Zorgpapa-macho, waarom zo schaars?

Niet verliefd op een type, maar op wandelende bundel tegen-strijdigheden

Zondagmiddag kun je ze altijd bestuderen, de huwelijken in de hel gesloten. In het park, of op het strand. Moeder ligt de hele dag gestrekt met een tijdschrift - ze heeft weekend. Hij rent zich de benen uit het lijf om haar te plezieren. Hij voetbalt met het zoontje en plukt madeliefjes met het dochtertje. Hij veegt snotneusjes af, geeft kusjes op kapotte knieën. Tot zij loom uit haar ligstoel stapt, die hij mag meenemen. 'Neehee', zucht ze, 'éérst het onderstel inklappen.'

Of dat andere stel. Zij reddert de hele middag met de koelbox en de broodjes, onderwijl de kinderen corrigerend die vechtend door het zand rollen. Verderop staat haar echtgenoot, in kakibroek met polo, geagiteerd te bellen. Met de zaak, of een klant. Zijn vriendin misschien. Met geërgerd tikkende voet wacht hij bovenaan het duin tot zij de boel heeft ingepakt en het zand van de kinderen heeft geklopt. Met een rood hoofd sjokt ze omhoog. Toch blijft ze glimlachen, want ze deden eindelijk iets leuks samen. En hij werkt toch maar hard voor zijn gezin.

Twee typen vaders, ze duiken voortdurend op in films en reclame: de zorgvader en het alfamannetje. De pantoffelheld en de haan. Alsof er niet meer smaken zijn. De wetenschap ondersteunt die gedachte. Ze kunnen er niets aan doen, zorgpapa en macho. Het zijn hun hormonen, koppen de kranten. Neem wat speeksel af bij een man en je kunt zijn toekomst voorspellen. Mannen met testosteronrijk spuug - te herkennen aan vierkante kaken, korte wijsvingers, zware beharing en bronstige blik - verdienen meer geld, nemen graag risico's, blinken uit in sport, zijn vruchtbaarder en agressiever, maar ook weinig zorgzaam en ontrouwer dan de minder viriel bedeelden. Die zouden weer zijn begiftigd met empathie, verantwoordelijkheidsgevoel en dienstbaarheid, en leven langer dan de korte lontjes.

De vrouw die na al die jaren studeren eens kinderen wil, staat dus voor een duivels dilemma. Háár hormonen duwen haar richting topaap, die wervend op zijn borst trommelt en haar graag bevrucht als hij even tijd heeft, maar daarna snel de benen neemt. Haar gevoel kiest misschien voor de vriendelijke en hondstrouwe Joris Goedbloed, niet te beroerd om luiers te verschonen en naar balletles te fietsen - áls het hem lukt haar te bezwangeren -, en urenlang haar problemen aan te horen. Haar verstand twijfelt.

En terecht, want beide opties zijn onaantrekkelijk. Een botte vreemdganger die amper omkijkt naar zijn kinderen is onverdraaglijk, ook al verdient hij drie ton. Maar een man die óók last krijgt van ochtendmisselijkheid als zij zwanger is evenzeer. Allebei zo'n beetje hetzelfde - van die echtparen in eendere wandelbroeken of regenpakken, met dezelfde kapsels en sandalen - dat is het ook niet. Bedrog is pijnlijk, maar de zekerheid dat een geliefde onder geen beding vreemdgaat, zelfs niet op het idee komt, doodt iedere lust.

Geen wonder dat vrouwen het zo moeilijk vinden om een geschikte vader voor hun kinderen te vinden. Met hun carrière heeft dat weinig te maken. De kans is groot dat de goeiige sukkel met wie dit stukje begon óók nog het geld binnenbrengt, want de bazige Nederlandse vrouw, hoe hoog opgeleid ook, laat graag een kostwinner voor zich draven. En wellicht is de sloverige echtgenote van de drukke beller doordeweeks een briljant advocate, en speelt ze, om haar haantje de krenking te besparen, in het weekend dom moedertje.

Enige troost biedt de Britse Cordelia Fine, die in Waarom we allemaal van Mars komen vermakelijk gehakt maakt van moderne hersen- en hormoontheorieën, die ze ontmaskert als oud neuroseksisme - tegen vrouwen - in hippe verpakking. Ik wil haar graag geloven, maar toch wringt er iets: die theorieën zijn vooral beledigend voor mannen, die worden neergezet als types uit een slechte tv-serie.

De meeste vrouwen worden niet verliefd op een type, maar op een wandelende bundel tegenstrijdigheden. Een man die scherpzinnig kan betogen maar zwakzinnig loeit bij een voetbalwedstrijd, bijvoorbeeld. Die houdt van vurige seks maar daar ook om kan lachen. Die ambitieus is in zijn werk maar zijn kinderen belangrijker vindt. Dapper én kwetsbaar, liefdevol maar geen zeikerd. Met één hand duwt hij losjes de kinderwagen, met de andere belt hij gewichtig, maar intussen maakt hij de baby aan het lachen en flirt hij met het buurmeisje. Zo'n man. Kan de wetenschap eens vertellen waarom die zo schaars is?

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden