Zorgplan Roemer bevordert tweedeling

ZORGSTELSEL

De aanval op het Nederlandse zorgstelsel is geopend. Niet vanuit Europa, zoals door sommigen werd gevreesd bij de introductie, in 2006, van een private basisverzekering onder strikte publieke randvoorwaarden. Nee, internationaal oogst het stelsel juist veel waardering, zoals blijkt uit de eerste plaats voor Nederland in de Euro Health Consumer Index. En ook Nederlanders zelf zijn tevreden: het vertrouwen in de gezondheidszorg is bijna nergens ter wereld zo hoog, stelt de onlangs gepubliceerde Iris Global Health Survey.


Maar een deel van de Nederlandse politiek denkt daar anders over. SP-leider Roemer blijft vaag over veel keuzen die de komende tijd gemaakt moeten worden, maar verkondigde zondag in Buitenhof wel een expliciete mening over de zorg.


Het basisstelsel voor de curatieve zorg, waarbij verzekeraars dingen naar de gunst van de verzekerden, moet plaatsmaken voor een budgetteringsysteem, waarbij de Nederlandse staat het budget vaststelt en alle Nederlanders onder een regionaal ziekenfonds komen te vallen. Hierdoor zijn in zijn ogen de kosten beter in de hand te houden.


Omdat Nederland tot voor kort een dergelijk systeem kende, is na te gaan wat de consequenties zijn van zijn keuze. Vóór de invoering van gereguleerde concurrentie kenmerkte de Nederlandse gezondheidszorg zich door een beperkte keuze voor patiënten, onvoldoende innovatie en lange wachttijden voor bepaalde behandelingen. De doorgevoerde stelselherziening (op basis van een unaniem SER-advies), dat brede steun kreeg vanuit de wereld van de gezondheidszorg, maakte een einde aan deze ongewenste situatie.


Wij kunnen niet anders concluderen dan dat de door Roemer bepleite keuzen juist de tweedeling in de zorg in de hand zullen werken. Door wachtlijsten, die logischerwijs het gevolg zijn van de budgettering, zullen net als in de jaren voor het nieuwe zorgstelsel vermogende Nederlanders naar het buitenland uitwijken, terwijl 'de gewone Nederlander' op een wachtlijst staat.


In de retoriek van de SP is marktwerking de bron van alle kwaad. Ook hier moeten we meningen en feiten van elkaar scheiden. Er is weliswaar keuzevrijheid tussen verzekeraars, maar om solidariteit en toegankelijkheid te garanderen geldt voor alle verzekeraars een acceptatieplicht voor de basisverzekering. Bovendien hebben verzekerden de mogelijkheid om - ongeacht hun gezondheidstoestand - van verzekeraar te wisselen. Ook is - om op de markt voor zorgverzekeringen prijsconcurrentie mogelijk te maken - een vaste premie per persoon geïntroduceerd.


Een belangrijke randvoorwaarde is echter dat de invoering van een nominale ziektekostenpremie niet mag leiden tot een onaanvaardbaar hoge belasting van gezinnen. Tegelijk met het nieuwe zorgstelsel werd daarom een zorgtoeslag geïntroduceerd, die verzekerden met een laag inkomen compenseert. Voorts betalen kinderen tot 18 jaar geen premie.


De recente kostenstijgingen in de zorg hebben niets te maken met het nieuwe systeem sinds 2006. Sterker nog, sinds 2008 is meer dan 600 miljoen euro - per jaar! - bespaard op de inkoop van generieke geneesmiddelen. Iets wat de overheid in twintig jaar aanbodbeheersing nooit voor elkaar heeft gekregen.


De belangrijkste kostenstijgingen doen zich voor bij de AWBZ, dat als volksverzekering gekenmerkt wordt door overheidssturing en een opeisbaar recht op zorg. Inderdaad, er zijn ook overschrijdingen in de ziekenhuiszorg. Interessant is dat die volgens een recent CPB-onderzoek voornamelijk te wijten zijn aan de verkeerde prikkels die uitgaan van het huidige maatschapmodel, dat uniek is voor Nederland. Door specialisten niet vrij te vestigen zijn dus kosten te besparen.


Ook dragen Nederlanders naar verhouding privaat zeer weinig bij aan zorgkosten. Daarom lijken hogere eigen betalingen voor burgers op termijn onontkoombaar. Maar de suggestie dat de kostenstijgingen komen door het winststreven in de zorg mist iedere grond. Zorgverzekeraars zijn coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, wat betekent dat een eventueel positief resultaat altijd ten goede komt aan de eigen verzekerden. De uitvoeringskosten van het Nederlandse systeem bedragen zo'n 3 procent van de totale premie en dalen nog steeds - juist door de onderlinge concurrentie tussen verzekeraars.


Zoals gezegd wordt het Nederlandse gezondheidszorgsysteem hoog gewaardeerd door de Nederlandse burger. Uit een recente internationale studie van het Commonwealth Fund blijkt dat van de zeven onderzochte landen Nederlanders het meest tevreden zijn over de kwaliteit van de zorg, de betaalbaarheid en het functioneren van het stelsel. Ook uit een internationale vergelijking van meer dan dertig landen in 2010 bleek dat Nederland het beste scoort op cliënttevredenheid, wachttijden en toegang tot basiszorg. Landen met een budgetteringssysteem zoals het Verenigd Koninkrijk en Italië scoren aanzienlijk slechter.


De staatsgezondheidszorg zoals de SP voor ogen staat zal Nederland terugwerpen naar de vorige eeuw: wachtlijsten, gebrekkige innovatie en ondoorzichtige kwaliteit, minder keuze en cliënttevredenheid. En tweedeling op de koop toe. Dat is een prijs die we niet zouden moeten willen betalen.


De staatsgezondheidszorg die de SP voor ogen staat, leidt tot wachtlijsten, minder keuze en minder cliënttevredenheid.


RAYMOND GRADUS is directeur Wetenschappelijk Instituut voor het CDA. PIETER HASEKAMP is directeur Zorgverzekeraars Nederland.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden