonder zwaarmoedigen verwordt de wereld tot een monotoon, oppervlakkig universum. Een literatuurhistoricus en een psychoanalyticus trekken ten strijde tegen prozac, positief denken en ander ‘gemakzuchtig streven naar snel geluk’.Door Olaf Tempelman..

Olaf Tempelman

Als in de negentiende eeuw massaal prozac was voorgeschreven, zouden Beethoven, Keats en Van Gogh wellicht zijn veranderd in zorgeloze kerels. Wij zouden dan verstoken zijn gebleven van mooie en troostrijke kunst. Eric G. Wilson, zelfbenoemd pleitbezorger van de zwaarmoedigheid, is er duidelijk over: Een leven zonder melancholie is een leven zonder diepte en werkelijke vreugde.

Als kind al voelde Wilson zich aangetrokken tot ruïnes, kerkhoven, verlaten tankstations, gebarsten wegdek, binnenplaatsen vol onkruid, diep door het leven getekende gezichten en donkere bospaadjes. Ook zijn tienerkamer hield hij het liefst donker. Ronduit traumatisch was het als pa Wilson tegen het middaguur binnenviel, de luxaflex omhoog draaide en zoonlief meedeelde dat hij maar eens buiten met de lachende en brullende jongens moest gaan honkballen. Een prachtige verstilde stemming, ‘een door de geest zelf geschapen winter’, werd zo op brute wijze verstoord.

Dat de contemporaine Amerikaanse maatschappij melancholici bijna net zo bestrijdt als zijn vader, ervaart Wilson als ronduit onaangenaam. Om zich heen ziet hij mensen zich vergrijpen aan boekjes over geluk en positief denken. Hardnekkige probleemgevallen proberen hun somberheid met prozac weg te slikken, of met botox weg te spuiten. Het wemelt van de lui die ‘bekoorlijke grijnzen opzetten om het prachtige geploeter van het leven te bedekken’. Maar liefst 85 procent van de Amerikanen veklaart zich tegenwoordig gelukkig – een zorgwekkend hoog aantal, vindt Wilson.

Wat als de melancholie uitsterft? Een wereld zonder zwaarmoedigen is een glad, oppervlakkig en eentonig universum waarin de tandpasta-glimlach koning is. Hoog tijd dus voor een lofzang op de melancholie. Wilson, hoogleraar Engelse letteren in North Carolina, neemt die taak op zich in Against happiness – In Praise of Melancholy; de titel prijkt op de omslag in de vorm van een treurige mond. De Nederlandse titel, ook een sippe halve cirkel, luidt vreemd genoeg Verslaafd aan geluk.

Dat een boek ‘tegen geluk’ in een maatschappij in pursuit of happiness niet met gejuich zou worden ontvangen, kon Wilson zien aankomen. The New York Times schreef dat als melancholie echt sublieme gevolgen heeft, wat Wilson steeds beweert, zijn eigen boek een stuk beter had moeten zijn. De recensie eindigde met de uitsmijter dat de auteur zijn tijd beter had kunnen besteden aan het opknappen van zijn gammele ‘zwaarmoedige’ huis, waarmee hij in Against happiness nogal koketteert. (‘Ik hou van mijn bouwval. Ik zou hem nooit willen ruilen voor die efficiënte, geprefabriceerde huizen in de buitenwijken.’)

Het is niet moeilijk in Against happiness zwakke plekken te ontwaren. Wilson springt van de hak op de tak, veegt uiteenlopende kunststromingen bij elkaar en schrikt niet terug voor goedkope en potsierlijke uitspraken, zoals dat we de Irak-inval wel eens te danken zouden kunnen hebben aan de oppervlakkige Amerikaanse geluksbeleving. Zijn romantisering van verval lijkt daarbij typisch voor een westerling die om zich heen weinig verval ziet. Kraters en barsten in het asfalt worden minder ‘sfeervol’ als je er dagelijks je auto op kapot rijdt, zeg ik als ex-gebruiker van het Roemeense wegennet.

Toch heeft deze lof der zwaarmoedigheid zijn merites. De melancholische mens in de versie van Wilson onderscheidt zich van ‘vrolijke leeghoofdigen’ door een versterkt besef van het verstrijken van de tijd en de eindigheid van het leven. Hij laat zich wat gelegen liggen aan de middeleeuwse spreuk memento mori (‘Gedenk te sterven’). Door zijn besef van de vergankelijkheid van alles valt hij ten prooi aan aanvallen van somberheid. Die zijn evenwel noodzakelijk zijn voor het ervaren van werkelijke schoonheid en een dieper geluksgevoel. De melancholicus kan zo genieten van de dauw op een spinnenweb, betoogt Wilson, omdat hij doordrongen is van de kwetsbaarheid en de tijdelijkheid ervan. ‘Hij verlangt ernaar te zwelgen in dit naamloze verdriet, dit vage gevoel dat alles waardevol is omdat het stervende is, omdat je het nooit kunt vasthouden, omdat het slechts een ogenblik bestaat.’ Wilsons held Keats zei het tweehonderd jaar geleden al: alles is mooi omdat het sterft (wat Keats zelf op 25-jarige leeftijd deed).

Wilsons melancholicus is ook een ‘man van het midden’, iemand die tegenstellingen overbrugt. Op kraambezoeken of begrafenissen hoort hij nooit bij de radicale meerderheid die ofwel verheugd is ofwel bedroefd. Hij is Gelukkig Treurig, geen man van de woorden ‘of*.of’ maar van ‘zowel*als’. En door zijn besef van de dubbelheid van het leven kan hij zowel serieus als speels zijn. Zo vindt hij steeds de deur naar de ironie.

Dat zijn allemaal mooie bijwerkingen van een kwaal die, weet Wilson, zijn wortels heeft in doodsangst. In tegenstelling tot de botox- en de prozac-verslaafden, durft de melancholicus die onder ogen te zien en in zijn leven te integreren. ‘Ongeacht of we afgetobd zijn over het verlies van onze baan (...) of vervreemd raken van iemand die ons dierbaar is, uiteindelijk zijn we altijd bang om pijn te lijden, en wat is pijn anders dan een voorafschaduwing van die laatste pijn, de dood?’

Melancholici ontmoeten zoveel onbegrip omdat in de westerse maatschappij een toenemend taboe rust op de dood, zoals in de Victoriaanse tijd op seksualiteit, vindt de Britse psychoanalyticus Darian Leader. Hij schreef The New Black – Mourning, Melancholia and Depression. Net als Against Happiness is dit een pleidooi voor het betreden van barre vlaktes en donkere dieptes. Leader hekelt goeddeels hetzelfde als Wilson: de cultuur van het snelle en oppervlakkige streven naar geluk, waarin mensen bij wie het allemaal niet zo wil vlotten worden opgelapt met antidepressiva, oefeningen in positief denken of snelle therapie. Leader, een ouderwets freudiaan, vergelijkt dergelijke quick fit-behandelingen met het bombarderen van terroristische bases om van het terrorisme af te komen.

‘Het verkleinen van de pijn en het laten verdwijnen van de symptomen staan voorop (*). Mensen moeten vooral functioneren en productief blijven. Hoewel dit van het grootste belang kan zijn, bestaat het gevaar dat het onderdrukken van de symptomen de plaats inneemt van het analyseren van de symptomen, die later in het leven kunnen terugkomen, in een andere vorm.’

Leader geeft tal van voorbeelden van patiënten die op zijn sofa terechtkwamen na slechte ervaringen met antidepressiva of cognitieve gedragstherapie. Pas na maanden of soms jaren pyschoanalyse werden ze zich bewust van hun onbewuste drijfveren. (Een patiënte met anorexia-verschijnselen ontdekte dat ze nooit meer dan 99 pond wilde wegen omdat haar ooit forse grootvader, wiens dood zij nooit had geaccepteerd, in zijn kist nog maar 99 pond woog.)

The New Black is geen betoog tegen prozac en voor langdurig ‘sofa-gebabbel’. Veleer pleit Leader voor uitgebreide en grondige rouw. Melancholie en depressie vloeien nagenoeg altijd voort uit een diep snijdende ervaring van voorbijgaan, verstrijken, verlies, door dood of door scheiding: ‘Als we rouwen, treuren we voor een bepaalde tijd om wat we verloren hebben, in melancholie sterven wijzelf mee’. Rouw is echter nooit een automatisch proces, het moet min of meer kunstmatig in gang worden gezet. In de westerse maatschappij is dat in toenemende mate problematisch. Omgaan met verlies is de achilleshiel van een cultuur waarin steeds meer mogelijk is, zodat de illusie ontstaat dat het leven maakbaar is.

Onontbeerlijk voor ‘goede rouw’ is het gezelschap van andere mensen. Zo wordt ‘de unieke ervaring van verlies’ minder uniek gemaakt. Leader haalt de boeddhistische parabel aan van de vrouw die met haar dode kind in de armen bij een wijsgeer komt met het verzoek om genezing. De wijsgeer vraagt haar om een mosterdzaadje uit een huis waarin nog niemand is gestorven. Als zij alle huizen is afgelopen, begrijpt zij dat zij dat nooit zal vinden.

Rouw is doelmatiger als het gepaard gaat met door de tijd beproefde rituelen. Collectieve rouwrituelen benadrukken het natuurlijke en het onvermijdelijke van verlies. In Europa zijn rouwrituelen de afgelopen eeuw echter geërodeerd; in de tweede helft door de gestegen levensverwachting en de marginalisering van de godsdienst, in de eerste helft door crises en oorlogen. Leader ontwaart het begin in de jaren 1914-1918, toen de kisten met lijken simpelweg de ‘rouwcapaciteit’ van de achterblijvers oversteeg.

De redding voor de van beproefde rituelen afgesneden moderne mens acht hij gelegen in de kunst. Daar vind je ook vandaag de dag – in de woorden van de ook door Leader bewonderde Keats – volop ‘partners in de mysteries van het verdriet’. ‘Kunstwerken delen iets simpels: ze vloeien gewoonlijk voort uit een ervaring van verlies of rampspoed. Onze blootstelling eraan kan ons bovendien aansporen zelf te creëren (*). Of domweg te spreken en te denken.’ Zo doen we wat we onontbeerlijk is en op termijn onze genezing zal beteken: een verlies een verlies noemen.

De Franse schrijfster en kunstenares Sophie Calle schreef in Exquisite Pain 99 versies van de avond waarin zij in het Imperial Hotel in New Dehli vergeefs op haar ontrouwe geliefde had gewacht. Door te schrijven nam zij een snel werkende bittere pil in: zo kunnen dingen gaan, maar dit houdt een keer op. Had zij niet geschreven, dan had de bittere pil een langzaam werkend gif kunnen worden. Daar helpt geen prozac tegen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden