interviewSander Muijs en Marijn Houwert

‘Zorg goed voor de mensen met wie je werkt, is ons bijgebracht’

Traumachirurg Marijn Houwert en orthopedisch chirurg Sander Muijs, beiden verbonden aan het UMCU, hebben een noodfonds opgezet dat is bedoeld voor zorgverleners die gezondheidsschade oplopen door hun zorg voor coronapatiënten. Beeld Linelle Deunk

Je leven wagen op de intensive care, zonder dat je goed verzekerd bent, mocht je daar zelf met corona belanden. Chirurgen Sander Muijs en Marijn Houwert maakten zich zorgen. En voor ze het wisten hadden ze een noodfonds opgericht. 

Het is zondag 22 maart als wervelkolomchirurg Sander Muijs in het UMC Utrecht een zwaargewonde patiënt opereert die waarschijnlijk besmet is met het coronavirus. Op de ic’s liggen dan al ruim vierhonderd doodzieke patiënten, de dag ervoor is het tot ergernis van velen (#blijfthuis) nog topdruk geweest op het strand. Chirurg Muijs en zijn team moeten van kruin tot teen worden ingepakt, er heerst een zekere spanning, na afloop merkt hij de bezorgdheid bij zijn collega’s. ‘Wat gebeurt er met ons als wij dat virus oplopen?’, vragen ze hem. Een van zijn assistenten is alleenstaande ouder van twee kinderen én kostwinner; bij langdurige ziekte zijn de gevolgen voor dat gezin niet te overzien, bij overlijden al helemaal niet.

In de auto op de terugweg naar huis belt hij met collega-chirurg Marijn Houwert. Artsen, weten ze allebei, zijn goed verzekerd, maar hoe zit dat met de rest van het ziekenhuispersoneel? De volgende dag schrijven ze samen een blog voor de site van artsenblad Medisch Contact. Hoe moeilijk kan het zijn om de mensen in de frontlinie netjes te compenseren als het misgaat?, vragen ze zich af. Met daarin een sneer naar de weekenddrukte: ‘Wat moeten we hun kinderen vertellen? Half Nederland zat op het strand en mama is overleden omdat ze bezig was de andere helft te helpen?’

Op donderdagavond – Marijn Houwert heeft net zijn kinderen in bed gelegd – belt voormalig Schiphol-topman Gerlach Cerfontaine, tegenwoordig bestuursvoorzitter van de VVvA, de vereniging die zorgverleners bijstaat op onder meer financieel gebied. ‘Wat een goed blog’, zegt hij tegen de verbouwereerde Houwert, ‘hebben jullie al een stichting?’ Een stichting? Nou nee, ze hadden alleen  een oproep gedaan. Waarop Cerfontaine antwoordt dat hij het idee van harte ondersteunt en twee ton beschikbaar stelt. ‘Dus ik Sander gebeld, ik zei: ja, nu moeten we. Je kunt wel een grote mond hebben maar je moet ook bereid zijn om wat te doen.’

Ze halen ‘wat nachtjes’ door, verzamelen de juiste mensen om zich heen en in nog geen twee weken tijd is die stichting er, compleet met benodigde Anbi-status en website plus doneerknop. Nu, bijna vier maanden later, heeft Zwic (Zorg na Werk in Coronazorg) al ruim vier miljoen euro in kas. Het ministerie van Volksgezondheid heeft toegezegd de opbrengst te verdubbelen, de uitkeringen zijn belastingvrij. Bestuur en Raad van Advies bestaan uit onbezoldigde topdeskundigen, verenigd dankzij het enthousiasme van twee ‘eenvoudige chirurgen’, zoals ze zichzelf plegen te omschrijven. Allebei opereren ze traumapatiënten, Muijs (39) van nek tot stuit (‘ik zit wat meer in de dwarslaesies’), Houwert (38) houdt zich bezig met ‘alle andere dingen die kapot kunnen gaan’. In een werkkamer op hun afdeling blikken ze terug op zware maar bevredigende maanden. De een komt net uit de operatiekamer, de ander heeft dienst en wordt af en toe even afgeleid door arts-assistenten die om advies vragen.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Wie ziek wordt, krijgt een tijdlang salaris doorbetaald en bij overlijden krijgen nabestaanden toch een uitkering? Vanwaar jullie fonds?

Muijs: ‘Ik betaal 1.000 euro in de maand voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering, iets meer dan gemiddeld omdat ik ook mijn handen heb verzekerd. Omdat ik zoveel premie afdraag, krijg ik doorbetaald als ik niet meer kan werken. Een verpleegkundige kan zich dat niet veroorloven.’

Houwert: ‘Zelfs met de beste cao, dat is die van de academische ziekenhuizen, val je na een jaar al terug naar 70 procent van je salaris, na twee jaar ben je echt de sjaak. En als zzp’er heb je meteen al een groot probleem. Onderschat ook alle extra kosten niet. Onze allereerste uitkering was aan een arts-assistent die na een ic-opname weer moest leren lopen en leren praten. Hij heeft fysiotherapie aan huis nodig maar moet dat zelf betalen. Ik was diep onder de indruk van zijn verhaal. Zijn opluchting was zo groot, dankzij ons geld krijgt hij de tijd om goed te herstellen. Want hoe komt hij er fysiek uit? Kan hij straks weer fulltime aan de slag met zijn opleiding?’

Muijs: ‘Verpleegkundigen, arts-assistenten en ok-medewerkers hebben zonder tegensputteren maanden op de ic of op de covid-afdeling geassisteerd, ze hebben voor ernstig zieke mensen gezorgd of geholpen met intuberen, de handeling met het grootste besmettingsgevaar. Het is werk waar ze niet voor hebben gekozen en als dat ernstige gevolgen heeft, laten we ze zitten? Is dat ons dankjewel voor hun inzet?’

Waarom voelden juist jullie je geroepen om dat dankjewel te regelen?

Muijs: ‘Zorg goed voor de mensen met wie je werkt, want zonder de collega’s op de ok en in de traumakamer ben je nergens: dat is wat onze afdelingshoofden orthopedie en traumachirurgie Cumhur Öner en Loek Leenen ons hebben meegegeven. Als ons dat niet van begin af aan was bijgebracht, hadden we misschien gedacht: het zal wel.’

Houwert: ‘We hebben de afgelopen maanden gewoon onze diensten gedraaid maar als het nodig was, stonden collega’s klaar om ons werk over te nemen. Dat was hun manier om te laten zien hoe belangrijk ze dit vonden.’

De uitkering is 50 duizend euro bij overlijden, 30 duizend bij een ic-opname, genoeg voor twee jaar rugdekking, zeggen jullie. Waarom geen uitkering voor alle zorgverleners die in het ziekenhuis hebben gelegen?

Muijs: ‘We keren uit aan de collega’s die het zwaarst zijn getroffen. En we willen niet in een enorme papierwinkel belanden over het exacte percentage arbeidsongeschiktheid, of iemand nog vijf dan wel tien meter kan lopen. Een ic-opname is een duidelijk criterium. Het moet snel, vinden we, zes weken na de aanvraag kan het geld al op de rekening staan. De bedragen zijn berekend door onze financiële experts en gecontroleerd. En twee jaar, dat is gebaseerd op wat wij zien bij onze ernstig gewonde patiënten. Dat is de tijd die ze nodig hebben om te verwerken wat hun is overkomen. Na twee jaar lukt het ze vaak om hun draai weer te vinden.’

Jullie idee was om alleen ziekenhuispersoneel te steunen, inmiddels is de stichting er voor al het zorgpersoneel. Waarom die uitbreiding?

Houwert: ‘We wilden in eerste instantie zorgen voor de collega’s met wie we dagelijks werken, dat zijn landelijk 100 duizend mensen en dat vonden we er al ontzettend veel. Iedereen had onze formule mogen kopiëren om zich over de rest van de groep te ontfermen. Maar het ministerie wilde ons alleen steunen op voorwaarde dat we er zouden zijn voor alle handen aan het bed. Zo werden we in een klap verantwoordelijk voor 400 duizend zorgverleners en daar maakten we ons aanvankelijk toch wel zorgen over. Wat hadden we ons als twee chirurgen op de hals gehaald? Het risico was dat we zouden verzuipen.’

Verzopen zijn ze niet. Op basis van buitenlands onderzoek hadden ze becijferd dat er in Nederland 100 zorgverleners zouden overlijden en dat er 400 op de ic zouden belanden. Vandaar de doelstelling om 20 miljoen euro in te zamelen. Maar de laatste cijfers van het RIVM laten zien dat tot nu toe 13 zorgmedewerkers zijn overleden en er 537 in het ziekenhuis hebben gelegen. Hoeveel van hen op de ic zijn beland, is onbekend. ‘We hadden het ernstiger ingeschat, we kunnen voorzichtig optimistisch zijn’, zegt Houwert.

Gaan jullie de criteria voor een uitkering nu versoepelen?

Muijs: ‘Daar praten we over. We willen zoveel mogelijk zorgverleners helpen maar we willen wel snel kunnen handelen. Geen ingewikkelde beoordelingen en lange procedures. Het is niet de bedoeling dat we de longfunctie van mensen moeten gaan testen.’

Houwert: ‘We moeten ook rekening houden met een tweede golf, en daar geld voor reserveren. En we vinden dat we iets moeten betekenen voor de psychische nazorg. De verhalen die wij horen van onze collega’s maken ons duidelijk dat het heel erg zwaar is geweest.’

Hoeveel aanvragen zijn er nu binnen?

Houwert: ‘Er zijn er dertig ingediend. Dertien keer hebben we al uitgekeerd, drie keer aan nabestaanden en tien keer aan collega’s die op de ic hebben gelegen.’

Dan missen jullie er nog wel een aantal, hoe kan dat?

Muijs: ‘We zijn de afgelopen maanden druk geweest met geld inzamelen, we hebben zo’n beetje in alle actualiteitenprogramma’s gezeten maar de mensen voor wie we de stichting hebben opgericht waren al die tijd aan het werk en hadden bij thuiskomst vermoedelijk geen zin meer om tv te kijken. Dat hebben we ons, onervaren als we zijn, niet gerealiseerd. We gaan er nu actief achteraan om de stichting onder de aandacht te brengen.’

Houwert: ‘Wat ook niet meehelpt is dat werkgevers terughoudend zijn over ons initiatief, ze komen er niet graag voor uit dat hun personeel corona heeft opgelopen, horen we. Terwijl wij echt niemand beschuldigen. Waar een zorgverlener het virus heeft opgelopen doet niet ter zake, dat valt niet te achterhalen.’

Is het toeval dat de stichting door twee chirurgen is opgericht?

Houwert: ‘Chirurgische principes zijn ook toepasbaar op maatschappelijke problemen, dat is wat we hebben geleerd. Wij zijn besluitvaardig, niet bang om keuzes te maken, goed in het scheiden van hoofd- en bijzaken en we kunnen samenwerken. Als je dan een team kunt samenstellen met alle kwaliteiten die wij niet hebben, dan kom je een eind. En je moet af en toe dingen durven, ook als je het niet zeker weet. Wij werken in een acute tak van sport, we moeten heel vaak beslissingen nemen met maar 60 procent informatie.’

Net als Rutte aan het begin van de pandemie.

Muijs: ‘Dat was voor hem even wennen, wij doen dat dagelijks.’

Houwert: ‘En dan ga je soms onderuit. Maar als het ons niet was gelukt, dan was onze wedervraag geweest: wat hebben anderen dan gedaan?’

Muijs: ‘Uiteindelijk wilden we dat onze collega’s minder angstig naar hun werk zouden gaan, omdat er in geval van nood een vangnet zou zijn. We hebben altijd tegen elkaar gezegd: als ons plan flopt, dan hebben we toch aandacht voor het onderwerp gevraagd. Dan hebben we goed gezorgd voor de mensen met wie we werken.’

Wereldwijd zijn in 79 landen meer dan 3000 zorgmedewerkers overleden aan covid-19. Dat blijkt uit onderzoek van Amnesty International dat vorige week is gepubliceerd. In Europa wordt de trieste ranglijst aangevoerd door Groot-Brittannië (272 sterfgevallen), gevolgd door Italië (188) en Spanje (63). In Nederland zijn 13 zorgverleners gestorven aan de gevolgen van het coronavirus.

Eerder verschenen in deze serie:

Wouter Koolmees, minister van Sociale Zaken: ‘Dit is geen gezonde baan

Edith Kwaspen, die beide ouders verloor aan corona: ‘Het bood veel troost dat ze op dezelfde dag dingen’

Roger van Boxtel, topman NS: ‘Deze crisis heeft de grenzen van de totaal vrije markt blootgelegd’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden