Zorgen bij inspectie en politiek: kwaliteitsverschil tussen scholen veel te groot

Het kwaliteitsverschil tussen scholen in Nederland is te groot. Leerlingen met vergelijkbare capaciteiten scoren op de ene basisschool aanzienlijk hoger op de eindtoets dan op een andere school. Ook slagen leerlingen op de ene middelbare school vaker voor het eindexamen dan op de andere. Dat concludeert de Onderwijsinspectie in haar jaarlijkse rapport De Staat van het Onderwijs.

Jasjes en tasjes op een basisschool. Beeld Aurélie Geurts

'Er gaat veel talent verloren', zegt inspecteur-generaal Monique Vogelzang. 'We wisten dat er kwaliteitsverschillen waren, maar dat het verschil zo groot zou zijn hadden we niet verwacht.'

'Uiterst ongewenst'

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) maken zich 'grote zorgen' over de verschillen. 'Het feit dat het van je school afhangt of je talenten volledig worden benut, zorgt voor kansenverschillen tussen leerlingen op verschillende scholen. Dat is uiterst ongewenst', laten ze in een schriftelijke reactie weten.

De kwaliteitsverschillen tussen scholen treden op bij alle schooltypen, in alle sectoren en in het hele land, concludeert de inspectie. Van kleine basisscholen op het platteland tot gymnasia in de Randstad, van grote vmbo's tot hogescholen en universiteiten. Het is voor het eerst dat de inspectie dit uitgebreid onderzoekt.

Minister Jet Bussemaker van Onderwijs. Beeld ANP

Nergens zo groot als in Nederland

Voor het basisonderwijs geldt dat leerlingen met dezelfde talenten op de ene school tot wel twee schoolniveaus lager uit kunnen komen op de centrale eindtoets dan op een andere school. Hun advies na de basisschool is dan bijvoorbeeld vmbo-g/t, waar het vwo had kunnen zijn.

De kwaliteitsverschillen tussen middelbare scholen zijn in geen enkel OESO-land zo groot als in Nederland, stelt de inspectie in het rapport. Vergelijkbare leerlingen hebben op de ene middelbare school zeker 20 procent minder kans op een diploma dan op een andere.

'Als niemand meer leraar wil worden, dan hebben we wel een probleem'

De verschillen tussen scholen zijn te groot, constateert de Onderwijsinspectie. Volgens inspecteur-generaal Monique Vogelzang gaat daardoor veel talent verloren. Lees het interview dat de Volkskrant met haar had hier.(+)

Kwaliteit van leraren

Eenmaal op achterstand haalt een leerling dat moeilijk in. De inspectie volgde de schoolloopbaan van leerlingen die op een zwakke basisschool hebben gezeten. Na drie jaar in het voortgezet onderwijs, blijken ze nog altijd een half niveau lager te zitten dan leerlingen die naar een betere basisschool gingen.

De verschillen hebben volgens de inspectie onder meer te maken met de kwaliteit van de leraren en de schoolleiding. Scholen met veel leerlingen met laagopgeleide ouders hebben daarbij vaak meer moeite bevoegde leraren aan te trekken.

De PO-raad kijkt niet op van de enorme kwaliteitsverschillen tussen scholen. Het primair onderwijs staat al jaren onder druk, aldus de organisatie van schoolbesturen. 'Door een tekort aan bekostiging hebben scholen op ondersteunend personeel en expertise moeten bezuinigen, waardoor het beroep van leerkrachten zwaarder is geworden.' De situatie dreigt de komende jaren nog nijpender te worden door het naderende lerarentekort, aldus de PO-raad.

Ook de VO-raad herkent het beeld dat een deel van de scholen 'niet altijd het maximale' uit alle leerlingen weet te halen. Om de problemen op te lossen, zijn de komende tijd 'gerichte investeringen nodig', schrijft de vereniging van middelbare scholen in een reactie, 'onder andere in de professionalisering van docenten en schoolleiders.'

Lees meer onder de grafiek

Beeld Onderwijsinspectie

Lees ook:

Inspecteur-generaal is geschrokken: 'Dit hadden we niet verwacht'
We laten in Nederland veel talent liggen, schrijft de inspecteur-generaal. 'Ook het talent van de niets-aan-de-hand kinderen, de gaat-toch-best-goed leerlingen, de schijnbaar doodgewone studenten.' (+)

VO-raad: geef opnieuw schooladvies na tweede jaar middelbare school
'Leerlingen moeten niet opgesloten blijven in het vakje waarin ze met het schooladvies in groep acht worden geplaatst.'

Hoe is het met de kansenongelijkheid?

Leerlingen van laagopgeleide ouders hebben minder kans op een hoger diploma dan leerlingen van hoogopgeleide ouders, constateerde de Onderwijsinspectie een jaar geleden. Is er inmiddels iets veranderd aan die kansenongelijkheid?

- De schooladviezen in het basisonderwijs werden het afgelopen jaar twee keer zo vaak aangepast als een leerling goed scoorde op de eindtoets. Maar: daar profiteerden vooral kinderen van hoogopgeleide ouders van, waardoor de kansenongelijkheid niet afnam.

- Leerlingen met laagopgeleide ouders hebben nog altijd vijf keer meer kans om een lager advies te krijgen dan leerlingen wier ouders een academische opleiding hebben.

- Kinderen van hoogopgeleide ouders komen vaker in een hogere brugklas dan je op basis van de score op de eindtoets zou mogen verwachten. Zij belanden met een vmbo-g/t-score op de toets vaker in een havo/vwo-brugklas.

- De kans dat kinderen van laagopgeleide ouders in de onderbouw van de middelbare school overstappen naar een lager niveau is groter dan van kinderen met hoogopgeleide ouders. De kans naar een hoger niveau over te stappen is wat kleiner.

Een gewichtenleerling is een leerling waaraan een gewicht wordt toegekend op basis van het opleidingsniveau van de ouders

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden