Column

'Zorgeloos door de wereld van Anton Pieck met de antislipschoen'

Haar tante koos voor zelfgebreide sokken over de schoenen om de sneeuw te trotseren, schrijft Lidy Nicolasen. Nog beter: een rubber geval met spijkers. 'De minister blij want minder botbreuken, heupfracturen en winterse depressies, dus fijn bezuinigen.'

Beeld ANP

Mooi die witte deken over de gracht. Voorzichtig zet ik mijn eerste passen in de verse sneeuw en kijk achterom waar ik blijf. De stillere en lichtere wereld van Anton Pieck ligt hier uitgespreid, zorgeloos, mysterieus en romantisch. Zolang de nacht duurt. Na het ochtendkrieken lost de sneeuw op in een bruine, glibberige brei, en dat is het moment dat ik verlang naar een Canta Lux.

Een wat? Een Canta Lux. Een brommer met een dak erop. Je scheurt ermee over rijweg en fietspad, wandelpromenades en stoepen. Je zet hem op plekken die te glibberig of krap zijn voor een volwassen auto. De chauffeur is fietser, wandelaar en automobilist tegelijk. Vaak een oudere, soms een vrouw met sigaret én zuurstoffles, soms jongens die het motortje hebben opgevoerd, soms zit het bomvol en zijn de ramen beslagen.

Mijn tante had een Canta. Ze was niet de kleinste noch de slankste, maar naast elkaar hadden we plaats genoeg. Toen ze een gevaar werd op trottoir, fietspad en rijweg deed ze het karretje van de hand. Ze kwam de deur niet meer uit, klaagde ze vervolgens. 'We doen een scootmobiel', zei ik opgewekt als een waarachtige verzorgster. Je hoeft voor de bediening van dat vervoersmiddel niet te hebben doorgeleerd, je bent slak of haas. 'Kijk', deed ik voor, nog steeds euforisch. Maar toen ik een stel voetgangers de stuipen op het lijf joeg door ze over de tenen te scheuren, was zelfs de slak tante te snel.

Wandelen is minstens zo aangenaam, besloot ze. Elke dag even de neus buiten de deur steken, en ze bezwoer me dat mijn arm of die van de buurvrouw haar honderd keer meer waard was dan die hele bliksemse boel van de overheid, die ze bovendien toch kwijtraakte aan de bezuinigingskoorts. 'Ik koop die rollater zelf wel. Je zult zien, ze komen in de kringloopwinkel.'

Dus toen de vorige winter de straat een bruine brei werd, stoepen veranderden in ijsbanen en ijspegels haar het uitzicht belemmerden, dwong ze me haar zelfgebreide sokken over haar schoenen te trekken. 'Zo deden we dat vroeger', zei ze dapper, en daar gingen we, voetje voor voetje. Op dat moment ontwaarde ik de antislipschoen. Een rubber geval met spijkers, bedoeld om over de zool van je schoen te trekken.

Waar haal je die?, vroeg ik de vrouw die ons in gestrekte pas en krassend voorbijliep, ijs en sneeuw negerend. Ik langs alle schoenmakers, moderne en ouderwetse. Overal nul op het rekest. 'Net had ik er nog tien, nu niks meer', zei er een. Er was zogezegd sprake van een echte hype. Ik wist uiteindelijk een stel overtrekzolen op de kop te tikken (drie keer zo duur), waarna ik aan de arm van tante de winter door glibberde.

Huisartsen luister: help de bejaarde de winter door. Als jullie al je oudere patiënten de antislipschoen aansmeert, kan die blij weer een ommetje doen. De minister blij want minder botbreuken, heupfracturen en winterse depressies, dus fijn bezuinigen. En de slimmeriken onder jullie kunnen profijt maken door de zool met winst te verkopen. De tering naar de nering zetten, heet dat. Lang niet slecht als het alternatief een dagelijkse gang naar het Binnenhof is om ('waar is mijn spandoek?') te protesteren.

Lidy Nicolasen is redacteur van de Volkskrant. Iedere zaterdag schrijft zij een column voor Volkskrant.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden